NEVELE IN DE VISITATIEVERSLAGEN
VAN BISSCHOP TRIEST

door E. Cieters en J. Van de Casteele

Sedert enkele jaren wordt in de geschiedschrijving heel wat aandacht besteed aan het kerkelijk leven in onze gewesten. Dat valt niet te verwonderen: er zijn zoveel bronnen die nog niet het voorwerp van een studie uitgemaakt hebben en het parochiaal leven omdat ook feiten en gebeurtenissen die buiten de zuiver kerkelijke aangelegenheden liggen.

In dat verband heeft Dr. M. Cloet, lector aan de Katholieke Universiteit te Leuven, reeds een standaardwerk gepubliceerd: Het kerkelijk leven in een landelijke dekenij van Vlaanderen tijdens de XVIIe eeuw, Tielt van 1609 tot 1700, Leuven, 1968.

Al wie zich interesseert voor de geschiedenis van de 17e eeuw mag dat werk niet over het hoofd zien. En als we weten dat, in die tijd, Lotenhulle, Poeke, Vinkt en vanaf 1642 Meigem en Poesele, onder de dekenij Tielt ressorteerden, dan ligt het voor de hand dat de studie van Dr. M. Cloet een uiterst belangrijke bijdrage is tot de geschiedenis van het Land van Nevele.

Onlangs is nu een nieuw werk van dezelfde historicus verschenen: Itinerarium visitatiorum Antonii Triest episcopi gandavensis (1623-1654). De visitatieverslagen van bisschop Triest, Leuven, 1976. Het is de volledige tekstuitgave van het verslagboek van de Gentse bisschop Triest.

Het handschrift van het Itinerarium, dat op het Rijksarchief te Gent bewaard wordt, telt 247 folio's die recto-verso volgeschreven zijn. Een zijde telt gemiddeld 55 regels en iedere regel grosso modo 9 woorden. Het geschrift is gotiek en moeilijk leesbaar; trouwens diende de bisschop geen zorg te besteden aan zijn geschrift, want zijn verslagen waren voor hem persoonlijk bestemd. Het mag als een soort kladwerk beschouwd worden. En als Dr. M. Cloet in zijn inleiding aanstipt: "Deze teksten konden alleen gelezen worden dan zij de vertrouwdheid met het taal- en stijleigen van de bisschop en vaak pas na herhaalde pogingen..." dan realiseren we wat een reuzenwerk aan die publicatie voorafgegaan is. Een specimen van het handschrift zal dat wel duidelijk maken.

Wie was bisschop Triest en waarom die bisschoppelijke visitatieverslagen? Om die vragen summier te beantwoorden, hebben we hoofdzakelijk enkele gegevens verwerkt uit de inleiding van Dr. M. Cloet.

Geboren te Beveren-Waas in 1577 werd Antonius Triest in 1602 tot priester gewijd. Nadat hij te Gent en te Brugge hoge kerkelijke functies had bekleed, werd hij in 1616 bisschop van Brugge en in 1622 bisschop van Gent, wat een promotie was.

Antonius Triest staat bekend als een strenge bisschop, die nauwlettend de hand zal houden aan het naleven van de kerkelijke voorschriften. Zijn gestrengheid en zin voor ascese hebben hem zelfs tot verzet geleid tegen het pauselijk gezag. Toen de leerstelling van de Ieperse bisschop Jansenius door Rome veroordeeld werd, koos Triest de zijde van deze laatste: zo wed hij op 12 mei 1653 gesuspendeerd, maar nog hetzelfde jaar onderwierp hij zich en mocht opnieuw zijn bisschopsambt uitoefenen.
Antonijs Triest is niet alleen een groot kerkdignitaris, maar tevens staat hij bekend voor zijn sociale inzet en zijn kunstzin. Benevens de hoge legaten die hij te Gent aan de Berg van Barmhartigheid schonk, stichtte hij een weeshuis voor meisjes en een dagelijkse bedeling van 30 broden na de mis van elf uur; dit gebruik heeft voortbestaan tot aan de Franse Revolutie.

Als kunstminnaar zal hij de Sint-Baafskathedraal met merkwaardige kunststukken begiftigen, o.a. met een massale kandelaar en een werk van Rubens. Te Gent, op Ekkergem, had A. Triest een buitengoed de Belvédère, waar zijn verzorgde bloementuin als een voorbode van de Gentse floralia kan doorgaan.

Deze eminente bisschopsfiguur stierf te Gent op 28 mei 1657. In het hoogkoor van de Sint-Baafskathedraal prijkt zijn praalgraf.

 


Fragment van het praalgraf van bisschop Triest
in de Sint-Baafskathedraal te Gent.

