EEN PROBLEEM IN VERBAND MET
HET OOSTVELD TE HANSBEKE

door Albert Martens

 

Het Oostveld, op het gehucht Hamme, is blijkbaar een van de laatst in cultuur gebrachte gronden te Hansbeke.

In het lantboeck, vernieuwd anno 1700 en in gebruik tot op het einde van het oud regime[1], wordt het in het vierde beloop "Velde en Ham" onder het perceelnummer 235 aangeduid als: Het Oostveld[2i] ofte gemeynte, groot achthien gemet twee hondert en vijftich roeden[3].

Op een uittreksel van de caerte figurative van Hansbeke, opgemaakt omstreeks 1700 door Joos De Deken gezworen landmeter, wordt dit eertijdes uitgestrekt terrein, ter grootte van circa 8,5 ha, nader gesitiueerd.

Gelegen in de noordoostelijke hoek van de prochie werrd het omsloten door de meersen langsheen de beke ofte cale komende uit de richting van Bellem (Bellembeke) en door de oostdoncken bezijen de cruyscalene (Vaardeken), die de grens vormt tussen Hansbeke en Merendree.

Men bereikte het veld aan de westzijde langs de er doodlopende Hammestraete en in de zuidelijke hoek langs het Lockstraetjen.

Op het einde van de 18de eeuw was het "Oostvelt" nog een grote onvruchtbare vlakte, bestaande in heye ofte weede, rondt begracht, doorkruist met enkele veldwegen.

Het was gelegen in 'tenclos vande jurisdictie van Nevel[4] en altijt vrij bleven van pointingen[5].

Het terrein werd sedert mensengeheugnis door de dorpelingen, die in het gehucht Hammestraete woonden, als gemeenschappelijke grond in beslag genomen.

Ze dolven er het leem uit de bodem, waarmee ze hun stedekens bouwden of herstelden; ze staker er turf, dat op stapels tot brandstof werd gedroogd; op zonnige plekken werd het geroot vlas opengespreid; het schrale gras leten ze afgrazen door hun vee; zelfs de kudde schaepen van het casteelgoet werd er soms samengedreven om te grazen.

Door de wethouders van Hansbeke werden deze erkzaamheden op het "Oostvelt" oogluikend toegelaten en niemand werd aangemaand hiervoor enige lasten te betalen.

Zelfs toen in 1768-1769 een sekeren persoon op tselve velt heeft gebauwt een woonhuys, ende afgedolfven een parcheel erve van ontrent 200 roeden van tselve velt, tot sijn ghebruyck sonder consent van iemand werd tegen deze onwettige ingebruikname niet gereageerd.

In 1773 werd bekend dat opnieuw een armen persoon, nochtans vremde ende van Hansbeke niet gheboortigh, van intentie was op het Oostveld ende met consent vanden heer Baron van Nevel, als tselve besloten in sijn jurisdictie, een nieuw huyseken te bouwen op tselve velt, ende daer van te nemen eenighe erfve tot sijn ghebruyck.

Hierover werd in de wetsvergaderingen door burgemeester en schepenen van Hansbeke[6] lang gepalaverd; zij waren immers bedught dat, soo sij sulcx niet en connen beletten, alle arm volck tsij vremde ofte insetenen[7i] daar op sullen commen cabanen te bauwen ende tselve velt int gheheele incorporeeren, waer door den armen disch[8] in meerderen overlast sal commen.

Ten einde een argument te vinden om een eventuele massale inwijking van behoeftigen  te vermijden, gelastten zij de griffier J. Steyaert tot het instellen van een onderzoek. Deze pluisde in eenen geuseerden op ende afstel lantboeck, begonst gemaeckt ontrent anno 1647 ende gebruyckt tot anno 1700[9] maar vond daarin geen ophelderende bijzonderheden in verband met het Oostveld.

Ze onderhoorden meteen enkele ouderlingen van het dorp. Die wisten te vertellen dat de selve partijen velden vóór desen door iemant soude gegeven zijn aende gemeynten[10] deser prochie, omme de selve met hun vee te laeten aftepatieren… dat het lange tijt door hun is afgepatureert geworden en  waer over noeynt eenighe pointynck lasten sijn betaelt. Eigendomstitels of enige andere bewijsstukken hieromtrent konden echter niet worden voorgelegd.

Hoewel de gezagvoerders wel meenden dat de bewoners van de wijk Hamme vanouds gerechtigd waren het Oostveld te laten afgrazen doch dan ook verplicht konden worden daarvoor enige lasten te betalen, vroegen ze hieromtrent het advies van rechtsgeleerden in de Raad van Vlaanderen.

