Heemkundige Kring "Het Land van Nevele" vzw

Kanttekeningen bij twee merkwaardige portretten

door Jozef Van de Casteele


Reproductie Noël Ramon, Sint-Amansberg

 

in 1875 is Rosalie Loveling te Nevele overleden. Op 30 oktober 1975 was er een herdenkingsplechtigheid te Sint-Amandsberg, waar de schrijfster op het Campo Santo begraven ligt. Bij die gelegenheid is er in enkele kranten een foto verschenen waar Rosalie en Virginie Loveling samen geportretteerd staan. We menen dat die foto voor het eerst verschenen is in 1921, namelijk in een essay van Maurits Basse, waar het dicht- en prozawerk van de Nevelse schrijfsters uitvoerig besproken wordt. Onderaan de foto lezen we: Links, Rosalie, 17 jaar oud; rechts, Virginie, 15 jaar oud.[1] Rosalie was geboren in 1834, dus zou de foto dateren uit 1851. Mocht het zo zijn, dan zouden we die fotograaf uit 1851 wel een pluimpje dienen te geven.

Maar wat nu zonderling is, in geen enkel tijdschrift, essay of bloemlezing uit de XIX en begin 20e eeuw wordt een portret van Rosalie aangetroffen. Nu zijn er twee brieven van Virginie Loveling, waarin ze dingen schrijft, die het ontbreken van een portret van Rosalie schijnen te verklaren. De eerste brief is gericht tot Frans De Cort:

Nevele 18 juni 1871

 ... Onze photographie bestaat niet, anders zouden wij u die zonder uitstel opsturen. Ook beloof ik dat zoodra die eens gemaakt wordt, het zij vroeg of laat, gij de twee best gelukte exemplaren ervan ontvangen zult. Wij verwachten de uwe...[2]

Van de tweede brief gericht tot Max Rooses geven we de eerste alinea:

            Nevele 13 maart '05

            Waarde Heer Rooses,

            Met het portret moet er voorzeker een misverstand zijn. Ik herinner mij niet er een terug verlangd te hebben. Van mijn zuster Rosalie kunt gij er geen bezitten, want er bestaan geene portret-photographiën van haar en dit, hierin teruggezonden, is van iemand, die ik niet ken.[3]


Reproductie Noël Ramon, Sint-Amansberg

Nu is het zo dat, neven de betwiste foto, er nog een tweede bestaat die hetzelfde probleem stelt, namelijk die van de drie gezusters Loveling. Ze werd voor het eerst gepubliceerd in het werkje van Hélène Piette: Les Soeurs Loveling, verschenen in 1942, en kwam uit het archief van Alice Buysse, zuster van Cyriel, die trouwens het voorwoord schreef.

We vertalen de Franse tekst die onderaan de foto gedrukt staat:

De gezusters Loveling in 1854.

Rechts, Rosalie, toen 20 jaar; in het midden, Virginie, 18 jaar, en links Pauline Loveling, 22 jaar, die de moeder zou worden van de grote Vlaamse romancier baron Cyriel Buysse, van Arthur Buysse, advokaat en volksvertegenwoordiger en van Mevr. Alice De Keyser-Buysse. Deze was zo vriendelijk ons dit mooi portret te bezorgen dat tot nu toe nooit gepubliceerd werd.[4]

Gelukkig bestaan de originele (!) foto's met de naam van de fotografen.[5]

 

Op de passe-partout van de foto met de twee gezusters staat op de voorzij gedrukt:

            E. Van Damme
            Gand
            rue des Champs, 10

Op de keerzij van de foto met de drie gezusters:

            Photographie inaltérable
            Ach. Sacré-Smits
            successeur de Beernaert frères
            12, Place du Commerce
            en face du Palais de Justice
            Gand

Laten we nu even nagaan sedert wanneer E. Van Damme en Ach. Sacré hun beroep te Gent uitoefenen. We hebben de Wegwijzer der stad Gent geraadpleegd, jaarboeken die benevens administratieve gegevens over stad en provincie ook de opsplitsing van de beroepen aangeven die te Gent uitgeoefend werden - later tot de provincie uitgebreid.[6]

In 1854 vinden we onder de rubriek Kunstoefenaren voor het eerst Daguerrotypeurs en Photographisten. Er waren er slechts drie.

In 1860 is de benaming herleid tot Photographisten.

In 1864 komen ze niet meer voor onder de rubriek Kunstoefenaren, maar onder de meer prozaïsche van Fabriekanten, Koopmans, Magazijniers en Winkeliers. Hun benaming is nog altijd Photographen. Toen waren er reeds dertien te Gent.

Pas in 1885 komt Sacré Achille voor, hij woont in de Wijngaardstraat 50. In 1886 is zijn adres Recollettenplein 12, later in Koophandelplein omgedoopt; in het Frans Place du Commerce.