Het waarom van die visitatieverslagen

In de XVIe eeuw, toen de Hervorming uitgroeide tot een beweging die West-Europa overspoelde, zag de Kerk van Rome uit naar middelen om het getij te doen keren. Het Concilie van Trente (1545-1663) heeft niet alleen leerstellige decreten uitgevaardigd, maar ook een aantal in verband met het kerkelijk leven op de parochies. De geestelijke overheid diende na te gaan hoe het met de kerken en kapellen gesteld was, hoe de kerkbedienaars hun ambt vervulden en hoe de bevolking aan zijn kerkelijke plichten voldeed. De dekens zullen jaarlijks hun parochies bezoeken en aan de bisschop hun verslag sturen. De bisschop dient ze ook regelmatig aan te doen. Zo bezocht bisschop Triest om de drie jaar ongeveer de 150 parochies van zijn bisdom. Hij moet wel een dynamische werker geweest zijn, want per dag legt hij twee, drie tot vier bezoeken af.

De visitatieverslagen zijn in het Latijn gesteld en ontdaan van alle mooischrijverij. In een zakelijke stijl behandelden ze de verschillende onderwerpen. We citeren Dr. M. Cloet, die de hoofdpunten als dusdanig kenmerkt: "Doorgaans komen de kerk en haar uitrusting het eerst aan de beurt. Daarna gaat het meestal over de pastoor en andere geestelijken, als die er zijn. Tenslotte volgen de inlichtingen over de gemeenschap. Tussendoor wordt soms gehandeld over de koster, de onderwijzer, de vroedvrouwen, de dorpsheer, de baljuw(s), de kapelanieën of ander vrome verenigingen of stichtingen. Wie zijn paasplicht niet gehouden had, wie van "ketterij" verdacht werd, wie zijn vrouw verliet of een andere aanhing en wie op een of andere wijze ergernis gaf, werd door de bisschop zoveel mogelijk nominatim vermeld. Het aantal communicanten wordt vanaf 1626 systematisch vermeld. Hiermee zijn slechts enkele voorname themata aangegeven; zij mogen volstaan om de rijkdom van deze verslagen te suggereren."

(Dr. M. Cloet gaf ons de schriftelijke toestemming om de visitatieverslagen over Nevele integraal te vertalen en tevens was hij zo gedienstig om voor ons enkele moeilijkheden op te lossen, waarvoor onze oprechte dank.)

De twaalf verslagen over Nevele

 

Afkortingen:
C: het vormsel werd toegediend
pr.: een maaltijd werd opgediend
R.D.: Reverendissimus Dominus "de hoogeerwaarde heer".

14 september 1624 C. pr.

Van uit de vorige parochie bereikte de R.D. vóór het middagmaal dit dorp en bezocht er de kerk van de Grauwe Zusters, die niet onder toezicht van de ordinarius valt; volgens hun regel hebben deze zusters de verplichting voor de zieken te zorgen. Vandaar begaf hij zich naar de parochiekerk en trof deze aan in een erbarmelijke staat: slechts het koor met de toren waren hersteld, de overige muren dreigden in te storten. De inwoners zijn van plan het andere deel te herstellen. Daarom hebben ze verschillende bomen gekocht, die ze reeds naar het kerkhof hadden laten brengen; er waren mensen die opwierpen dat die bomen zouden beginnen rotten; de pastoor had er nochtans voor gewaarschuwd.  Een klein houten tabernakel was op het altaar geplaatst, wel waren de sacramentele vaten van zilver. De biechtstoel beantwoordde niet aan aan de voorschriften, maar de preekstoel was meer conform. De pastoor is een goed en ijverig man. Alle inwoners, ten getale van ongeveer 60o, voldeden aan de kerkelijke voorschriften, behalve een slechte vrouw, Joanna Paus geheten. Nochtans zijn er nog verscheidene erg verdachte individuen, zoals Jannius Baudonck, Joannes Leducq, de waard van "Den Hert", een godslasteraar en een onbehouwen man, en ook nog de plaatselijke amman. Er is hier geen onderwijzer, alhoewel er hier veel kinderen zijn. Het godsdienstonderricht, alhoewel de pastoor bereid is het te bevorderen, verslapt bij gebrek aan dwangmiddelen. Er worden in deze parochie twee missen opgedragen, één in het klooster van de Grauwe Zusters en de hoogmis in de parochiekerk. Beide zijn nochtans fondaties van bovengenoemde kerk. Hier wordt aan de H. Mauritius een grote volksdevotie gewijd ter voorkoming van doofheid of gehoorstoornissen; er werd nochtans geen enkel mirakel vastgesteld. De bedevaarders wrijven een soort olie aan hun oren die uit het busje komt dat vroeger door de wereldlijke heer geschonken was; het wordt in een schrijn gelegd en met de relikwieën in de processie rondgedragen. De pastorie is net en gerieflijk, maar nogal ver van de kerk verwijderd. De abt van Drongen maakt er aanspraak op, omdat vóór de laatste oorlogsperikelen oudere geestelijken daarheen plachten gestuurd te worden om zielzorg te verrichten. De namen van dopelingen en trouwers worden door de koster ingeschreven.

