Heemkundige Kring "Het Land van Nevele" vzw

De strijdbare Van Roy's uit Nevele

 door Jozef Van de Casteele

 

BIBLIOGRAFIE

 

Onuitgegeven bronnen

 

Antwerpen, Archief en Museum voor het Vlaams Cultuurleven,

     Fredericq P., Briefwisseling.

Gent, Centrale bibliotheek Rijksuniversiteit,

     Fredericq P., Dagboeken, Nalatenschap Bidez.

Gent, Koninklijke Roeivereniging Sport Gent,

     Verslagboek 1904-1921.

Gent, Vooruit,

     Archief Bond Moyson.

Nevele, Gemeentearchief,

     Bevolkingsregisters

     Registers van de verslagen van de gemeenteraad

     Registers van de besluiten van het schepencollege

     Bijzonder register van het college ter overschrijving van de titels recht gevende tot het kiezerschap 1894-1916.

     Duitse bezetting 1914-1918.

Nevele, Handboogmaatschappij Sint-Sebastiaan,

     Verslagboek 1863-1924.

Nevele, Rietgaverstedemuseum

     Archief 1914-1918

Veerle, Gemeentearchief

     Administratieve bescheiden

 

Gedrukte bronnen

 

Annales Parlementaires.

Les archives du conseil de Flandre, Brussel z.d.

Feestschrift: Huldebetoon Cyriel Buysse, Antwerpen 1911.

Gentsche studentenalmanak, Gent 1900.

Gentsche studentenalmanak voor het jaar 1918.

Heyse T., Index documentaire. L'Université flamande, 2 dln, Gent 1918-1919.

Kiespamflet: De Vlaamsche Blok.

Kiespamfletten uitgegeven door notaris van Roy.

Koninklijke Roeivereniging Sport Gent, Jubileumboek 1883-1983.

Koninklijke Roeivereniging Sport Gent, Catalogus van de Jubileumtentoonstelling.

Royal Club de Gand, Honderd jaar sportief leven te Gent 1871-1971.

Teirlinck H. en Van De Woestijne K. De Leemen Torens in Herman Teirlinck, Verzameld werk, dl V, Brussel 1965.

Tijdingen van den Raad van Vlaanderen, weekblad 1931-1940.

Van Roy A., Aan de Vlaamsche Studenten. Rechtskundige raadpleging nopens de Vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool, Gent, 1916, 2e vermeerderde druk 1917.

Van Roy C., Lijkrede Louis Buysse, Nevele 1901.

De Vlaamsche Hoogeschool, tijdschrift 1911-1914.

X., Cyriel Buysse gevierd, in Het Volksbelang 15 april 1911.

X., De Belgische terreur te Gent. De verwoesting van de woning van Prof. Mr. Alfons van Roy, in De Noorderklok 16 februari 1930.

Eigentijdse kranten:

     La Flandre libérale (1874-1974)

     Het Fondsenblad (1871-1914)

     Gazette van Gent (1844-1940)

     Het Handelsblad (1844-nu)

     Nieuwe Gazet van Gent (1916)

     Nieuwe Gentsche Courant (1917-1918)

     Het Vlaamsche Nieuws (1915-1916)

     De Vlaamsche Post (1915-1916)

     Vooruit (1884-nu)

 

Geraadpleegde werken

Angermille K., Lotgevallen van een aktivist, Borgerhout 1931.

Art J., Herders en parochianen. Kerkeklijkheidsgegevens betreffende het bisdom Gent 1830-1914, Gent 1979.

Balthazar H., Het taalminnend Studentengenootschap 't Zal wel gaan, Gent, 1977.

Basse M., De Vlaamsche Beweging van 1905 tot 1930, Gent 1933.

Baudhuin F., Belgique 1900-1960, Leuven 1961.

Bittlestone M., De Gentse Universiteit gedurende de eerste Wereldoorlog, in Wetenschappelijke Tijdingen, 1983, nrs. 1 en 2.

Bossaert H., Julius Mac Leod en de Vervlaamsing, Gent 1977.

Buning L. Alfons van Roy, Robert van Roy, in Nationaal Biografisch Woordenboek, dl. VI; Jues van Roy in dl. VII.

Buning L., Alfons van roy, flamingant, grootnederlander, balling, in Ht Pennoen, juni 1970.

Buning L., In memoriam Robert Frans Cornelis van Roy, in Het Pennoen, januari 1973.

Buning L. Het strijdbare leven van J.D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, Vlaming door keuze, Buitenpost, 1976.

