HENDRIK
VAN DOORNE UIT POEKE
IN ENGELAND
door J. De Mûelenaere
Hendrik
Van Doorne overleed op 13 september 1914.
Zijn laatste uren werden verstoord door het kanonnengebulder van het oprukkende
Duitse leger. Zijn dood vond zelfs geen weerklank in Biekorf, dat trouwens na
Koornmaand niet meer verschenen was.[1]
Na de oorlog hechtten de Gezellenbiografen niet veel belang aan Van Doornes verblijf in Engeland. Hun voornaamste inlichtingenbron lijkt wel het bidprentje geweest te zijn en die bron bood maar karige gegevens: "geboren te Poeke den 16 April 1841 en na 36 jaren missionaris in Engeland, overleden te Poeke den 13 September 1914".[2]
De uitvoerigste inlichtingen over zijn priesterwerk geeft Allossery in zijn "Breedere tekstkritische en verklarende aanteekeningen" bij G.G.G.: "4 September 1865 wordt hij priester gewijd om 's anderendaags zijn eerste Mis te doen te Poeke. Daarna gaat hij voor eenigen tijd zijne studieën voortzetten te Rome. (in voetnoot: 't Jaar 30. Bijblad van 16 September 1865 kondigt het aan) waar we hem nog vinden in Oogst 1866... In Engeland is hij meer dan 30 jaar werkzaam geweest, eerst als zendeling in Southwark, later bij de familie WeId op West Lulworth. Op het einde van zijn leven kwam hij rusten in zijn geboorteplaats, waar hij overleed".[3]
Nu is het wel zo dat hierin de plaats van de priesterwijding niet vermeld wordt en de opgegeven datum onjuist is, dat Van Doornes activiteiten en verblijfplaatsen in 't bisdom Southwark zo goed als onbekend bleven en de latere werkzaamheid bij de familie WeId op West Lulworth een pure fictie is, en dat "het einde van zijn leven te Poeke" een twaalftal jaren heeft geduurd.
Daarom deze bijdrage.
Priesterwijding
Hendrik
K.E. Van Doorne deed zijn eerste Mis te Poeke op 5 sept. 1865.
Dit staat duidelijk op het santje.[4]
Volgens bovenvermelde tekst van Allossery ontving hij de
wijding de dag voordien. Dit vonden we verdacht omdat S. de plaats verzwijgt en
omdat 4 september een ongewone wijdingsdatum is. De priesterwijdingen te
Brugge hadden immers plaats omstreeks Sinksen en Kerstdag. In 1865 was dit resp.
op 10 juni en 8 december.[5]
Het gebeurde wel dat studenten uit het Engels Seminarie
een tussentijdse wijding in Engeland ontvingen. Dit was o.m. het geval voor
Napoleon Nono die op 30 april 1865 in het bisdom Shrewsbury gewijd werd.[6]
Ontving ook Van Doorne de priesterwijding in Engeland, in
casu in het bisdom Southwark. waarvoor hij bestemd was? Een bevestiging konden
we niet krijgen in het bisschoppelijk archief in Londen. Niet bewaard, beweerde
men.[7]
Meer geluk hadden we in de pastorij te Brixton. Pastoor
Charles P. Bailey bewaart er een klein pamflet van zijn voorganger Rev. Bernard
Kelly.
F.R. Hist. Soc. Titel van het pamflet "Early History of Corpus Christi Church".[8]
Hieruit lichten wij: Some seven years before this (okt.
1880) the Rev. Charles (sic) Van Doorne, Belgian priest, who had been ordained
at Melior Street. S.E., by Bishop Grant, August 24st. 1865, and who had served
several missions in the then far more extensive diocese of Southwark, came to
the Church of the Sacred Heart, Camberwell, as Curate to Canon McGrath".