Noten

1.   De bisschop had de nacht doorgebracht op het fort S.Philippe te Bellem.
Hij bezocht eerst Poesele, Meigem, Vosselare. Na Nevele kwam Landegem nog aan de beurt.

2.   De Grauwe Zusters.

3.   De bouwvallige kerken in het Land van Nevele: nasleep van de godsdienstoorlogen die sedert de Hervorming de Zuidelijke Nederlanden teisterden.

4.   Francis de Landtsheer was toen pastoor van Nevele. F. MICHEM, De pastoors van het Land van Nevele, in Berichtenblad van de heemkundige kring Het Land van Nevele, jg. IV (1973), afl. 4, blz. 177-194.

5.   De herberg "Den hert" was gelegen in de huidige Langemunt, bij de Kattestraat; bestond nog in 1795. Bij de telling van de herbergen in 1774 wordt ze niet vermeld, wel vindt men een herberg "Den hert" op de wijk Het Veldeken, met in de randnota "suspect". Mededeling door Prof. R. Tavernier, Gent, die speurwerk verrichtte i.v.m. de cartografie van Nevele.

6.   De ligging van de pastorie stemt overeen met die van het huidig rusthuis Ter Leenen, in de Graaf van Hoornestraat, ongeveer twintig minuten gaans van de kerk. Zie kaart opgemaakt door Prof. Tavernier en getekend door Guido Schaeck.

7.   Te Nevele werd de zielzorg waargenomen door een monnik van de Premonstratenzerabdij van Drongen aan wie het patronaatsrecht toekwam. Toen in 1799 de gronden aan de pastorie toebehorend verkocht werden door de Franse Republiek, waren ze nog eigendom van de abdij van Drongen. De nieuwe eigenaar werd Jean van Nevele. Rijksarchief Gent, fonds Scheldedepartement, nrs. 1358 en 1476.

27 juli 1626. C.

Dezelfde dag bezocht hij de kerk van Nevele en diende het vormsel toe aan een groot aantal gelovigen. Over de pastoor en onderpastoors werd er niets anders dan goeds verteld. In aanwezigheid van de bijeengeroepen gemeenschap, de prelaat van Drongen, de dorpsheer en anderen die in de zaak geïnteresseerd waren, werd er over de herstelling van het kerkgebouw gehandeld. Benevens een som van 100 lb.gr., zou de prelaat zorgen voor het aanbrengen van een groot raam in het koor, de dorpsheer zou 1000 fl. inbrengen vanwege de mannen van de Oudburg en de gemeenschap zou er vrede meenemen een belasting van 3 fl. per gemet te betalen. Er zou getracht worden die belasting gelijkmatig te spreiden over drie termijnen vanaf de oogst, voor de jaren 1627 en 1628. En om elk uitstel van de herstelling te vermijden, zou de dorpsheer vanzijnentwege gratis de renten afstaan, die komen uit de bijdrage van zijn onderhorigen, wat ongeveer 2400 fl. bedraagt.

Noten

1.   Van 1625 tot 1637-1638 is Norbertus de Waeghenaere pastoor te Nevele. F. Michem, a.w.

2.   Sedert 1592 is de heerlijkheid van Nevele in het bezit van de familie Della Faille. De heer van Nevele was toen Jan della Faille (1566-1649) oudste zoon van de 16 kinderen van Maarten della Faille (1544-1620).

3.   Het graafschap Vlaanderen was administratief ingedeeld in kasselrijen. De roede van Nevele ressorteerde onder de kasselrij Oudburg.

12 mei 1627

Dezelfde dag reisde hij verder langs de kerk van Nevele en stelde vast dat het raam, onlangs door de abt van Drongen beloofd, reeds geplaatst was en dat de inwoners druk bezig waren met de restauratie van het schip van de kerk. Vermits hij enkele maanden voordien hier op visitatie was, reisde hij door naar de naburige parochie.

Noten

1.   De bisschop had de nacht doorgebracht te Bellem, op het fort waar zijn broer verbleef. Op 12 mei kwam hij in de vroege morgen te Hansbeke aan; hij bezocht verder Landegem, Nevele en Meigem, waar hij het middagmaal gebruikte. Omstreeks 5 uur in de namiddag vertrok hij naar Gent.

2.   Het geslacht Triest heeft een belangrijke rol gespeeld in het politiek, kerkelijk en militair leven. Phillippe Triest is de broer van de bisschop, was een hoger officier van het Spaanse leger in de Nederlanden. In 1645 te Gent overleden en begraven in de Sint-Michielskerk. De bisschop vermeldt hem nog met graad van kolonel in zijn verslag over Beveren, 1 juli 1633.

15 september 1630. C. pr.