Buning L., De vooravond en het begin van het radicale activisme te Gent, in Wetenschappelijke tijdingen, 1973, nr. 4-5.

Buning L; Alfons van Roy, Jules van Roy, Robert van Roy, in Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, dl. II.

Buysse C., Verzameld werk, 7 dln. Brussel, 1974-1982.

Elias H., Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, 4 dln., Antwerpe, 1971.

Elias H., 25 jaar Vlaamse Beweging, 4 dln., Antwerpen, 1969.

Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 2 dln., Tielt/Utrecht, 1973.

Faingnaert A., Verraad of Zelfverdediging, Kapellen 1932.

Fredericq P., Schets eener Geschiedenis der Vlaamsche Beweging, 3 dln, Gent 1906, 1908, 1909.

Jonckx A., Belgica juris contemptrix, Antwerpen, 1932.

Kontaktblad, Kunst en oudkundige Kring van Deinze, nr. 6, 1983.

Picard L., Geschiedenis van de Vlaamse en Groot-nederlandse Beweging, 2 dln., Antwerpen, 1937, 1959.

Picard L., De "Leemen Torens" als historisch dokument, in Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1958, afl. 3.

Picard L., Van Vlaamse Beweging naar sociale Revolutie, Antwerpen 1961.

Taeldeman J., Cyriel Buysses "Verslagen over den Gemeenteraad van Nevele", in monografie I van de heemk. kring Het Land van Nevele, I, 1972.

Van de Casteele J., Het burgemeesterschap van Leonce Mulle de Terschueren, zoals het was en zoals Buysse het zag, in Het Land van Nevele, 1975, afl. 2.

Van de Casteele J., Het Rusthof te Vosselare en zoals Cyriel Buysse het zag in Het Hofje, in Het Land van Nevele, 1975, afl. 4.

Van de Casteele J., De Virginie Loveling-huldiging in 1912: Nevele wou niet achterblijven, in monorgrafie II van de heemk. kring Het Land van Nevele, 1974.

Van de Velde M., Geschiedenis der Jong Vlaamsche Beweging, 's Gravenhage, 1941.

Van Lerberge R., Geschiedenis van Bond Moyson, Gent, 1979.

Vroonen E., Noms de famille de Belgique, 2 dln. Brussel, z.d.

Willemsen A., Het Vlaams-nationalisme: de geschiedenis van de jaren 1914-1940, Utrecht, 1969.

Wils L., Flamenpolitiek en Aktivisme, Leuven, 1974.

X., Activisten, Uitgave van het Julius Vuylsteke-fonds, Gent, 1919.

X., Alfons van Roy, in Reinaert, 12 oktober 1935.

 

 

CORNEILLE VAN ROY

(°Veerle 08.01.1953 - †Nevele 04.07.1927)

 

Notaris van Roy[1] was geen autochtone inwoner van het Land van Nevele. Geboortig van Veerle in de Antwerpse Kempen en zoon van een hoefsmid kwam hij zich pas in 1884 te Nevele vestigen.

Hoe was nu de politieke situatie te Nevele toen hij er aankwam?[2] Een hevige schoolstrijd had in heel het land gewoed in de periode 1879-1884: de liberalen waren aan het bewind. In 1884 behalen de katholieken de meerderheid en kondigen een nieuwe schoolwet af. Te Nevele is er nu een officiële school en een vrije, maar beide staan onder de voogdij van het gemeentebestuur. De voorvechter van de officiële school, de rumoerige onderwijzer Bard Pattijn, bezorgt de vroede vaderen van de gemeenteraad nog heel wat last. In 1887 heeft de Nevelse gemeenteraad een nieuw politiereglement uitgevaardigd: daarin leest men o.a. verboden van bij dag of bij nacht aan iemand eenige charivari toetebrengen, waaruit men mag besluiten dat politieke tegenstrevers zich niet onbetuigd laten, namelijk bij de verkiezingen was dat het geval. In een novelle van Cyriel Buysse wordt dat zo typisch geïllustreerd.[3] Nevele versterkt ook zijn politie: een politiecommissaris wordt aangesteld en er komt een brigade van vier gendarmen. In 1888 overlijdt burgemeester Mulle de Terschueren en wordt door Adolf Minne, grondeigenaar, opgevolgd. In 1894 wordt onderwijzer Pattijn ziek en verkrijgt in 1896 zijn pensionering. Kamiel Lootens volgt hem op.

