Heemkundige Kring "Het Land van Nevele" vzw

EEN VERDIENSTELIJK STREEKGENOOT:

PROSPER COCQUYT

door A. Huysse

Het was met genoegen dat ik de gelegenheid aanvaardde één van Belgiës roemrijkste piloten, onze streekgenoot Prosper Cocquyt, in dit boekje iets nader te mogen belichten. Terzelfdertijd is het voor mij een gelegenheid om nog eens hulde te brengen aan deze uitzonderlijk begaafde piloot die als pionier van onze burgerluchtvaart de geschiedenis is ingegaan.

Alhoewel de baby Pros op 9 juni 1900 het levenslicht aanschouwde onder de molen van Astene, mogen we hem toch gerust een Landegemnaar noemen. In 1903 verhuisde de 3-jarige Pros immers met het hele gezin naar deze gemeente, waar vader Emiel voor eigen rekening een maalderij ging uitbaten. Pros groeide en speelde er verder in de schaduw van een andere molen: de grote houten windmolen die zich toentertijd op de Landegemse Molenkouter bevond. (Er bestaat nog een prachtig schilderij van deze molen met de ouderlijke woning van Pros en de maalderij. Het doek werd geborsteld door een niet minder beroemd streekgenoot, Emile Claus, en is in het bezit van Dr. R. Demol uit Gent).

Op ongeveer driehonderd meter van de maalderij stond het ouderlijk huis van de familie Meiresonne met ernaast de brouwerij. Als gediplomeerd conducteur van stoommachines, elektrische installaties en automechaniek onderhield Aimé, de zoon van die beroemde brouwersfamilie, ook de machines van de maalderij Cocquyt. Alhoewel hij slechts twaalf jaar ouder was dan onze Pros, is het toch van hem dat hij al zeer vlug zijn "speciale lessen" mechanica en elektriciteit zou krijgen. Ondertussen was Pros al een paar keer twee jaar tegelijk opgeschoven in de gemeenteschool omdat hij te ver "vooruit" was op de rest. Alhoewel hij altijd al eerste uitkwam, was hij absoluut niet wat men een "voorbeeldige brave jongen" pleegt te noemen. Braaf zijn was vroeger ook niet altijd een deugd, maar dikwijls een gebrek aan temperament en dat had onze Pros nu juist wel.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog hielp Pros reeds in de ouderlijke maalderij en toen ze in 1916 door de Duitse bezetters werd stilgelegd, ging Pros zijn technische kennis benutten en vervolmaken in de machinekamer van de brouwerij Meiresonne. Hij werd er hetzelfde jaar nog hoofdmechanicus. In die functie zorgde hij ook voor de nodige elektriciteit in de Landegemse dorpskom. Tijdens de oorlogsjaren werd die immers geleverd door de eigen installaties van de brouwerij Meiresonne. Al die tijd las en studeerde Pros verder met de hulp en speciale lessen van zoon Meiresonne.

Toen de brouwerij in 1918 naar Gent verhuisde, keerde Pros terug naar de ouderlijke maalderij die zijn vader na de oorlog heropend had. Reeds tijdens de oorlog volgde hij avondcursussen en zondagslessen aan de Vak- en Ambachtschool in de Holstraat te Gent. In 1921 behaalde hij er met grote onderscheiding het diploma van elektricien wissel- en gelijkstroom en het bekwaamheidsgetuigschrift van automechanieker. Tussenin had hij ook door zelfstudie, speciale middaglessen aan de gemeenteschool, een cursus per briefwisseling en het laatste jaar "talen" van de avondcursus in de Savaanstraat te Gent een diploma "Franse taal" kunnen bemachtigen. Toen hij eind 1921 zijn legerdienst begon, bereidde hij zich, via een cursus per briefwisseling in het Frans voor op het examen van conducteur-elektricien. Met al die technische kennis kwam hij bij de genie terecht, maar niet voor lang.

Prosper Cocquyt had een boezemvriend: zijn kozijn langs moederszijde, Jos Moeykens. Die Jos was sinds juni 1921 als korporaal leerling-piloot in de militaire vliegschool van Gosselies. Prosper van zijn kant voelde reeds lang heel veel voor het vliegen, maar gezien zijn beperkte officiële diploma's was dat alles een verre droom gebleven. Zijn kozijn maakte hem echter zo enthousiast dat hij besloot het toch maar te proberen. Met de hulp van Jos bereidde hij het toelatingsexamen voor, waarbij hij prompt slaagde.

In juni 1922 begon dan definitief zijn carrière als piloot. Zijn moniteurs waren unaniem: de beste leerling die zij ooit gehad hadden. Spoedig ging hij over naar de vorderingsvliegschool te As en behaalde er op 5 mei 1923 als eerste van zijn promotie het militair vliegbrevet. Overgeplaatst naar Evere specialiseerde hij zich verder in de fotografische luchtverkenning, iets wat hem heel zijn verdere vliegersloopbaan als hobby bijgebleven is. Aan hem danken we enkele zeer goed bewaarde luchtfoto's van circa 1930 van de gemeente Landegem.

Op 1 mei 1924 verliet Prosper Cocquyt de luchtmacht om over te gaan naar de Sabena, een grote stap die hem naar de toppen der handelsluchtvaart zou brengen. Twee maanden later, op 23 juli 1924, stapte Pros eerst nog in het huwelijksbootje met zijn Elza. Sedert dat jaar is zijn naam verbonden aan elke stap naar de verovering van het luchtruim. Hij werkte zich op tot de bekwaamste en meest dynamische hoofdpiloot van de Sabena. Zijn technische kennis, beroepseer en verantwoordelijkheidszin maakten van hem de chef-testpiloot van later.

Eigenlijk was het allemaal eerder primitief begonnen. De Sabena stond nog in haar kinderschoenen en alles moest nog aangepast worden. Getuige daarvan zijn de zesendertig "luchtvaartincidenten" zoals Pros ze zelf noemde. Niet minder dan vijftien noodlandingen heeft hij op zijn "actief", hij verloor wielen en zelfs eens een volledige motor, maar dat alles maakte van hem de meest ervaren en koelbloedigste piloot van die tijd. Hij zocht steeds naar het waarom van alle incidenten. Hij schreef verscheidene zeer gewaardeerde studies over de luchtveiligheid. Het feit dat hem nooit een ongeval overkwam met gevolgen voor passagiers of bemanning maakte van hem een bijna legendarisch "veilig" piloot.

Zijn aanstelling tot persoonlijk piloot van koning Albert en van koning Leopold II zullen aan die geruststellende faam niet vreemd zijn.

Ontelbare lijnen zijn in die tijd door hem ingevlogen, vele nieuwe vliegtuigen werden door hem getest. Verschillende nieuwe uitvindingen en revolutionaire luchtvaartstudies zijn het werk van deze Landegemse piloot. Tijdens de noodgedwongen rust van de tweede wereldoorlog wist hij zich toch nog verdienstelijk te maken bij de inlichtingsdienst van de weerstand. Twee dagen na de bevrijding zat hij reeds terug achter de sturen, om ze tot 25 november 1953 praktisch niet meer los te laten.

Hij was een harde werker, een voorbeeld van wilskracht, een volledig en volwaardig "self-made" mens. Van de dreumes uit het kleine huisje op de Molenkouter tot de graaggeziene bezoeker op het kasteel te Laken ligt een leven van doordrijven en uithouden.

Het Land van Nevele mag fier zijn op zo'n telg!