Dezelfde dag omstreeks elf uur begaf hij zich naar het kerkhof, dat met een omheiningsmuur afgesloten is. Mits grote uitgaven was de kerk hersteld, maar er waren nog herstellingswerken; de sacristie was nog ongerieflijk wegens de vochtigheid. De uitrusting is onvoldoende en de doopvont heeft geen goede plaats, het tabernakel is nogal behoorlijk, maar de pyxis en vaten voor gewijde olie zijn te klein. Er is echter een merkwaardige monstrans. De parochieregisters zijn nauwkeurig, behalve dat de overlijdens er niet worden in opgetekend. De mannen van Oudburg waren sinds enkele jaren gewoon deze registers mee te nemen, maar na een hevig protest van de R.D. beloofde de opperbaljuw dat ze zouden teruggegeven worden. De pastoor en de kapelaan verstaan mekaar goed, evenals de hele gemeenschap en de magistraat, maar ze bekommeren zich weinig om het vieren van de feestdagen. Wat de vroedvrouwen betreft, is er geen enkele die in regel aangesteld is. Men bekommert zich niet om de personen, die uit andere parochies naar hier zijn komen wonen. Er zijn ongeveer 600 paasplichtigen, ze voldoen allemaal, behalve één enkel, Hertoghe genaamd, die vroeger voldeed, maar een slecht mens is en armer dan een bedelaar. Op zondagen en feestdagen worden hier telkens vespers en lauden gezongen. Er is geen tabel van godvruchtige stichtingen, noch een volledige lijst van de gezinnen van de parochie.

Noten

1.   De magistraat: het college van schepenen of schepenbank. Zie J. Van Rompaey, Het Land en de Heren van Nevele in een notedop, in Driemaandelijks berichtenblad van de heemkundige kring Het Land van Nevele, jg. VI (1975), afl. 3, blz. 133-150.

2.   "De hoge kindersterfte plaatste het nooddoopsel aan de orde van de dag. De kerkelijke overheid wilde om die reden toezicht houden op de rechtgelovigheid van de vroedvrouwen en tevens op hun bekwaamheid om een kind in geval van nood te helpen. Geen enkele vrouw mocht als vroedvrouw aangenomen worden tenzij na door een eed haar rechtgelovigheid te hebben bevestigd en na onderzoek van haar kennis van et nooddoopsel... In werkelijkheid hadden vele vroedvrouwen die eed niet afgelegd." Zie M. Cloet, Het kerkelijk leven in een landelijke dekenij..., blz. 295.

3.   De nieuw-aangekomenen op de parochie dienden hun getuigschrift over hun herkomst aan de pastoor voor te leggen.

 


Aan de basis van deze kaart liggen de landboeken van 1639 en 1682 (RAG fonds baronnie Nevele)
1. Kapel van de Oostbroek  - 2. Klooster van de Grauwe Zusters
3. Herberg "Den hert"  - 4. Kerk - 5. Kasteel
6. Pastorie of "preistraige van Nevele" (landboek)

24 april 1633 C. pr.

Dezelfde dag, omstreeks of na twaalf uur, begaf hij zich naar deze kerk, die hij nu, dank zij grote uitgaven, geheel hersteld aantrof. Toch was ze nog niet voldoende versierd en nog niet geplaveid. De pastoor, de kapelaan en de koster genieten een goede faam en naam, ze zijn ijverig, bescheiden en geliefd bij de bevolking. In het godsdienstonderricht zijn er veel tekortkomingen en het is wenselijk dat het ook van tijd tot tijd in een bepaald gehucht zou gegeven worden, nl. Veldekens, waar een nogal ruw volkje woont. De baljuw, de magistraat en alle officieren waren toen uit hun ambt ontzet wegens meningsverschillen tussen de plaatselijke heren, dit tot groot nadeel van de kerk en het handhaven van de orde. Er zijn hier ongeveer 600 paasplichtigen; ze voldeden allen, enkele uitgezonderd, die nochtans niet slecht zijn. Er is hier een publieke vrouw die dient verbannen te worden. Het decreet over het niet aanvaarden van vreemdelingen wordt moeilijk nageleefd. De vroedvrouw is absoluut niet onderlegd in de vorm of wijze van het dopen. Er zijn hier geen stichtingen. Een register van de pastorale goederen is er niet, daar de abt van Drongen bijna alle opbrengsten voor zich houdt. De parochieregisters zijn nauwkeurig, eveneens het rekeningenboek. De magistraat wordt aangesteld zonder inspraak van de pastoor.

