JULIUS NIEUWLAND: LEVEN EN WERK
door Armand Bauwens
Julius Nieuwland werd geboren te Hansbeke op 14 februari 1878. Op dezelfde dag werd hij gedoopt door E.H. Fr. Bullens, pastoor van Hansbeke. Zijn peter was K.L. Van Hoecke en zijn meter was Virginie Coussens (moeder van August Tollens van Reibroek, Hansbeke).
Nu volgt een uittreksel uit zijn geboorteakte:
Ten jare achttienhonderdachtenzeventig, den veertienden Februari om 4 ure namiddag, voor ons Josephe Buysse, Schepen, gedelegeerden ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Hansbeke arrondissement Gent, provincie Oostvlaanderen, is verschenen Joannes Baptiste Nieuwland, oud negenentwintig jaren, werkman, geboren te Lootenhulle, wonende te Hansbeke, wijk Reybroeck, welken ons heeft vertoond een kind van het mannelijk geslacht, op heden veertienden Februari om tien ure voormiddag geboren in deze gemeente, van hem comparant en van Philomena Van Hoecke, zijn huisvrouw, oud zesendertig jaren, kantwerkster, geboren te Hansbeke, aan hetwelk hij verklaard heeft te geven den voornaam JULIUS. Verklaring en vertooning gedaan in bijwezen van Petrus De Vreese oud vier en vijftig jaren, herbergier en Isidoor Alyn, oud negenendertig jaren, onderwijzer, wonende beiden te Hansbeke, getuigen hiertoe aangezocht, welke na gedane voorlezing met ons hebben geteekend. De vader verklaart niet te kunnen schrijven of naamteekenen bij onkunde.
P. De Vreese Is. Alyn J. Buysse
Vader Nieuwland was enige jaren voor zijn huwelijk als landbouwwerkman in dienst getreden bij de weduwe Ranschaert (op het hof waar nu Kamiel Verhelst woont, Reibroekstraat 78) en later ook bij Bernard Tollens (het hof waar nu Raymond Tollens woont, Boerestraat 11). Op 25 juni 1877 werd zijn huwelijk met Philomena Van Hoecke ingezegend door pastoor Bullens; getuigen waren: Karel Van Hoecke en Rosalie Nieuwland. Het jonge echtpaar ging in het huisje wonen, dat moet gestaan hebben achter de woning, nu bewoond door Armand De Wulf, Reibroekstraat 76, maar dat nu verdwenen is. In die tijd was het een tweewoonst en het was in het huisje aan de kant van Kamiel Verhelst dat Julius Nieuwland geboren werd. In 1880, twee jaar na de geboorte van hun zoon, die ook hun enig kind zou blijven, verkocht de familie Nieuwland in openbare venditie al haar huisraad en vertrok naar Amerika. Hiermee begon voor deze eenvoudige, landelijke mensen het grote avontuur.
Na een tocht van een zestal weken met een zeilschip over de Atlantische Oceaan kwamen zij te New York aan, de grote verzamelplaats van de vele immigranten uit alle landen. Van hieruit belandden zij, na een treinreis van een vijftal dagen, in South Bend, in de staat Indiana, en voegden zich bij de kolonie van de vele Vlamingen die in het midden-Westen van Amerika gegroeid was. Tenslotte werden zij bij vrienden ondergebracht in South Bend en zo begon het leven in Amerika voor deze kleine familie. Vader Nieuwland vond er spoedig werk in de fabrieken, maar stierf reeds in 1900 in de leeftijd van 51 jaar. Hij mocht nog beleven dat zijn zoon Julius een studiebeurs verwierf en aan het seminarie van Notre Dame de weg opging naar het priesterschap. In 1899 behaalde hij de graad van "Bachelor of Arts" aan de universiteit van Notre Dame.