Wat Van Damme betreft, die komt pas voor het eerst voor in 1892: van Damme en Borel, Veldstraat 10. Slechts in 1906 komt E. Van Damme, Veldstraat 10 alleen voor.

Hoe is nu te verklaren dat van de geportretteerde Lovelings van 1851 en 1854 slechts 30 of 40 jaar later het bestaan van hun fotografen vermeld wordt?

Een uitleg die voor de hand ligt: de foto's zijn gemaakt naar geschilderde of getekende portretten. Die verklaring blijkt, helaas, niet steekhoudend; nergens wordt, in dat verband, gewag gemaakt van geschilderde of getekende portretten, door de schrijfsters noch door hun familieleden en afstammelingen. Die kunstproducten zullen dan ook niet bestaan hebben.

We zijn te rade gegaan bij de heer Gustave Steurbaut, beheerden van Focilux Gent, die zich in de oude fototechnieken ingewerkt heeft.[7] Volgens hem kan foto I niet dateren uit 1851, en ze zou geen latere afdruk zijn van een daguerreotype want in dit laatste geval diende er ten minste 15 min. geposeerd en daarom moest de hals van de gefotografeerde ondersteund worden, wat meestal zichtbaar was. Onze zegsman opteerde dan ook voor de opvolger van de daguerreotypie: een fotografisch beeld op glas. In het vakjargon noemen ze dat ambrotypie: op een donkere ondergrond gaven onderbelichte negatieven een positief werkend beeld. [8] We menen dat hetzelfde geldt voor foto II.

 

Hoe is te verklaren dat Virginie Loveling die foto's niet vroeger heeft prijsgegeven en in haar Herinneringen er ook geen gewag van maakt?[9] Het moest toch in die tijd - ± 1850 - iets enigs geweest zijn een foto op glas te bezitten.

We trachten ervoor een verklaring te vinden die misschien wel aanvechtbaar is.

1. Foto's op glas - afgezien van hun documentaire waarde - maken niet al teveel indruk; het zijn technische snufjes waaraan letterkundigen weinig belang hechten.[10] Daarentegen het geschilderd of getekend portret waren kunstwerken en werden dan ook fel geprezen.

2. Die foto's zijn toch maar portretten van bakvisjes, en laten we niet vergeten dat zeker de jeugd in de XIXe eeuw niet aan bod kwam. En als we dan later portretten van Virginie Loveling te zien krijgen, dan zijn het altijd die van een eerbiedwaardige dame met pince-nez, zo opgedirkt dat ze er wat ouder uitziet dan ze werkelijk was. IN die tijd maakte de plechtstatige vijftiger, zestiger wel indruk.

Onder welke omstandigheden de twee besproken foto's weer opgedoken zijn, hebben we niet kunnen achterhalen.

Ons (voorlopig) besluit is dan ook: de originele foto's, die we hier afdrukken, zijn reproducties en ons steunend op de aangehaalde brief van Max Rooses menen we dat ze later dan 1905 gemaakt werden.

 

[1]M. Basse, Het Aandeel der Vrouw inde Nederlandsche Letterkunde, Gent, 1921, tweede deel, portret bij p. 73.

[2]Briefwisseling Virginie Loveling (Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, Antwerpen).

[3]Ibidem.

[4]H. Piette, Les Soeurs Loveling, Bruxelles, 1942. Portret bij de titelpagina.

[5]Foto I uit het archief van Mevr. Nicole Vandercruyssen-Verschoore, Gent.
     Foto II uit het archief van barones Maddy Buysse Deurle.

[6]Wegwijzer der stad Gent en provintialen almanach van Oost-Vlaanderen, Gent, 1831.

[7]Op aanraden van de heer M. Kerckhove, directeur van het Provinciaal Technisch Instituut - Fotografie - te Oudenaarde, hebben we de heer Steurbaut geconsulteerd.

[8]125 jaar fotografie. Catalogus.
     Het Sterckshof, Provinciaal Museum voor Kunstambachten, Deurne-Antwerpen, 1665, p. 152.
     In aangehaald werk handelt de heer L. Roosens eveneens over de Gentse aanbreng in de opgang van de fotografie. De Gentenaar Désiré Van Monckhoven (1834-1882) schreef op 18 jaar zijn Traité général de Photographie, een bestseller die 8 uitgaven had en zelfs in het Russisch vertaald werd, p. 30.

[9]Virginie Loveling, Herinneringen, bijeengebracht en ingeleid door A. Van Elslander, Hasselt, 1967.

[10]Zo zien we dat er in Het Land van Rubens van Busken Huet geen platen te vinden zijn in de eerste en tweede druk, resp. 1879 en 1881; in de derde druk van 1904, bezorgd door Max Rooses, zijn er niet minder dan 76 platen waaronder verschillende originele foto's.