Een gevolg van de politieke strijd was dat er te Nevele twee muziekkorpsen waren: de Harmonie Sint-Cecilia, stichting 1806, en de Fanfare Sint-Cecilia door Mulle de Terschueren in 1867 opgericht. De oudste muziekmaatschappij komt in het vaarwater van de oppositie en zal met de schoolstrijd opteren voor de officiële school: de muziekmaatschappij werd aangezien als liberaal gezind, veranderde haar naam in Voorwaarts, maar werd in 1886 reeds opgeheven. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 1884 werd het enig oppositielid, Teofiel Braet, weggestemd en had Nevele een homogeen katholiek gemeentebestuur. Na de schoolstrijd blijft er te Nevele een kleine strijdlustige oppositie die niet meer aan de verkiezingen deelneemt, maar bij gelegenheid wel anonieme pamfletten uitdeelt. Zo de beruchte verslagen over de gemeenteraadszittingen van de hand van Cyriel Buysse.[4] Volgens de gegevens van de toenmalige deken-pastoor waren er te Nevele in 1888 tien paasverzuimers en in 1903 nog één vrijmetselaar.[5]

In dat Nevele wordt nu in 1884 Corneille van Roy tot notaris benoemd. Van meet af aan staat hij aan de zijde van de oppositie en wordt als liberaal gebrandmerkt. Reeds drie jaar had hij het notarisambt te Asper bekleed.[6]

Eerst komt hij zich vestigen te Vosselare in de oude pastorie, uiteraard gelegen in de Pastoorshoek. Het was toen nog een mooi landhuis met tuin, eigendom van prof. Colson. Voordat van Roy die bewoning betrok, woonde daar het eichtpaar de Deurwaerder-Fobe, stichters van het Rusthof te Vosselare en meer dan eens door Cyriel Buysse uitgebeeld.[7] In 1886 verhuist notaris van Roy naar Nevele, komt wonen in de Langemunt 28 - het huis dat Virginie Loveling in 1881 heeft verlaten. Met het overlijden van Adèle Fobe in 1899 betrekt hij haar huis gelegen op de hoek van de Langemunt en de Blasiusstraat.[8]

Er is nog een notaris te Nevele, Teofiel Schelpe, die actief in de gemeentepolitiek staat: achtereenvolgens gemeenteraadslid, schepen en van 1903 af tot aan zijn dood in 1913 burgemeester van de gemeente.

 

In oktober 1903 zal notaris van Roy zich kandidaat stellen bij de gemeenteraadsverkiezingen, het betrof een gedeeltelijke vernieuwing van de gemeenteraad. Hij werd verkozen als enig lid van de oppositie. Spijtig genoeg hebben we de hand niet kunnen leggen op het verkiezingspamflet van 1903 door van Roy uitgegeven, gelukkig hebbe we nog zijn pamfletten van 1906 en 1911 waar notaris van Roy zijn programma op gemeentelijk vlak uiteenzet.[9] Zijn hoofdbekommernis is het onderwijs. Laten we niet vergeten dat vóór Wereldoorlog I het lager onderwijs in ons land noch kosteloos noch verplicht was. In de gemeenteraad van 3 maart 1906 wordt een voorstel van van Roy behandeld, namelijk het invoeren van de kosteloosheid van het lager onderwijs. Zijn voorstel wordt afgeketste: Overwegende dat deze (sic) voorstel zonder enig nut is om het onderwijs te verbeteren en dat dezelve de inkomsten der gemeente vermindert en verdere vergoedingen veroorzaakt aan te onderwijzer te betalen... deze voorstel wordt verworpen, zo luidt de tekst van de notulen.[10]

In de maand mei van datzelfde jaar geeft van Roy een strooibiljet uit waarin hij opnieuw de Nevelse onderwijskwesties te berde brengt. In hetkader van de nieuwe ministeriële onderrichtingen kunnen er nu te Nevele twee nieuwe klassen worden gecrëerd en kan een derde hulponderwijzer aangesteld worden. Van Roy stelt voor de nieuwe onderrichtingen uit te voeren, want de Nevelse scholen zijn overbevolkt. Op voorstel van burgemeester Schelpe wordt dat ook verworpen.[11]

Nu vraagt van roy aan het College van burgemeester en schepenen of hij zich ter plaatse mag vergewissen van de toestand van het onderwijs en zegt hij letterlijk met de onderwijzers middelen (te) beramen om 't gemeenteonderwijs op te beuren. De heer Dias stemde erin toe, maar schepen Lampaert zweeg. Burgemeester Schelp hakte de knoop door: Ik weiger stellig omdat dit zooveel zou beteekenen als waren wij onbekwaam, waarop ik, zegt van Roy, ook stellig antwoorddde: En zoo is't![12]

 