Deze voortijdige wijding in Engeland kan goed verklaard worden door het feit dat
Van Doorne in oktober zijn studie te Rome zou voortzetten.[9]
Maar
zowel het vertrek uit het Engels Seminarie als de wijding door bisschop Grant
hielden mogelijks verband met de breuk in de vriendschap met Gezelle. Dat het al
geruime tijd niet meer boterde tussen Van Doorne en Gezelle vernemen we in de
brief die Gezelle aan Van Oye schreef op 24 jan. 1864 en in de brief die Van
Doorne schreef aan Van Oye op 5 juni 1864.[10]
We menen bovendien dat dit alles iets te maken heeft met
de opvolging van bisschop Malou door Faict sinds 22 sept. 1864. Faict steunde
Gezelle. vermoedelijk ook tegen het "progressisme" van Van Doorne.[11]
Dit vermoeden wordt nog versterkt door het feit dat Van
Doorne het Engels Huldealbum ter gelegenheid van het dubbel jubileum van Mgr.
Faict in 1889 niet ondertekend heeft.[12]
Zijn gewezen pastoor, Joseph Charles McGrath,
oud-medestudent van Van Doorne in het Engels Seminarie, deed het wel. Zelfs
Bonte deed het! Heeft Van Doorne zich niet verzoend met Faict?
Eerste jaren aan de "South Coast" (sept. 1866-mei1873)
Als
student in het Engels Seminarie was Hendrik Van Doorne bestemd voor het bisdom
Southwark (Zuid-Londen). Southwark was één van de 12 bisdommen die na het
herstel van de hiërarchie in 1850 opgericht werden. Op 19 mei 1882 werd het
bisdom Portsmouth (Hants, Berks en Isle of Wight) uit Southwark gevormd.
In het bisdom Southwark was Father Van Doorne werkzaam van 1866 tot 1901 en dit
onder vijf bisschoppen: Grant (1851-1870); Danell (1871-1881), Coffin, C.S.S.R.
(1882-1885), Butt (1885-1897) en Bourne (1897-1903).
Door het document van Bernard Kelly weten we al dat Van Doorne in 1874 als
"Curate to Canon Joseph Charles McGrath" naar CamberweIl (Londen) kwam.
Ook dat hij voordien in verscheidene missies werkzaam was. Het opsporen van die
"several missions in the then far more extensive diocase of Southwark" vergde
heel wat tijd "because the card giving Father Van Doorne's curriculum vitae had
been misfiled".[13]
De gepubliceerde brieven uit Engeland brachten hierbij weinig opheldering.[14]
Na een jaar verblijf in Rome kreeg hij zijn eerste
benoeming voor St.-Leonard. Dit gebeurde op 7 september 1866. Hij werd er
directeur van een kleine kloostergemeenschap.
Sint-Leonard ligt op een paar km. van Hastings (Sussex) op de Zuidkust. Die
"South Coast" van Dover tot Plymouth noemde Van Doorne "Eene der aangenaamste
streken van Engeland".[15]
Dit verhinderde niet dat hij er in de herfst van dit jaar
ziek viel en voor zijn herstel naar Poeke teruggekeerde. Daar heeft hij de ganse
verzameling "Rond den Heerd" doorgelezen en de "Wel-weter en nog al veelzegger"
heeft zich toen met Gezelle en zijn volksblad verzoend.[16]
Toen hij dit schreef vanuit West-Cowes was hij al vijf
dagen benoemd te Southampton (Hants).[17]
De enige katholieke missie in de drukke havenstad was toen
St.-Joseph, in 1792 opgericht en in 1830 heropgericht.[18]
In Southampton blijft Van Doorne in correspondentie met
Gezelle.
Uit zijn bijdragen in RdH blijkt zijn belangstelling voor foklore en
archeologie.[19]
Tijdens zijn verblijf aldaar stierven zijn vader en zijn
stiefmoeder.[20]
ln november 1871 verhuist Hendrik naar Christ Church
(Hants), eveneens gelegen aan de South Coast, een 12-tal km. ten Westen van
Lymington. De missie van Christ Church was pas in 1866 gesticht.[21]
Voordien hingen de gelovingen van dit kuststadje af van
Lymington dat al in 1800 een katholieke priester kreeg. In die jaren moet de
vriendschap van Father Van Doorne met Joseph WeId of the Lodge te Lymington
ontstaan zijn.[22]
De ervaren jager, verliefd op paarden en rashonden, was
steeds een welkome gast op de Lodge. Hij zou er de kinderen van Joseph WeId, die
in de Anglicaanse godsdienst werden opgevoed, tot het katholicisme hebben
bekeerd.