Vooral wegens hun vrees voor een toeloop van arme mensen uit andere dorpen, die naderhand door de aermen disch zouden moeten gevoed worden, waren ze in het bijzonder geïnteresseerd in het juridisch aspect aangaande het bebouwen en het inbezitnemen van delen van het Oostveld.

Ze stuurden op 4 maart 1773 een dienstbrief aenden heer Secretaris ende Advocaet Goethals, waarin het geval uit de doeken werd gedaan en waarin, met het oog op te treffen maatregelen, twee precieze vragen werden gesteld:

Reeds op 8 maart 1773 ontvingen ze een gemotiveerd antwoord van de geconsulteerde rechtsgeleerden.

In verband met de eerste vraag beriepen die zich op het reglement geemaneert voor de directie van het platten landt ten jaere 1672 waarin werd geformuleerd dat niemant wie hij sij, die eenige gronden van lande in gebruyck heeft, vrije van pointingen en is, noghte en mag gelaeten worden. Ze adviseerden derhalve dat de actuele gebruiker van het Oostveld ende de welcke, in het toecommende, deel ofte deelen van diere in het gebruyck sauden nemen, geobligeert ende bedwyngelyck sijn te contribueren naer proportie van hun gebruyck in de pointingen ende settingen.

In verband met de tweede vraag verwezen ze naar het decreet van 24 oktober 1750, waarin werd bepaald dat afsetenen[11] die hun commen etabliseren op andere prochien schuldig sijn, ter indemnitijdt van den aermen disch der selve prochie, versekeringe te geven tot concurrentie van hondert vijftig guldens… ende bij gebreke van diere buyten de prochie versonden moogen worden.

Deze schadeloosstelling kon echter niet worden geëist van de ingeweken vreemdelingen die reeds geduerende den tijt van drij consecutive jaeren in het dorp woonden en tijdens deze periode de gebruikelijke settyngen ofte ander publicque lasten betaald hadden; ze hadden immers hierdoor het recht van wooninge verworven ende aldus oock van alimentatie ten laste van den aermen disch.

Volgens de rechtsgeleerden dienden de demarches in verband met de borgstelling te worden verricht: door den bailliu ofte officier der jurisdictie waer onder gelegen is de plaetse alwaer de vremdelingen hun willen eteblisseren en derhalve, in het geval van het Oostveld, door de wethouders van Nevele. Dezen waren hiertoe van rechtswege verplicht tot soo verre dat indien sij dan of sauden blijven in gebreecke daer over thunnen laste geageert mag worden ende gevraeght alle schaeden ende intresten door den disch geleden ende te lijden.

Met dit advies waren de wethouders van Hansbeke wellicht gerustgesteld.

Weliswaar konden ze de verdere ingebruikname van delen van het Oostveld niet beletten, maar de persoon die er zich enkele jaren tevoren had gevestigd en degenen die er gebeurlijk zouden komen wonen, mochten worden belast volgens grootte van het perceel grond dat in gebruik werd genomen. Bovendien dienden ze een borg ten bedrage van 150 gulden te laten registreren, onder de verantwoordelijkheid van de wethouders van Nevele, hetgeen de aermen disch van Hansbeke een bepaalde zekerheid verstrekte niet in het onderhoud van de ingewekenen te zullen moeten voorzien.

Het zou interessant zijn de geschiedenis en de evolutie van de ontginning van het Oostveld nader te onderzoeken.

In ieder geval was het eertijds onvruchtbare Oostveld in de tweede helft van de 19e eeuw praktisch volledig in cultuur gebracht. Op de Popp-kaart werd het inderdaad reeds in onderscheiden percelen verdeeld. De Hammestraat werd dwars doorheen het verkavelde veld doorgetrokken tot aan het Lokstraatje, dat langs de oostelijke begrenzing van de oorspronkelijke 8,5 ha grote vlakte loopt.

[1]RAG, fds Hansbeke, reg. 7bis, fo 139v.

[2]Velt: mnl voor een met magere, gedegenereerde bosjes bezaaide heide.

     Oost: plaatsbepaling.

[3]Zie: Oude landmaten, Berichtenblad 1971, jg. II, afl. 3

     1 gemet = 300 roeden, 1 roede = 14,85 m².

[4]Ingesloten rechtsgebied te Hansbeke.

[5]Soort grondbelasting.

[6]Frans Baert, baljuw, Pieter Van Kerrebroeck, burgemeester, Joannes Rombaut, Joannes Maenhaut, Pieter Van Nevele en Pieter Frans Van der Plaetsen, schepenen.

[7]Inwoners.

[8]Armbestuur.

[9]RAG, fds Hansbeke, reg. 5a en 5b.

[10Gemeynte: gemeente: het volk, vandaar de dubbele benaming van het Oostveld.

[11]Niet-inwoners.