Een oud zeer in de Nevelse gemeentepolitiek is het oprichten van een school op 't Veldeken. Laten we niet uit het oog verliezen dat de dorpskern van Nevele niet centrisch gelegen is en dat bijgevolg de wijken Veldeken en Braamdonk in vogelvlucht wel op 3 km van de kom van het dorp gelegen zijn, waar de jongens- en meisjesschool zijn gevestigd. De schoolgaande kinderen van 't Veldeken moeten dus heel wat weg afleggen en het bezit van een fiets was in die tijd nog een luxe. Notaris van Roy wist natuurlijk dat de bewoners van 't Veldeken om een school vreogen. Met de steun van Petrus De Keuser, een groot landbouwer die tot de partij van burgemeester Schelpe behoort, zal van Roy een voorstel indienen en verdedigen betreffende het oprichten van een school op 't Veldeken.

Zaterdag 7 november 1908 was voor de Nevelaren een belangrijke gemeenteraadszitting. De geïnteresserden - inwoners van 't Veldeken en Braamdonk - wachten op de vervulling van hun wensen; maar heel wat Nevelaren zien met tegenzin de eventuele verhoging van de gemeentebelasing, want de gemeente zal een nieuwe school met personeel dienen te onderhouden. Van Roy rekende op 6 stemmen voor zijn voorstel, maar op het laatste ogenblik lieten schepen Vanderstichele en raadslid Mortier het afweten. Het voorstel werd verworpen met zes tegen vier en één onthouding. Waarom Teofiel Mortier uit de wijk de Ham het voorstel niet meer steunde - ook een landbouwer die toch slidair had moeten zijn met zijn vakgenoten - is ons niet duidelijk.[13] Tussen de twee wereldoorlogen zal de school van 't Veldeken nog meer dan eens een programmapunt voor de verkiezing zijn, maar die school is er nooit gekomen.

 

Een paar jaren later lukt het notaris van roy toch een van zijn persoonlijke voorstellen te kunnen doordrukken, doch eerst moet hij toch nog een nederlaag incasseren. dOp zaterdag 20 mei 1911 worden in de Nevelse gemeenteraad verschillende voorstellen besproken waaronder twee van van roy. Zijn eerste voorstel: de gemeente zou een kosteloze volksboekerij dienen in te richten. Het voorstel wordt verworpen en in het verslag van gemeenteraadszitting staat er dat van roy verklaart persoonlijk eene dergelijke boekerij tot stand te brengen. Wat er van dat plan geworden is, weten we niet.

Maar op diezelfde zitting van de gemeenteraad wordt een ander voorstel van van Roy eenparig aangenomen: het betrefthet indienen van een verzoekschrift voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. In het verslag van de zitting lezen we: Gehoord de redenaars die den eisch om een Vlaamsche hoogeschool hebben toegelicht, overtuigd dat het Vlaamsche Volk onvervreemd haar recht heeft op Hooger Onderwijs in zijn taal, verzoekt de Kamer van Volksvertegenwoordigers eene wet te willen aannemen tot volledige vervlaamsching van één der twee staatshoogescholen, namelijk die van Gent... Afschrift dezer zal aan de Voorzitter van de Kamer gezonden worden.[14]

Wat was er eigenlijk gebeurd? Omstreeks 1910 werd een grote volkse beweging op gang gebracht voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Er was een Hoogeschoolcommissie gesticht die zou instaan voor het propageren van die idee. De propagandisten van die commissie hebben het Vlaamse land afgereisd.[15] In steden en gemeenten werden propagandameetings georganiseerd. Zo te Landegem in het gemeentehuis op 29 januari 1911, maar de gemeenteraad van Landegem heeft geen verzoekschrift tot de Kamers gericht. Te Nevele had de meeting plaats in het gemeentehuis op 12 maart 1911: drie sprekers waaronder de briljante redenaar Alfons van Roy, zoon van de notaris. Waarom de andere gemeenten van het Land van Nevele niet op het verzoek van de Hoogeschoolcommissie gereageerd hebben, moet nog onderzocht worden.

Het arrondissement Gent telde toen 80 gemeenten, in 23 gemeenten werd een meeting gehouden en 6 gemeenten - Evergem, Ursel, Gavere, Sint-Amandsberg, Zwijndrecht, Nevele - dienden een verzoekschrift in voor het Parlement. Dat vele gemeenten in die kwestie afzijdig gebleven zijn, is te wijten aan de onverschilligheid van de gemeenteraad voor de vervlaamsing of aan de frankiljonse burgemeester die het vraagstuk eenvoudig negeerde.