Ook later, toen hij in de omgeving van Londen werkzaam was, kwam hij graag
enkele dagen op de Lodge doorbrengen. Op 7 nov. 1878 vergezelde hij bisschop
DanelI die op vormreis met het "spoortuig" uit Londen naar Lymington reed.[23]
Verblijf in de London Area (mei 1873-feb.1901)
In mei
1873 wordt Father Van Doorne directeur van het Zusterklooster te Roehampton, ten
noorden van Wimbledon (Londen). De tegenstelling tot het paradijselijke zuiden
moet hem wel bijzonder zwaar gevallen zijn. Misschien is het daaraan te wijten
dat litteraire activiteiten vooral in die tijd voorkomen.[24]
De belangstelling voor de kloosters had Hendrik van huis
meegekregen. Bij de stichting van het klooster te Poeke was zijn vader een der
raadgevers.[25]
In 1874 trad zijn halfzuster Augusta binnen bij de
Zusterkes des Armen. In 1889 bracht Hendrik twee Engelse gezusters binnen in het
klooster te Poeke. Alleen Nildred Smithe, geboren te Londen in 1862, zou er als
zuster Isabella blijven tot aan haar dood in 1944.
Zijn verblijf bij de Zusters is opnieuw van korte duur. In juni 1874 wordt hij
onderpastoor van Canon Jos. Charles McGrath te CamberweIl (voorstad van Londen,
Surrey). De kerk, toegewijd aan het "Sacred Heart of Jesus" dateerde van 1863.
De
pastoor was een oud-studiemakker van Van Doorne uit het Engels Seminarie te
Brugge, maar in tegenstelling tot zijn onderpastoor wordt hij door Kelly uiterst
conservatief genoemd. Father Van Doorne moet er bij voorkeur werkzaam geweest
zijn in Brixton dat toen nog vanuit Camberwell bediend werd.
In 1877 schrijft hij al uit Brixton, waar hij pas op 1 juni 1881 als pastoor
komt residereren. De missie van Brixton was hem in okt. 1880 toevertrouwd. Toen
was er noch kapel noch school en de nieuwe parochie telde amper 75 katholieken.
De uitbouw van Brixton zou zijn levenswerk worden. Hij bleef er tot februari
1901. In dit voorstadje betrokken toen nog veel gegoede families hun statige
herenwoning. En Brixton lag, hoewel wat meer zuidelijk dan CamberweIl, in de
onmiddellijke buurt van Londen. Father Van Doorne vertoefde er graag en
gemakkelijk in de hogere kringen. Hij was er o.m. goed thuis bij de Londense
otorinolaryngologist James Barry-Ball. Deze bekende auteur van een aantal
geneeskundige studies was gehuwd met Clara WeId, dochter van de bovenvermelde
Joseph Weld uit Lymington. Tot zijn vriendenkring hoorden ook tal van geleerden
en artisten.

Links H. Van Doorne, op de achtergrond vader Hulin, tweede
rechts Flora Weld.
(Uit het archief van G. Hulin de Loo, Centrale Bibliotheek RUG)
Medestichter en "vice-warden" van Weale's "Guild Of St.Gregory"
Dp 3
aug. 1878 was James Waele (1832-1917) uit Brugge naar Londen teruggekeerd. In
december van volgend jaar sticht deze ijveraar voor de Neogothiek "The Guild of
St. Gregory and St. Luke".
Het doel van de stichting was dubbel :
1) de studie van de christelijke oudheid en archeologie bevorderen.