Keren we echter even terug naar de jeugdjaren van Julius. In een brochure getiteld "Famous names in chemical History" van 1948, vonden we vele gegevens uit zijn jeugdjaren. De jongen leerde samen met zijn ouders Engels spreken, hoewel thuis de gewone omgangstaal Vlaams was. Toen hij zes jaar oud was, nam zijn moeder hem mee naar de nabijgelegen Duitse parochieschool St. Mary, waar hij Duits en Engels leerde. Hij kreeg een studiebeurs en werd naar het Heilig Kruis seminarie gezonden. Hoewel hij zwak was in Engels slaagde hij op de valreep en kon met zijn studies beginnen. Over zijn afscheid van huis bij zijn intrede in het seminarie lezen wij de volgende aandoenlijke passage: "Op zekere dag in het jaar 1892 stond een minzame vrouw in de deuropening van haar bescheiden woning in een arbeiderswijk van South Bend. Zij keek haar zoon na, een ranke knaap van 14 jaar, toen hij de straat afwandelde. Juist voor hij de hoek omdraaide keerde de jongen zich nog eens om en wuifde nog eens naar zijn moeder. Moedig wuifde zij terug en verdween dan in haar huisje, haar tranen afdrogend met een zakdoek. Het waren echter vreugdetranen. Zij weende van louter geluk. Haar droom zou in vervulling gaan, haar zoon was op weg voor zijn eerste dag in het seminarie van Notre Dame.[i] Voor de devote, diep-christelijke moeder was dit een grote zegen. Het maakte niets meer uit wat er met haar of haar echtgenoot nog zou gebeuren. Zij zou tevreden zijn, want haar gebed zou verhoord worden. In haar verbeelding dacht zij ongetwijfeld aan de dorpspastoor van Hansbeke, haar geboortedorp. Of aan de pastoor van haar huidige parochie St. Mary. Haar enige zoon zou priester worden, pastoor!" Zeker zal zij op dat moment nooit gedacht hebben dat haar zoon weliswaar priester zou worden maar dan priester tussen reageerbuisjes, bokalen en kolfflessen, experimenterend met gevaarlijke preparaten die ieder ogenblik konden ontploffen. Zij kon zeker niet vermoeden dat haar rustige vlijtige jongen eenmaal de grootste onderscheiding zou krijgen die de Amerikaanse wetenschapswereld kan verlenen.
Tijdens zijn studies aan het seminarie waren de kwaliteiten van Julius Nieuwland reeds volop tot uiting gekomen en het bleek duidelijk dat hij bijzondere aanleg had voor wiskunde en wetenschappen. Van 1899 tot 1903 gaat hij naar de katholieke universiteit van Washington DC voor zijn theologische studies en wordt in 1903 in Notre Dame tot priester gewijd. Hij was toen priester van de congregatie van het Heilig Kruis en behaalde in 1904 zijn doctoraat in de wijsbegeerte. Hoewel zijn belangstelling vooral uitging naar de scheikunde werd hij in 1904 professor van plantkunde aan de universiteit van Notre Dame.
Pater Nieuwland als botanicus
Buiten zijn lesuren werd hij een verwoed plantenverzamelaar en ging op zoektocht in Noord-Indiana, zuid-west Michigan, New Jersey, Alabama en Oregon. Zo werd hij de samensteller van het vermaarde "Nieuwland Herbarium" met zijn 50.000 plantensoorten. Hij is een der grondleggers geweest van de systematische plantkunde en stichter van de "American Midland Naturalist". Hij richtte dit tijdschrift op in 1909 en was er gedurende een kwarteeuw de hoofdredacteur van. Dit toonaangevende tijdschrift was een monument in zijn genre en was verspreid over de hele wereld. Hij werd geraadpleegd in alle onderwijsinstellingen. Pater Nieuwland was eveneens de oprichter van de "Green" bibliotheek, een boekenverzameling over plantkunde, die meer dan 5.000 volumes bevatte, waaronder zeer zeldzame en waardevolle boekdelen. Altijd was hij op uitkijk naar nieuwe planten. Tijdens een uitstap per moto met een vriend-priester gebeurde het eens dat hij, niettegenstaande de snelheid van de moto, een eigenaardige plant ontdekte langs de straatkant. Hij zat op de duozitting en wilde zijn vriend doen stoppen. Deze dreef echter een weinig de spot met hem en reed door. Toch hield hij vol en deed zijn vriend 7 km terugkeren om de plant te plukken. Gedurende de jaren dat hij plantkunde doceerde bleef zijn belangstelling voor scheikunde toenemen. Zodra hij zijn lessen gegeven had, verdween hij in zijn laboratorium en het gebeurde dikwijls dat hij dagen doorging zonder zich enige rust te gunnen. Bij een kleine ontploffing in zijn laboratorium liep hij ernstige brandwonden op zodat hij een achttal dagen moest verpleegd worden. Hij kon werkelijk geen beter kenspreuk nemen dan zijn naam, versierd met een eenvoudige veldbloem, een anemoon en het volgende vers uit Matt. VII. 28: "Consider the lilies of the field".