Noten

1.   Die dag heeft de bisschop Landegem, Lotenhulle, Poesele, Nevele en Vosselare bezocht. 's Avonds is hij dan nog naar Gent vertrokken;

2.   Verder wordt ook nog Veldeken geschreven. Op de kaart uit Sanderus staat ook Veldekens. De wijk Het Veldeken ligt zowat 4 km van de dorpskom verwijderd. We herinneren ons nog dat, in het tijdperk tussen de twee wereldoorlogen, de gemeenteraadsleden, verkozen op Het Veldeken, meer dan eens aangedrongen hebben op het oprichten van een school en een kapel op hun wijk. Met de moderne verkeersmiddelen zal die eis wellicht niet meer gesteld worden.

3.   Jan della Faille en zijn broer Joris, die o.a. baljuw van de Oudburg te Gent was, zijn allebei heer van Nevele, wat natuurlijk betwistingen zal meebrengen inzake bevoegdheden in het bestuur van de heerlijkheid.

22 september 1636. C.

Diezelfde dag, bezocht hij hier de kerk, die opperbest hersteld en uitgerust is. De sacristie is goed gebouwd en in alle opzichten goed voorzien. De rekeningen en de registers zijn uiterst nauwkeurig. Er zijn ongeveer 550 paasplichtigen, die allen voldeden behalve Michaël Verbeke en Adriaan..., een ongehuwde kleermaker. Beiden waren nochtans meermaals gewaarschuwd. Er wordt hier weinig zorg besteed aan het onderhouden van de feestdagen wegens het feit dat de baljuw hier niet verblijft. De plattelandsbevolking draagt niet bij in de prijzen voor het catechismusonderricht. De pastoor leeft in goede verstandhouding met de hele gemeenschap, alhoewel gezegd wordt dat hij zeer gemeenzaam omgaat met z'n meid en hij niet zo gereserveerd is in zijn gesprekken met vrouwen zoals het een pastoor en kloosterling past.

Noten

1.   Op 22 september deed de bisschop slechts Poesele en Nevele aan.

2.   De plattelandsbevolking: hiermee zal waarschijnlijk bedoeld worden de bevolking van Nevele buiten. Zie prof. J. Van Rompaey, a.w. blz. 137-139 en R. Van den Abeele, de "Vrijheid" van Nevele, in Bijdragen tot de geschiedenis der stad Deinze XVI en Over de Heerlijkheid en het Land van Nevele, in Bijdragen..., XVIII.

3.   Om het absenteïsme in het catechismusonderricht tegen te gaan werden prijzen uitgeloofd, maar om die aan te kopen dienden de pastoor voor de nodige fondsen te zorgen. Zie M. Cloet, a.w., blz. 397-400.

19 september 1640. C.

Diezelfde dag, vóór het middagmaal, vond hij in deze kerk alles in goede staat, behalve dat het Allerheiligste Sacrament niet met een corporale bedekt was. De sacristie is goed, maar er ontbreken verschillende ornamenten aan het kerkelijk jaar aangepast. Het misuur wordt niet in acht genomen, zodat er maar weinig of geen tussentijd is tussen de vroegmis en de hoogmis, dit zeer ten ongerieve van de bevolking. Er is geen lijst van godvruchtige stichtingen. Bij de autoriteiten is er weinig of geen zorg voor de feestdagen en rondreizende "quacsalvers" mogen hun medicijnen verkopen. Schepenen worden hier en elders aangesteld door de heer van Nevele, zonder enige mededeling erover aan de pastoor, zo slopen er soms enkele tamelijk verdachte elementen binnen. Er zijn hier ongeveer 800 paasplichtigen, die voldoen en goed overeenkomen met pastoor en onderpastoor; niet zo goed echter zijn de plaatsvervangende baljuw en vroedvrouw; deze laatste heeft een kind zonder doopsel laten sterven. De rekeningen zijn nauwkeurig, maar de heer onderpastoor die de zorg heeft over de inkomsten van het altaar van de H. Mauritius verteert deze zonder er rekenschap over te geven, evenals de koster over die van het altaar van O.L.Vrouw. De registers zijn nauwkeurig, maar niet altijd wort het uur van de geboorte aangegeven.

Noten

1.   De bisschop had overnacht op het kasteel van Ooidonk en bezocht op 19 september Landegem, Nevele, Vosselare, Meigem en Bachte. 's Avonds keerde hij terug naar Nevele, waar hij op het kasteel het avondmaal gebruikte en overnachtte.

2.   Agidius Paret is nu pastoor, van 1637 tot 1641.

4 september 1642. C.