2) de christelijke kunst volgens de echte neogothische principes vernieuwen.[26]
James
Weale, die zich in 1856 in Brugge was komen vestigen, had in 1863 een dergelijke
vereniging opgericht, nl. de Gilde van St. Thomas en St. Lucas.[27]
Een medestichter van de Londense Gilde was John Bentley,
de architect die, in opdracht van Kardinaal Vaughan, de "Westminster Cathedral"
zou ontwerpen.[28]
De Gilde
telde oorspronkelijk zeven leden onder wie de oudheidkundige Edm. Bishop, de
architect J.H. Eastwood, de schilder P.H. Westlake en Father Van Doorne, die tot
"vice-warden" verkozen werd en de enige geestelijke was in het gezelschap.[29]
Hij kon rekenen op de intieme vrjendschap van Weale.[30]
Die vriendschap had hij wel aan Gezelle te danken. De
intimi van Gezelle waren immers goed bekend met Weale, toen deze nog te Brugge
gevestigd was. Zelfs Van Oye, die nooit te Brugge verbleef, vond het als student
heel gewoon Gezelle en Weale op hun geplande uitstap naar De Panne te
vergezellen.[31]
Bouwpastoor
Die
vriendschap met Weale en Bentley bood Van Doorne de gelegenheid om een stout
project te ondernemen: de bouw van een grootse neogothische kerk te Brixton.
Die uitgestrekte voorstad was "a nest of low Church and dissentery divines".[32]
Voor kerkdienst en onderwijs waren de katholieken tot nog
toe aangewezen op Camberwell of Clapham.
In 1880 kreeg Father Van Doorne de nieuwe missie toevertrouwd. Het nieuws
verscheen in de "Universe" in oktober van dit jaar. Voordien waren er al
voorstellen gekomen voor de oprichting van een permanente school. Alle
voorstellen werden telkens verworpen door de "short-sighted McGrath".[33]
Te dicht bij Camberwell, oordeelde hij. Maar Father Van
Doorne was vooruitziend en ondernemend. In februari 1881 werd een raad van
zeven wakkere en vermogende zakenlieden opgericht. Ze zouden een geschikte
ligging zoeken voor de nieuwe kerk. In maart vond men een eigendom dat in april
onder de hamer kwam, nl. "N° 4. Gwydyr House" ten noorden van de Brixton Road.
Father Van Doorne won de raad in van zijn vriend Bentley, die de grootte van het
domein één "acre" en de waarde ervan op £ 4.000 - 4.500 schatte. Nu kwam er
oppositie van de diocesane overheid. Die liet weten dat er voor zo een dure
ligging geen financiële hulp van het bisdom te verwachten viel.
Van Doorne besloot dan maar zelf de volledige last op zich te nemen en kocht de
eigendom voor £ 2.600. Een kamer in het herenhuis diende als voorlopige kapel.
Op vrijdag 3 juni werd er de eerste mis geelebreerd.
Het aantal katholieken was toen gestegen van 75 tot 500.
In de tuinen van Gwydyr House richtte Van Doorne in juli een "Grand Garden
Party" in en liet de kunstschilder Westlake "collecting cards" tekenen. Heel die
schoolactie liet hij overigens over aan een groep voorname ladies.
In oktober 1882 kon in Brixton HilI een "Convent School" geopend worden, die
toevertrouwd werd aan de "Notre Dame Nuns of Claphan".
Bisschop Coffien, die DanelI had opgevolgd, schonk in 1883 £ 50 aan het
bouwfonds van Van Doorne, maar schreef hem hierbij: "You will insist on building
a Gothic Church, and I will prevent you".[34]
Toch onderhandelde Van Doorne met Bentley op 22 okt. 1884
en liet hem een plan maken voor de kerk en de scholen. De kosten werden geraamd
op £ 20.000. Bisschop Coffin stierf op 6 april 1885. Vicaris-Generaal Butt,
sinds 29 jan. hulpbisschop, gaf tijdens de vacatuur oorlof om een deel van
Bentley's eerste plan uit te voeren. Toen hij bisschop was geworden - hij werd
gewijd op 26 juni - stemde hij erin toe dat de kerk desgevallend ook op een
geschikter plaats zou gebouwd worden. Bentley had nl. de raad gegeven tot dit
doel "Bethel House" met belendende hovingen aan te kopen. Father Van Doorne
begon dadelijk met de onderhandelingen en kwam met de eigenaar overeen voor een
bedrag van £ 3.550.
