Dr. J. Nieuwland:

plantkundige en scheikundige

door J. Luyssaert

J. Nieuwland was ongetwijfeld zeer veelzijdig gevormd. Op de middelbare school genoot hij een zuiver klassiek onderricht: Latijn en Grieks. Van hem wordt verteld dat hij toen reeds met een vergrootglas kevers zat te onderzoeken. Eén van zijn liefhebberijen was het verzamelen van vogeleieren en postzegels.


Julius Nieuwland als eindejaars student (vooraan derde van links) (1918)

In het laatste jaar van zijn middelbare studies schreef hij een essay over de Engelse dichter John Keats, dat door de school waardig werd bevonden om gedrukt te worden uitgegeven.

Na afgestudeerd te zijn aan de universiteit van Notre Dame in 1899 trok J. Nieuwland naar de Catholic University of America, Washington D.C., waar hij scheikunde als hoofdvak en plantkunde als bijvak studeerde. In 1904 behaalde Pater Nieuwland het doctoraat in de wijsbegeerte aan deze universiteit en in 1911 verwierf hij het doctoraat in de wetenschappen aan de universiteit van Notre Dame.

 

Plantkundige

Van 1904 tot 1918 gaf J. Nieuwland les in de plantkunde aan de universiteit van Notre Dame. Maar ondertussen doceerde hij ook reeds scheikunde. Toen hij na 1918 de leerstoel organische scheikunde kreeg toegewezen, zette hij zijn botanisch werk verder en gaf tot ongeveer het derde jaar voor zijn overlijden, zeer populaire lessen in botanisch onderzoek ter plaatse.

Hij was een vurig en ijverig verzamelaar van planten en ging vooral op zoek in Noord-Indiana, zuid-west Michigan, de Pine Barrens van New Jersey, Maryland, Alabama en Portland (Oregon). Ook ondernam hij geregeld expedities per kano en met kampeeruitrusting langs de kust van het Michigan-meer. Opzijn tochten droeg hij steeds een plooibare microscoop met zich mee om ook het kleinste plantje te kunnen bestuderen. Zijn laatste expeditie gebeurde in 1918. Zijn verzameling planten vormde de basis voor het Nieuwland Herbarium van de universiteit van Notre Dame, toen de tweede belangrijkste verzameling van de staat Indiana.

Tijdens zijn onderzoekingen ontwikkelde hij speciale methoden om plantenspecimens te bewaren die nu gewone technieken geworden zijn in de histologie;

Een groot aantal publicaties wijdde hij aan het verzamelen van planten, de wetenschappelijke studie en de problemen van de naamgeving. Als bron voor de naamgeving benutte hij de literatuur uit de tijd vóór Linnaeus (1753). Zo werd hij ook bijzonder onderlegd in de geschiedenis van de plantkunde.

J. Nieuwland was ook geïnteresseerd in de anatomie van de planten. Hij bestudeerde speciaal de morfologie van de lagere plantvormen, zoals de algen. Maar zijn belangstelling ging even goed uit naar bloeiende planten, zoals de waterlelies of het viooltje.

Door het vervaardigen en verkopen van duizende microscopische preparaten bracht hij het nodige geld bijeen voor de samenstelling van zijn botanische bibliotheek nu gekend als Nieuwland Botanical Library.

Omdat er in die tijd in de USA geen enkel botanisch tijdschrift voorhanden was, stichtte Julius Nieuwland in april 1909 "The Midland Naturalist", dat later de naam kreeg "The American Midland Naturalist". Een kwarteeuw was hij er de hoofdredacteur van en meestal ook een van de belangrijkste auteurs.

Zijn bibliografie omvat 97 publicaties op het gebied van de plantkunde. Als bijzondere waardering voor zijn wetenschappelijk werk op het gebied van de botanica, ontving hij in 1936 de Gregor Mendal Medal aan het Villanova College.

Scheikundige

De titel van zijn doctorale dissertatie "Some Reactions of Acetylene" (1904) mag als het ware dienen voor het gezamenlijke werk van zijn scheikundige loopbaan. Zijn actiefste periode op het gebied van de scheikunde ligt tussen 1926 en 1936.

Tot 1918 had hij zich hoofdzakelijk toegelegd op de plantkunde en het is pas in 1918, wanneer hij tot professor in de organische scheikunde wordt benoemd, dat hij zijn scheikundige onderzoekingen in de lijn van zijn doctorale dissertatie intensief voortzet;

Een van de producten die hij bekwam gedurende zijn proefnemingen was divinyl-chlorarsine, een reactie die hij beschreef als uiterst giftig. Toen dit product tien jaar later door Lewis grondiger werd onderzocht werd het omgedoopt tot Lewisite en kreeg aldus een beruchte naam. Het bleek een gas te zijn dat giftiger was dan om het even welk bestaand gas in de Eerste Wereldoorlog. Gelukkig kon het niet meer in grote hoeveelheden worden gemaakt in de laatste maanden van de oorlog en wat overbleef werd in de oceaan gestort.