Diezelfde dag óór het middagmaal bezocht ik ook deze kerk, en alles was er bevredigend, behalve het schilderij met de H. Mauritius, waarvan ik reeds voor enkeljaren voorstelde het weg te nemen;  er zijn ook veel te weinig ornamenten voor een dergelijke plaats, waar doorgaans drie priesters verblijven. Er is nu een nieuwe pastoor aangesteld en zo kon ik mij nauwelijks inlichten over de kwaliteiten van de parochianen behalve bij de h. van Royen, die verklaarde dat heel wat parochianen van ketterij verdacht zijn, alhoewel zij ieder jaar aan hun plichten voldoen. Er zijn ongeveer 800 paasplichtigen. De baljuw en de suisse bekommeren zich weinig om de luister van de kerk; De bovengenoemde heer van Royen neemt het godsdienstonderricht zeer ernstig op. De parochieregisters zijn in orde en eveneens de rekeningen, maar er is geen archief. Van de overigen kan ik niets anders dan goeds zeggen, behalve dat de officieren erg nalatig zijn om de overtreders van de feestdagen te straffen. Wanneer ik zeg: niets anders dan goeds vernomen te hebben, dan betreft het de schepenen, de dis- en kerkmeesters, de onderwijzers, de vroedvrouwen, het onderzoek van zij die trouwbeloften aangaan, die uit andere parochies naar hier verhuizen, het vervullen van de verplichtingen i.v.m. beneficiën, godvruchtige stichtingen en testamenten. Er wordt gezegd dat hier een geestelijke zonder vaste woonplaats rondtrekt, bij name Petrus de Waeghenare, over wie we de pastoor van Ruiselede zouden kunnen ondervragen.

Noten

1.   De bisschop had te Deinze overnacht en bezocht op 4 september Meigem, Lotenhulle, Poesele en Nevele. In sommige verslagen schrijft hij in de eerste persoon.

2.   Maurits Dufour werd pastoor benoemd op 2 augustus 1642 en heeft zijn pastoorsambt uitgeoefend tot 1702. Zijn voorganger, Nicolaas Lust, was er slechts pastoor van 1641 tot 1642; hij werd verplaatst wegens zijn onfatsoenlijk gedrag. In dit verband vermelden we een onuitgegeven licentiaatsverhandeling die het Land van Nevele buitengewoon aanbelangt. H. Vervaeke, Het Kerkelijk leven in de dekenij Deinze onder deken Michiel Zachtmoorter (1612-1660) en bisschop Antoon Triest (1622-1657), Leuven, 1974. De auteur van die studie is een oud-studente van Prof. M. Cloet; ze was zo vriendelijk ons inzage te geven van haar studie, waarvoor onze oprechte dank.

3.   Bij zijn bezoek te Zevergem op 1 mei 1949 noteert de bisschop: "Petrus de Waeghenaere, diaken, vertoont zich in geestelijke kledij en vertelt schandalige praat."

8 september 1647. C.

De kerk werd in vrij goede staat aangetroffen, alhoewel ze door de ketters werd geplunderd. De pastoor komt goed overeen met de clerus en de bedienaars van zijn kerk, behalve dat de kapelaan, bij gebrek aan kennis, geen enkele hulp kan bieden in een zo uitgestrekte parochie. De onderwijzer is een gemene dronkaard. De registers zouden volstrekt nauwkeurig zijn, zo het uur van overlijden werd genoteerd. Er is geen lijst van godvruchtige stichtingen. Omwille van de troebelen, werd het archief naar Gent overgebracht. Er zijn hier veel lauwe katholieken, onder wie Judocus Kakart en zijn vrouw die nauwelijks viermaal per jaar de mis bijwonen. Een pseudo-belezer, bij name Adam, bezoekt regelmatig deze parochie. De officieren zorgen er geenszins voor de kinderen weg van straat te houden op het uur van het godsdienstonderricht, en sinds de dood van de heer van Royen werd dit onderricht op het gehucht Veldekens onderbroken. Het kerkhof staat vol onkruid. Joannes de Costere bracht een deftige weduwe publiek in opspraak; toen hij in de paastijd wou te biechten gaan zond de pastoor hem terug en wou zijn biecht niet horen voor hij de faam van die weduwe in ere had hersteld; die man trok het zich niet aan en hij wou zonder biechten communiceren, indien de pastoor het hem niet had belet, en sindsdien komt hij niet meer naar de kerk. De kerkfabriek betaalde nog niet aan de armendis een bepaald aantal schoeisels bestemd voor de armendis van Vosselare.

Noot

Op 8 september heeft de bisschop slechts Nevele bezocht. Zijn vorig bezoek dateert van vijf jaar geleden, maar de jaren 1644, 1645 en 1646 zijn bange oorlogsjaren voor de Leiestreek. Zie M. Cloet, a.w., blz. 90-98.

3 mei 1649. C.