Op 8 aug. kreeg hij de sleutel van het huis. Op 13 aug. nam hij er zijn intrek
en daags nadien droeg hij er de mis op in de voorlopige kapel. Bisschop Butt
schonk een lening van £ 2.500 maar stelde als voorwaarde dat Gwydyr House aan de
"Notre Dame Nuns II zou verkocht worden. Op 14 juli 1886 legde de bisschop de
eerste steen van de nieuwe gothische kerk en op 12 juni van het volgende jaar
kwam hij een deel plechtig openen. Alleen het oostelijke deel en de linker
transept waren zo goed als afgewerkt.
Voor die gelegenheid had Father Van Doorne overijld voor de uitruisting gezorgd
"a quantity of shop mede Belgian articles".[35]
Het aantal katholieken te Brixton was ondertussen gestegen
tot 800. Al de jaren tot aan zijn ontslag in 1901 zou Father Van Doorne besteden
aan het collecteren om zijn kerk verder uit te rusten en van de zuidelijke
transept te voorzien. De doopvont, geplaatst in december 1888, is "an exact
replica in blue marble of an early Gothic one that Father Van Doorne had seen in
some Church in his native land", "a really fine piece of ecclesiastical
furniture reproduced" door Mons. Zens.[36]
De polychrome zijaltaren waren eveneens "an Belgian
production".
De voortvarendheid en eigenzinnigheid van Van Doorne waren niet altijd gunstig.
In 1898 viel Bentley ernstig ziek. De pastoor vertrouwde de glasramen van "the
choir gallery" toe aan anderen, die slecht werk leverden. Christian Symons
stelde voor de kruisweg te schilderen, maar onder bepaalde voorwaarden. De
pastoor kon die evenwel niet aanvaarden. In de herfst van 1900 bood de pastoor
zijn ontslag aan.[37]

Bidprentje van H. Van Doorne
Hijzelf
voelde zich ziek en oud. In februari 1901 hield hij in zijn Corpus Christi
Church een afscheidssermoen. Een afrekening. De lening van £ 2.500 was aan het
bisdom afbetaald. De kerk was zonder schulden. En voor de schoolbouw had hij de
som van £ 2.400 in handen. Kerk en school kon hij gerust toevertrouwen aan
jongere krachten.[38]
Die jongere kracht was zijn Curate William Curren. Na een
aanvankelijke advokaatspraktijk was hij naar het seminarie gegaan. In 1894 kwam
hij als curate te Brixton aan en zou Father Van Doorne als pastoor opvolgen.[39]
Hoelang Father Van Doorne na zijn afscheidssermoen in
februari 1901 nog in Engeland gebleven is, konden we tot nog toe niet vinden.
Van een langdurig verblijf op de Lodge of op Lulworth Castle (bij Warcham,
Dorset) na die datum, zijn geen sporen terug te vinden. Winafride de I'Hopital,
dIe langs haar broer en wellicht langs haar man, met Hendrik Van Doorne goed
bekend was, vermeldt alleen dat na diens "departure" zijn opvolger onmiddellijk
begon aan de bouw van de transepten en de scholen en dat het werk ongeveer klaar
was bij de dood van Bentley in maart 1902. De "additional transept" werd eerst
in 1904 in gebruik gesteld. De kerk bood toen plaats voor 450 personen.[40]
Kelly schrijft: "Fr. Van Doorne retired from Corpus
Christi, 1900, and returned to Poeke, Looten-Hulle, Belgium, where he died on
September 13th 1914...".