Terwijl Julius Nieuwland in 1906 verder acetyleen bestudeerde, nam hij tijdens zijn proefnemingen een vreemde geur waar. Gedurende veertien jaar zocht hij naar de oorsprong ervan en in 1920 ontdekte hij welke verbindingen ertoe aanleiding gaven.

Het uiteindelijke resultaat had enkele eigenschappen van rubber. In 1925, op een bijeenkomst van de American Chemical Society gaf Dr. J. Nieuwland een lezing over zijn proefnemingen. Deze lezing trok de aandacht van Dr. Bolton van de firma De Pont de Nemours. Dit bedrijf zocht reeds geruime tijd naar een vervangmiddel voor rubber. Nu werkte Nieuwland nauw samen met de scheikundigen van Du Pont. Uiteindelijke bekwam men een synthetisch rubber Duprene of Neoprene genoemd. Nieuwland leefde echter niet lang genoeg om de ontwikkeling tot Neoprene nog te kennen. De firma Du Pont de Nemours kocht de rechten van het procédé, door Nieuwland uitgevonden en de opbrengsten werden betaald aan de religieuze orde waartoe hij behoorde, omdat hijzelf de geloften van armoede had afgelegd.

Dr. J.A. Nieuwland was lid van verscheidene wetenschappelijke verenigingen in binnen- en buitenland, zoals de American Chemical Society, de Chemical Society, Londen, de Duitse Scheikundige Vereniging, de American Association for Advancement of Science, de Biological Society of Washington, de Washington Academy of Science, en de Indiana Academy of Science, waar hij in 1934 voorzitter van was.

Voor zijn prestaties op scheikundig gebied mocht hij verscheidene onderscheidingen ontvangen. Zo werd hem in 1933 de John M. Moorehead-onderscheiding toegekend door de International Acetylene Association. In 1935 werd hem door de American Chemical Society de hoogste Amerikaanse onderscheiding aangeboden: de Nichols Medal. In 1902 stichtte wijlen W.H. Nichols een fonds waardoor een gouden penning jaarlijks zou worden toegekend door de sectie New York van de American Chemical Society aan de auteur van een tekst of van teksten over de laatste drie jaar gepubliceerd in tijdschriften van de Society en die, volgens de jury, een grote invloed hadden gehad op het aanmoedigen van oorspronkelijk onderzoek op het gebied van de scheikunde. De uitreiking in 1935 aan Dr. J. A. Nieuwland had plats op het "Nichols Medal Dinner" gegeven op de 89e bijeenkomst van de Amercian Chemical Society in het hotel Pennsylvania te New York op 23 april 1935. Nieuwland was de tweede Vlaming op Amerikaanse bodem die deze hoge onderscheiding ontving. Reeds eerder had Baekeland voor zijn scheikundige uitvinding o.m. van het bakeliet deze medaille ontvangen.

Terwijl Pater Nieuwland de scheikundige laboratoria van de Catholic University of Amercia in Washington D.C. bezocht, stierf hij er aan een hartaanval. Zijn bibliografie werd op dat ogenblik afgesloten met 89 publicaties op het gebied van de organische scheikunde.

 

Geraadpleegde werken

BURKE, E.P., Father Nieuwland, The Man, in Industrial and Engineering Chemistry, vol. 27, nr. 7, July 1935, p. 847-848.

CALCOTT, W.S., Julius Arthur Nieuwland, 1878-1936, overdruk uit Journal of the Chemical Society, April, 1937.

Nieuwland, Julius Arthur, in Dictionary of American Biography, XI, supplement two, p. 488-189.

Nieuwland, Julius Arthur, in Asimov's Biographical Encyclopedia of Science and Technology, p. 478.

Rev. Julius Arthur Nieuwland, C.S.C., 1878-1936, overdruk uit The American Midland Naturalist; vol. 17, nr. 4, July 1936, University Press, Notre Dame, Indiana.

The Julius Nieuwland Memorial Edition, in The Catalyzer, February 1937, University of Notre Dame, Indiana.

Uitnodiging tot de Julius Nieuwland-hulde op 10 januari 1937,
verschenen in The Catalyzer, February 1937

De voornaamste titels van J.A. Nieuwland,
verschenen in The Catalyzer, February 1937

Religieus programma tijdens de Julius Nieuwland-hulte op 10 januari 1937,
verschenen in The Catalyzer, February 1937

Volledig programma van de Julius Nieuwland-hulde op 10 januari 1937,
verschenen in The Catalyzer, February 1937