Specimen van het handschrift van Bisschop Triest: eodem die visitavi hanc ecclesiam... Nevele 3 mei 1649
 

Drie altaren werden gewijd: het hoofdaltaar ter ere van de H. Geest, het 2e ter ere van O.L.Vrouw, het 3e ter ere van de H. Mauritius en de procuratie werd gegeven door de pastoor alleen. Diezelfde dag bezocht ik deze kerk en bevond haar in alle opzichten in goede staat en uitgerust, alhoewel ze heel veel geleden had onder de vernieling door vijandelijke legerbenden. De relikwieën van het H. Kruis en de H. Mauritius worden goed bewaard. De pastoor is een ijverig man, goed van naam en faam, evenals zijn kapelaan, die echter preekt noch godsdienstonderricht geeft. Met zijn moeder, een voorname dame, onderhoudt deze kapelaan zijn familie; hij bewerkt zijn landerijen, dit niet zonder de afgunst van de boeren en de baljuw op te wekken. Deze laatste schijnt de kapelaan en alle pastoors tegen te werken en ook de kerk, daar waar hij kan. Ik heb hem nochtans met zijn pastoor verzoend en er werd overeengekomen dat geen dis- of kerkmeester zouden verkozen worden zonder zijn tussenkomst en dat de parochie de prijzen diende te geven voor het catechismusonderricht. Het Edict van het Concilie wordt niet nageleefd; er werd beloofd het in het vervolg wel na te leven. De onderbaljuw, zijn broer, is een bierbrouwer, hij verkoopt en laat bier uitvoeren op zon- en feestdagen, zonder de minste eerbied voor het vieren van de feestdagen; het is een onbeschofte kerel. (N.: deze onderbaljuw spreekt de pastoor tegen en beschuldigt hem, dat, toen hij enkele mensen wou bestraffen, de pastoor het hem op alle manieren trachtte te beletten. De pastoor geeft dat toe, maar sedert hij met die mensen over dispensatie gehandeld had, konden deze daardoor niet meer verontrust worden).

Het volk gehoorzaamt goed, behalve Judocus Kakart - hij wordt verdacht van ketterij -, en Petrus Hyde, die de reputatie heeft van pseudo-belezer en te Leerne woont. Over andere pseudo-belezers kon niets worden bewezen. Er werd gedacht dat het catechismusonderricht beter na de eerste mis zou plaats vinden, dat omwille van een grotere opkomst. Over het schoeisel dat jaarlijks aan de armen te Vosselare moet gegeven worden, schijnt geen andere verplichting te bestaan dan het betalen van 3 grossen jaarlijks. Het catechismusonderricht, dat op het gehucht Veldeken placht gegeven te worden, werd onderbroken, omdat de inwoners daarin een voorwendsel zagen om niet naar de kerk te komen; op dat gehucht waren er ook gemengde samenkomsten in het huis van Jacobus Sutterman (N.: hij is nu vertrokken); van wie gezegd wordt dat hij jongelui in het bederf brengt. Anderen zeggen dat ze plaats vonden in het huis van bovengenoemde Kakart.

Er is hier geen dag vastgesteld voor het voorleggen van de rekeningen. Er bestaat geen archief betreffende de te bewaren stukken, die overgebleven zijn na het vernielen van de parochiekerk. De Grauwe Zusters, in weerwil van de overeenkomst aangegaan bij hun vestiging alhier, luiden de klok als in hun klooster de missen gelezen worden en het feit dat er mis gedaan wordt is ten nadele van de parochiekerk. De pastoor en de kloosterlingen spreken al niet meer met mekaar. De kapelaan vertelde mij dat de pastoor niet graag zieken bezoekt en dat een persoon zonder sacramenten is gestorven op het feest van de H. Franciscus, wegens de afwezigheid van de pastoor van de parochie, wat nogal dikwijls gebeurt, er wordt zelfs verteld dat hij in het klooster overnachtte en wel in een slaapgelegenheid door hem daar aangebracht, daarop werd hij verdacht omgang te hebben met een vroegere overste van dit klooster, die in Gent woont, met wie hij vroeger al de naam had van al te familiair te praten. Voor het overige hoorde ik niets dan goeds. De registers zijn nauwkeurig.

Noten

1.   De bisschop heeft op 3 mei Landegem, Nevele en Poesele bezocht en heeft dan te Nevele gelogeerd; bij wie en waar is niet aangegeven. Op 4 mei is hij in de vroege morgen naar Vinkt vertrokken.

2.   Volgens De Potter, Geschiedenis van Nevele, Gent 1864... was Adriaan D'Hamere, heer van Reibroek, baljuw van Nevele.

3.   Reeds had Laurens Goethals, pastoor te Nevele van 1613 tot 1622 zich gecompromitteerd met de zusters van het klooster, zoals later Nicolaas Lust en Maurits Dufour. Zie H. Vervaeke, a.w. p. 120-121.

4 september 1651. C. pr.

