TEENTJESTERTING TE MEIGEM
door Armand Bauwens
Onder de oude folkloristische gebruiken, die mettertijd verdwenen zijn, was de "Teentjesterting" één van de oudste en bekendste. Op de eerste zondag van de vasten, zomerzondag genoemd, kwam het jonge volk uit de streek naar Meigem op bedevaart. De kerk van Meigem bezit namelijk een relikwie van de bebloede geselkolom. Ter verering van deze relikwie was er na de vespers ommegang en tijdnes de ommegang werd niet alleen gebeden, maar ook gelonkt naar de jonge meisjes. Terwijl de bedevaarders aan iedere statie een "tientje" van de paternoster aan het bidden waren, probeerden trouwlustige jonge mannen, zo onopvallend mogelijk, op de tenen te trappen van hun uitverkorene. Als men op het einde van een weesgegroet zachtjes op de teen trapte van een jong meisje, dan gaf men daardoor het inzicht te kennen om met haar verkering aan te gaan. Dat gebeurde dan meestal voor een periode van 1 jaar. Het volgende jaar moest men dan beslissen of men met elkaar ging trouwen, ja dan neen. Dit eigenaardige gebruik zou van Germaanse oorsprong zijn en bewijst dat onze voorouders op dat gebied zeer vindingrijk waren. De woorden van het weesgegroet waren namelijk in dit geval niet toepasselijk op O.L.Vrouw, maar wel op het meisje. Na de kerkelijke plechtigheid werd er dan een dansfeest gehouden in de herberg "In Halfwege". Ook hier werd de boeiende bezigheid van het "Teentje Terten" lustig voorgezet. Deze herberg stond aan het Schipdonkkanaal, halfweg tussen Nevele en Deinze, op het einde van het Meigems kasseiken. Zij was één van de 37 drankgelegenheden, die Meigem vroeger rijk was. Nu zijn er nog twee. "Waar is der oudren fierheid nu gevaren?". Na de Tweede Wereldoorlog kende dit aloude gebruik nog een zwakke heropflakkering. Sindsdien echter behoort de "Teentjesterting" tot het rijke verleden van de landelijke folklore.