Pater Nieuwland als chemicus
In 1918 werd Pater Nieuwland professor in de organische scheikunde aan de universiteit van Notre Dame en eveneens deken van het college van wetenschappen. Dit is de periode geweest van zijn grote uitvinding: het synthetisch rubber. Hierop gaan we in dit artikel niet verder in omdat dit hoofdstuk verder breedvoerig zal behandeld worden. Alleen dit nog. Een Amerikaans geleerde, Lewis, professor aan de universiteit van Californië, die de opdracht gekregen had stikgassen te ontwikkelen voor het front aan de IJzer had de studies van Pater Nieuwland gelezen en opgemerkt dat met de resultaten van zijn onderzoek een dodelijk stikgas kon bereid worden dat veel sterker was dan het reeds gekende. Hij ging Pater Nieuwland opzoeken die om humanitaire redenen weigerde mee te werken. De Amerikaan zette alleen de proeven verder en bereidde een stikgas dat hij naar zichzelf "Lewisiet" noemde. Dit gas was zo krachtig dat reeds een vluchtig contact de dood veroorzaakte. Gelukkig heeft het einde van de oorlog belet dat men dit stikgas zou gebruiken. De stigas-geschiedenis zette Pater Nieuwland ertoe aan voortaan zijn bevindingen niet meer te publiceren. Hierdoor is het te verklaren dat hij het procédé om kunstrubber te vervaardigen reeds verscheidene jaren gevonden had voor er ruchtbaarheid aan gegeven werd.
Pater Nieuwland als mens
Pater Nieuwland was een buitengewoon lesgever en een nederig en ingoed man. Buiten het Vlaams en het Engels sprak hij ook Frans, Duits en Italiaans, hoewel zijn voorkeur uitging naar Latijn en Grieks. Hij was algemeen bekend om zijn vaderlijkheid en zijn nederigheid. Eens, toen de hoogste Amerikaanse autoriteiten naar de universiteit kwamen om hem een onderscheiding uit te reiken, verscheen hij op de plechtigheid in een oud afgedragen priesterkleed waarop duidelijk sporen van zijn laboratoriumwerk te zien waren. Het werd een incident dat pater rector nooit vergat: hij stelde immers een pater aan die ervoor moest zorgen dat Pater Nieuwland, ingeval er hoog bezoek kwam, hen in behoorlijke kledij zou ontvangen.
Zijn collega's getuigen van hem dat hij een beminnenswaardig man was, steeds met een hartverwarmende glimlach op het gelaat. Men kon hem zien wandelen langs de parken en meren van de uitgestrekte universiteitscampus, steeds zoekend naar planten of kuierend langs de schaduwrijke dreven. Vooral in gezelschap van kinderen was hij in zijn element; hij vertelde hen verhaaltjes en deelde snoepgoed uit. Het liefste wat hij deed was met een groep kinderen naar het circus gaan. Als het circus naar South Bend kwam, dan vond men hem altijd op de eerste rij, midden de kinderen. Hij was liefhebber van klassieke muziek en speelde zelf gitaar. Eens gaf hij een amusante definitie van een gentleman: "Een gentleman" zei hij "is een man die saxofoon kan spelen maar het niet doet!". Hij las graag detectiveverhalen en zette de bibliothecaris aan het werk om alle thrillers op te zoeken die hij nog niet gelezen had. Deze verslond hij dan boven op het dak van de bibliotheek, terwijl hij haastig zijn voedsel knabbelde. "Pater Nieuwland neemt zijn proefbuisjes (met hun gevaarlijke inhoud) op dezelfde manier vast als een slangenbezweerder zijn giftige slangetjes" zo getuigden zijn collega's.
In 1935 ontving hij de "chemical Award", de hoogste onderscheiding die de "American Chemical Society" jaarlijks toekent. Bij die gelegenheid stuurde pastoor Van De Putte, toenmalig pastoor van Hansbeke, hem het volgende telegram: "Al de Hansbekenaren verheugden zich en juichten eenparig hun geleerde dorpsgenoot toe en hebben hem ter gelegenheid der vereeremerking dezer groote onderscheiding hunnen hartelijkste gelukwenschen aangeboden".
Enige dagen later ontving de
pastoor van Hansbeke het volgende antwoord: "Zeer eerwaarde Heer Pastoor. Ik was
zeer verheugd uw vriendelijk schrijven onlangs te ontvangen en dank U en de
gansche bevolking van Hansbeke uit ganscher harte om hun gelukwenschen. Ik
ontving ook de parochiale bladen van Hansbeke en ik vond ze waarlijk
interessant."
(get.) P. Jul. Nieuwland
Op 11 juni 1936 was Pater Nieuwland op bezoek inde katholieke universiteit van Washington D.C. waar hij vroeger gestudeerd had. Hij was er aan het werk in het laboratorium toen een fatale hartaanval hem neervelde. Hij stierf zoals hij geleefd had, midden in werkveld, in de leeftijd van 58 jaar.