Tussen de pastoor (die praatziek en dikwijls afwezig is) en de magistraat en vele anderen botert het niet, omdat dezen zich te veel mengen in het parochiewezen. Overigens gaat het zeer goed. Er was tussen deze partijen een grote discussie over het verkiezen van de kerk- en dismeesters; hij heeft dit bijgelegd en ze worden met wederzijdse toestemming verkozen. De baljuw wilde het gezag tegenwerken, dat de pastoor van rechtswege heeft om de kerkelijke zaken te regelen, en dit recht voor hem alleen opeisen. De baljuw echter is een bierbrouwer en hij levert bier op de feestdagen. Hij wed hierover berispt en beloofde zich te beteren of ermee op te houden. De kapelaan durft nog niet preken. Ik maande hem aan, dat hij enkel op de feestdagen zou preken of onderricht geven, en hij beloofde dit te zullen doen. De pastoor oordeelt dat het niet goed is dat catechismusonderricht gegeven wordt op het gehucht van de parochie, Veldekens genaamd, waar heel wat families wonen ver van de parochiekerk verwijderd; de mensen waren nu al gewoon naar de parochiekerk te komen, die ze nochtans te vroeg verlaten. De pastoor verklaarde zich bereid te gehoorzamen, indien geoordeeld werd dat het beter was te handelen zoals vroeger. De parochie gaf geen prijzen, maar beloofde er te zullen geven, vermits in het vervolg de meesters zullen gekozen worden met tussenkomst van de pastoor. Er is nog geen vastgestelde dag om de rekeningen voor te leggen, het Concilie-edict wordt nageleerd. Er zijn ongeveer 949 paasplichtigen, die allen voldoen en een vrij goede naam hebben, behalve Petrus Ide, die hier en op vele plaatsen voor belezer gehouden wordt. Velen waren hier verdacht, ze zijn nu overleden of verlieten de parochie en het kon niet bewezen worden of hier sommige bijeenkomsten plaatsvinden. Er is een archief aangelegd. In de stad is er overleg tussen de magistraat en de pastoor, maar niet op gelijk welke plaats van het grondgebied, omdat hier en daar slechts één schepen wordt benoemd. De rekeningen en de registers zijn nauwkeurig.

Noten

1.   De bisschop had te Bellem gelogeerd. 's Anderendaags bezocht hij Poesele, Landegem, Nevele en Vosselare.

2.   Waarschijnlijk wordt de onderbaljuw bedoeld: zie vorig bezoek.

3.   "Te vroeg" komt niet voor in de Latijnse tekst; anders is de zin moeilijk te begrijpen. "Het lijkt een meer verspreide gewoonte geweest te zijn de kerk te verlaten vóór het einde van de mis", zie M.Cloet, a.w., blz. 276-278.

4.   Wellicht is er hier ook sprake van Nevele binnen en Nevele buiten, als de bisschop spreekt over stad en gelijk welke plaats van het grondgebied.

5.   Jan-Maarten della Faille is nu heer van Nevele. Hij stierf op 13 augustus 1669, werd te Nevele begraven, waar zijn grafmonument in het koor van de kerk prijkt.

17 augustus 1654. C.

Diezelfde dag trof ik hier de kerk aan veel beter uitgerust dan vroeger en alles was er geschikt volgens de voorschriften en St.-Mauritius wordt er speciaal vereerd. De pastoor en de kapelaan komen zeer goed overeen met heel de bevolking, die uit 900 paasplichtigen bestaat. Het reglement wordt niet onderhouden. Er is hier in de nabijheid van de parochiekerk een kapel ter ere van O.L.Vrouw, die bepaalde inkomsten heeft; de kapelaan besteedt die zonder er de minste rekenschap over te geven, wat de baljuw en de magistraat wel zouden willen. Al het overige werd in goede staat bevonden. De pastorie is goed en gerieflijk met een goed onderhouden tuin. Deze pastoor heeft twee meiden. De magistraat betaalt gedeeltelijk de prijzen. De overeenkomst gesloten tussen de pastoor en de Grauwe Zusters wordt van beide kanten goed nageleefd, maar ze leven nog niet achter clausuur. Er wordt goed catechismusonderricht gegeven.

Noten

1.   Op 17 augustus bezocht de bisschop Poesele, Nevele en Vosselare.

2.   Het betreft de kapel in de Oostbroek gelegen.

3.   Is het de voorbode van een nieuw kloosterleven? In 1655 wordt de "reforme" in het klooster te Nevele ingevoerd en wordt het een kloosterslot. Zie Cornet, Notices historiques sur l'ancienne congrégation des Pénitentes-Récollectines de Limbourg, Bruxelles, 1869, blz. 135-136. C. De Backer, Het klooster de Penitenten bij St.-Jacobs, in les Cahiers de la Biloque, nr. 6, 1974, blz. 175-176.

Slotbeschouwing

Deze visitatieverslagen geven ons een typisch beeld van een kwarteeuw Nevels gebeuren uit de 17e eeuw.

De noten die wij eraan toegevoegd hebben behandelen de materie niet volledig, want parochieregisters, dekanale verslagen, kerkrekeningen en andere documenten dienen nog geraadpleegd te worden om een breder commentaar te verschaffen en zo een vollediger beeld van het gebeuren te verkrijgen.