Colonel Jos. William WeId (°1909), eigenaar van Lulworth Castle, ontkent
categorisch dat Father Van Doorne ooit als Chaplain bij de WeIds dienst heeft
gedaan.[41]
Van Doornes verblijf bij de WeIds moet o.i. geplaatst
worden tussen zijn aanvraag voor ontslag in de herfst van 1900 en het
definitieve afscheid van Brixton in februari 1901. Brixton zal hij wel met
gemengde gevoelens verlaten hebben. Oe katholieke bevolking was, tijdens zijn
verblijf in Brixton, meer dan vertiendubbeId. In Londen had hij vooraanstaande
vrienden en weldoeners die zijn opvattingen deelden. Maar zijn grote droom was
niet verwezenlijkt. Vele gegoede families die er eertijds hun herenwoningen
hadden, waren verdwenen. Zoals de meeste voorsteden van Londen zou Brixton
stilaan een overwegende bevolking van arbeiders en werklozen huisvesten. Van
hen kon men weinig belangstelling verwachten voor de uitbouw van een
kathedraalkerk.[42]
Zijn werk zou een onvoltooide symfonie blijven.
[1] - Het laatste nummer in 1914 eindigde met een
levensbericht over een West-Vlaamse missionaris die op 1 juli in Oost-Indië
overleden was. Het volgende nummer verscheen in Koornmaand 1919.
- Het ABB (necrologie) bewaart een Frans en een Vlaams
dagbladknipsel. Hieruit: "De eerw. Heer Van Doorne was ook een
verdienstelijk Vlaamsch letterkundige en hield zich in zijn rustjaren als
missionaris ieverig bezig met maatschappelijke werken".
[2] - Het bidprentje geeft zes-strofisch gedicht door Van
Doorne gemaakt, een "gedurig gebed van den lijdende".
- G. Gezelle zegt enkel "Van Doorne, missionaris te Southwark-London... "
(blz. 163) .
- Walgrave vermeldt zijn eerste mis op 5 sept. 1865 (I blz. 320) en "meer
dan 30 jaar" verbIijf in Engeland (I. 95). In de gezinstabellen van Poeke
werd immers in potlood bijgeschreven dat hij terugkeerde in 1896 of 1897.
[3]Jub. G.G.G., bl. 117.
[4]De
tekst van het santje is een driestrofisch gedicht.
De dubbel vocaalspelling met "as" en "y" verbaast wel enigszins bij
iemand die zich anders graag voor progressief uitgaf.
[5]Acta Episcoporum (Mgr. Faict). Op 10 juni werden Dobbelaere, Lootens en Limpens (bisd. Gent) gewijd, op 8 dec. Martens (bisd. Gent).
[6]Allossery I, bl. 322.
[7]"I regret to say to have been unable to find any record of Father \fan Doorne's work in the Diocese". Brief van Rev. J.M. Gettrich, vicechancellor, van 2 sept. 1969. Als Oost-Vlamingen komen Van Doorne, Limpens en Martens niet voor bij de West-Vlaamse Zendelingen van Allossery.
[8]Dit pamflet bestaat uit twee afzonderlijke vellen papier (Blotters). Het is niet gedateerd, maar werd gedrukt in 1934, na de dood van acteur John Anstey (sept. 1933) en voor de dood van aartsbisschop Bourne (1 januari 1935), beiden vermeld in de tekst. Over de Corpus Christi Church in Brixton handelen we straks.
[9]Van Oye had het nieuws al vernomen omtrent maart (?)/1865: "het ging bijzonderlijk om redens van gezondheid" Jub. Br. I., bl. 156. "'t jaar 30" had zijn afreis al aangekondigd in het Bijblad van 16 september.
[10] Zie onze bijdrage "Hendrik Van Doorne van Poeke" in
Album Antoon Viaene, bl. 187 ss .
In zijn roman Jan Van Noorde schrijft hij dat zijn vader samen met Adolf
Bartels hevige aanhangers waren van Lamennais. En in een antwoord aan Eug.
Van Oye schrijft hij nog op 5 december 1908 dat ook hij de veroordeling van
Lamennais betreurt. Maar hij voégt erbij dat het meer stichtend geweest ware
indien deze na de veroordeling had gehandeld zoals zijn vrienden Lacordaire
en Montallembert.
[11] Zie ons bijdrage: De verhouding Gezelle-Faict aan de vooravond van de stichting van Rond den Heerd, Biekorf, extra nummer nov. 1965.
[12]A.B.B. (Archief Bisdom Brugge) Map B 293.