Wie nu de universiteit bezoekt van Notre Dame zal op het kerkhof van de paters een eenvoudig kruis vinden waarop geschreven stat: "REV. Julius Nieuwland. C.S.C. Feb. 14-1878. Juni 11-1936". Maar op de campus van de universiteit zal hij ook een gebouw vinden opgericht in 1950, dat de naam draagt: "Nieuwland Science Center" en waar nog verder gewerkt wordt in het voetspoor van Amerika's grootste priester-natuurkundige. Julius Nieuwland, een klinkende naam in de geschiedenis van de scheikunde.
In de geboortestreek was over dit alles zeer weinig gekend. De in Amerika zo gekende en geëerde profesoor was in zijn geboortestreek nog steeds in de vergeethoek blijven staan. De nog levende familieleden van Pater Nieuwland waren wel op de hoogte van zijn verwezenlijkingen maar vonden nergens weerklank om deze edele en geniale figuur eens in het daglicht te stellen. Alleen pastoor Van De Putte scheen op de hoogte te zijn en ook Leon Van Driessche maakt in zijn herwerkte en aangevulde geschiedenis van Hansbeke melding van Pater Nieuwland. Ook werd van 6 februari tot 6 maart 1977 in de Generale Bankmaatschappij, Kouter 8 te Gent een tentoonstelling gehouden onder het motto: "Wereldnamen van bij ons: uitvinders, ontdekkers, pioniers". Ook hier was Pater Nieuwland aan de eer. In zijn brochure over de tentoonstelling wijdt prof. ir. J. Quintyn een hele bladzijde aan de figuur van Pater Nieuwland. In Amerika wordt zijn nagedachtenis echter hoog in ere gehouden. Daarom kan het initiatief van de heemkundige kring "Het Land van Nevele" en van het "Nieuwland-comité" van Hansbeke niet genoeg geprezen worden, omdat de mogelijkheid geschapen werd bij de honderdste verjaardag van zijn geboorte aan deze grote man de passende eer te bewijzen.
Er wonen thans nog verwanten van de familie Nieuwland in de streek. In het huis dat nu bewoond wordt door André Wyckstand, Laagstraat 5 woonde destijds het gezin van Carolus Ludovicus Meganck (+1912) en Rosalie Nieuwland (+1912). Deze Rosalie was de zuster van vader Nieuwland en het gezin telde 4 zonen en 2 dochters waarvan 2 zonen naar Amerika getrokken zijn: René (+1959) en Camiel (+1970). De oudste zoon Cyriel Meganck (+1959) bleef in Hansbeke wonen en zijn dochter Denise, echtgenote van ondergetekende, woont thans te Meigem. Een van de dochters, Marie Meganck, is nu nog in leven en woont samen met haar echtgenoot Adiel Lemey in Kanegem.
Ook het gezin Emiel Lemey (+1966) en Zulma Nieuwland (+1969) dat woonde op het hof Markettestraat 4 te Bellem, was familie. Zulma was de dochter van Charles Nieuwland, een broer van vader Nieuwland. Zulma is zelf eens naar Amerika geweest en haar gezin telde 4 zonen en 3 dochters, allen nog in leven. De zoon Gerard woont nu op het hof en is ook reeds op bezoek geweest in Amerika. Van de kant van de Van Hoecke's, de moeder van Pater Nieuwland zijn ons geen familieleden bekend.
Pater Julius Nieuwland was een van de vele getuigen van de bewonderenswaardige verwezenlijkingen van een eenvoudige Vlaamse volksjongen, gesproten uit christelijke ouders die vanuit zijn persoonlijke kracht erin geslaagd is de lange weg af te leggen naar de uitbouw van zijn talenten. Moge hij, ook in deze tijd, een lichtend voorbeeld blijven voor de jeugd en een gevoel van bewondering en fierheid blijven opwekken bij de mensen van zijn geboortestreek.
Heel speciaal wil ik mijn erkentelijkheid betuigen aan allen die meegeholpen hebben in binnen- en buitenland bij het opsporen en vertalen van de nuttige en nodige documentatie.
[i]
Eén van de medestichters van de nederzetting Notre Dame du Lac, die later de
universiteit geworden is, was Pater Louis de Seille, geboren te Sleidinge.
Hij was onderpastoor te Hansbeke en kwam als missionaris aan in Indiana in
1831. Met hem kwamen 2 broers mee, zijn vroegere misdienaars Frederick en
Bernard Reyniers, alsook Karel Ronsele, allen van Hansbeke.
Father de Seille leefde gedurende 6 jaar onder de Pottowatomie-Indianen en
stierf in 1837 in zijn Log-house (huis van boomstammen) dat hij zelf gebouwd
had.