[13]Brief van J. McGettrich, chancellor, Archbishop's House London, 26th July 1971. Uit de bewaarde "Directory's" en andere documenten kon eindelijk een nieuwe steekkaart ingevuld worden. Onze dank aan de archivaris voor zijn medewerking.
[14]RdH 1868, bl. 87, brief van 20 's jaars 1868 uit West
Cowes (Isle of Wight); 1869, bl. 256, brief van 24 juni 1869 uit Southampton
1869, bl. 287, brief uit Hampshire 25 juli 1869; 1877, bl. 393, brief uit
Brixton van 18 okt. 1877. De aangeduide plaatsen zijn onvolledig en
misleidend. Van Doorne werd nooit benoemd op het eiland Isle of Wight.
In 1877 was hij nog steeds "curate" te Camberwell.
[15] RdH. 1879, bl. 19.
[16] Rdh. 1868, bl. 87. Brief van 20 jan. 1868 uit West Cowes (Isle of Wight). Hendrik schrijft dat hij ziek viel "over eenige maanden".
[17] Southampton, hoofdstad van Hampshire (Hants) gelegen op de Southampton Harbour. De Engelse zeehaven ten noorden van het eiland Wight, waarvan West Cowes in de meest noordelijke punt ligt. Southampton zou in 1882 behoren tot het nieuwopgerichte bisdom Portsmouth.
[18] De huidige St.-Jozefskerk in de Bugle Street werd gewijd op 23 september 1911.
[19] RdH. 1869, bl. 287, brief van 25 juli over St. Christoffel in de kerk van Evergem. Later schrijft hij over de opgravingen van Georges Smith in Babylonië, Rdh, 1874, bl. 225.
[20] Johannes Van Doorne (Poeke 2 maart 1805-Poeke 22 april
1870). Justina Van de Velde (Evergem 24 april 1809-Poeke 11 febr. 1878).
Tijdens zijn vakantie in 1870 schonk Hendrik 500 fr. voor een jaargetijde
voor zijn vader en diens beide (!) echtgenoten.
De stichtingsakte van 19 okt. 1870 komt van "Priester Henri Van Doorne
gedomicilieerd te Poucques en verblijvende te Southampton". Die akte laat
vermoeden dat Hendrik na de dood van zijn vader in het bezit kwam van het
ouderlijk huis en in 1865 gewijd werd ad titulurn patrimonii.
[21] ImmacuIate Conception and St. Joseph, PureweIl Street.
[22] Over de WeIds, zie bijdrage miss Flora WeId.
[23] De bisschop, bij wie Van Doorne kort voordien nog aan tafel zat, had hem voorgesteld "een paar dagen" bij de WeIds te verblijven in Lymington "op de boorden van New Forest " RdH, 1879, bl. 19.
[24] De meeste gedichten, voor een deel herwerkingen van
oudere gewrochten, komen voor in de jaargangen van RdH. 1873 tot 1879,
terwijl zijn driedelige roman "Jan Van Noorde" in 1881 verscheen. Ook later
blijft Van Doorne trouw aan de Muse. In zijn brief van 2 mei 1887 aan
Gezelle lezen wij: Ik dichtte nog somtijds een dichtjen 't zij Vlaamsch of
Engels en Hugo (Verriest) die hier over eenige dagen binnen getorten kwam,
was er nog content van. Nog in 1905 stuurt Van Doorne zijn verzen op naar
Van Oye ter beoordeling. Brief van 13 maart 1905 Van Doorne aan Van Dye. Een
beschrijving van Jan Van Noorde kan men lezen in Het Land van Nevele, sept.
1974, blz. 87, bijdrage van J. Van de Casteele.
De katholieke missie van Roehampton was pas in 1869 gesticht. De huidige
kerk dateert van 1881 (wijding op 24 juli 1883).
[25]Levensschets van Eerw. Moeder Vincentia, stichteres van de Zusters van de H. Vincentius a Paulo. Handschrift bewaard in 't klooster te Poeke.
[26] Winefride de I'Hôpital, Westminster Cathedral and its
Architect, Hutchinson and Co. 1919, dl. II, bl. 664.
Winefride was de zuster van de architect John Bentley. Was haar echtgenoot
een artiest uit België?
[27] Weale had in Londen eveneens in 1879 een soort
Sint-Lucasschool opgericht. naar het Gentse model van Bethune.
Over deze gilden en scholen in België en Buitenland: zie Jos Uytterhoeven,
Baron J.B. de Bethune (1621-1694) en de Neogothiek, in Hand. Koninkl.
Geschied- en Oudheidk. Kring van Kortrijk, 1965, bl. 3-101. In zijn
biografie ontbreekt zeker het werk van Winefride de l'Hopital.
[28] In zijn huis in de John Street hadden geregeld de vergaderingen plaats. De gegevens uit het werk van Winefride de l'Hopital werden niet verwerkt en ontbreken ook in de bibliografie van Arthur McCormack. M.H.M. Cardinal Vaughan, London 1966.
[29] "The Guild possessed one clerical member, the Rev. Hendrik (sic) Van Doorne, a Belgian priest... Father Van Doorne was elected vicewarden of the new body, the first warden was the late Sir Stuart Knill, somtime lord Mayor of London" W. de I'Hopital, o.c, bl. 664-665.
[30] W. de l'Hopital, noemt Weale "the learned antiquarian
and authority on Flemiah art, and intimate friend of Father Van Doorne's",
bl. 410.
"Hij (Weale) is mijn gebuur en komt van tijd tot tijd, en niet dat ik er 't
gers van de zulle niet en loop, en zoo zijnen kostelijken tijd niet en
verspeel, zijn wij beste vrienden", schrijft Van Doorne op 2 mei 1887 aan
Gezelle.
[31] Jub. Br. I, bl. 134. Brief van Van Oye van 22 mei 1863.
[32] Kelly, o.c. eerste blad.
[33] Kelly, o.c. eerste blad.
[34] W. de I'Hopital, o.c. dl 2, bl. 411.
[35] W. de I'Hopital, o.c. dl 2, bl. 414 en volgende. Plan en afwerking worden door de auteur uitvoerig beschreven. Een groots opgevatte kerk in "Early Decorated Style". De binnenste lengte bedraagt 142 voet, de breedte in de transepten 88 voet, het middenschip zou 98 voet lang, 30 voet breed en 46 voet hoog zijn. De toren zou 127 voet hoog zijn; met de spits 190 voet.
[36] Eerste citaat van de I'Hopital, o.c. bl. 418; Tweede citaat uit Kelly.
[37] Opeenvolgende sterfgevallen in de familie waren daar wel niet vreemd aan. Zijn zuster Maria-Josepha en zijn broer Alfons waren overleden in 1896; Sepke (Petrus-Josephus) in 1897. Het volgende jaar viel Bentley ziek. Alleen Augusta, die als Zuster Noemi-Joseph opeenvolgens in Engeland en Ierland verbleef, was nog in leven.
[38] Kelly, o.c. tweede blad.
[39] In nov. 1888 had de pastoor zijn eerste "assistant
priest" gekregen.
Een zekere Whitebread die enkel drie weken bleef. Na een "chequered career"
zou hij te Rome sterven omstreeks 1911.
Van 1908 tot 1913 was Karel Kimpe werkzaam te Brixton (Allossery I. 313-314)
Karel Kimpe: °Kortemark 1834-†Brixton 1913).
[40] Zie J. Van de Casteele, Hendrik Van Doorne: de Poekse Gezelle-discipel in Het land van Nevele, sept. 1974, blz. 84-86.
[41] Brief van 3 dec. 1969, geschreven door Jos.
Weld-Lulworth, Wareham, Dorset
-Father Van Doorne was never Chaplain at Lulworth, but as far as I know was
Parish Priest at Lymington, then moved to Christ Church (Hampshire).
-He was a friend of my Grandfather Joseph WeId, who lived at the lodge,
Lymington Hants.
[42] Een bronzen plaat bij de ingang van de kerk vereeuwigt de naam en het werk van Father Van Doorne, Kelly, o.c. bl. 2.