 

Pro memorie in dit verband nog een incidentje dat het Land van Nevele enigszins aanbelangt. Er werd toen door de Hoogeschoolcommissie een propagandablad uitgegeven De Vlaamsche Hoogeschool. Het nummer oktober-november 1912 publiceerde 2.050 handtekeningen van universitair gediplomeerden die de vernederlandsing van de Gentse universiteit eisten. Bovenaan de lijst stond gedrukt: Les intellectuels de Lootenhulle. Het was een toespeling op een incidnet dat zich had voorgedaan in de Société de Médecine de Gand. Profesoor Frans Daels droeg een werk voor van een van zijn studenten om door de Gentse geneesherenvereniging bekroond te worden. De voorzitter van de Société de Médecine zei dat het niet kon in aanmerking genomen worden, omdat het werk in het vlaamsch gesteld was en dat het een list was om alzo het vlamsch in de gentsche fransche hogeschool binnen te smokkelen. Toen iemand repliceerde dat er meer dan tweeduizend universitair gediplomeerden waren die opkwamen voor de vervlaamsching van de gentse hoogeschool, dan liet de voorzitter van de Société prof. H. Lebouck, zich ontvallen dat de vervlaamschint wordt gevraagd door de intellectueelen van Zoetenaaie en Lootenhulle. En zo werd het scheldwoord als een erenaam geadopteerd.[16]

 

We staan nu voor de gemeenteraadsverkiezingen van 15 oktober 1911 - een gedeeltelijke vernieuwing aan de raden - en van Roy is nu bij de groep van vijf die moeten herkozen worden. Hij geeft een uitoverig verkiezingsmanifest uit. Alles wat door zijn toedoen is bereikt wordt erin opgesomd: sommige buurtwegen - van Roy had ze als modderpoelen bestempeld - werden aanzienlijk verbeterd, de gemeentebelastingen werden op een meer rechtvaardige wijze verdeeld en tenslotte is er toch in de gemeenteschool een derde onderwijzer aangesteld. En hij doet tevens een voorspelling - vetjes gedrukt in de tekst - de school op Nevele Veldeken moet er komen en zal er komen, omdat ieder welmeenend burger er de voordelen van inziet; zelfd de E.H. Deken verklaarde mij persoonlijk dat hij ook voorstander is eener school - zij bewaarschool - op Nevele Veldeken. En wat van Roy nu ook nog onmiddellijk wil invoeren: kosteloze maaltijden voor kinderen die ver af wonen.

Maar een programmapunt van burgemeester Schelpe en schepen Vanderstichele is: de twistzoeker van Roy moet eruit! Waarop van Roy in zijn manifest antwoordt: Is 't misschien omdat ik de belangen der gemeente durf verdedigen met woord en daad, wanneer de allenheerschende macht van Mr den burgemeester zich laat voelen? Is het wellicht omdat ik een oog in 't ziel houd om, zooveel mogelijk, geheim werk te beletten? Of is 't omdat ik mij niet rangschik onder 't getal der Jaknikkers?[17] Eerder wat onverwacht, van Roy wordt in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1911 niet herkozen. Het is dan ook het einde van zijn politieke carrière op gemeentelijk vlak.

 

Een ander facet van van Roy: toen hij in 1884 zich te Vosselare kwam vestigen werd hij onmiddellijk lid van de Nevelse handboogmaatschappij Sint-Sebastiaan. Het gaat hem voor de wind in die sporttak, want met de zomerkermis van 1885 wordt hij koning. Met de zomerkermis van 1903 zal hij dat exploot herhalen. Notaris van Roy wil ook dat in de handboogmaatschappij alles ordentelijk verloopt. Dr. Charles Blomme, de voorzitter, is verschillende keren niet verschenen op die vergadering. In de vergadering van 2 februari 1889 weet van Roy een blaam voor de voorzitter uit te lokken, want hij heeft 21 handtekeningen voor zijn voorstel, waaronder die van Teofiel Braet, Barend Pattijn, Cyriel Buysse en Jozef van den heuvel.[18]

 

Nevele telde bij de eeuwwisseling heel wat cafés of beter gezgd voor die tijd herbergen of staminees. Fons Vereecke, die vóór 1914 in de Kernemelkstraat woonde, wist ons te vertellen dat er toen in zijn straat niet minder dan 13 cafés waren. Er was te Nevele een groep notabelen die regelmatig de cafés aandeden. Cyriel Buysse heeft er een paar schetsen en een toneelstuk aan gewijd: De Steunpilaren der Ope van Vrede, In 't Klein Congres, Sususususut.[19] De notabelen, dat waren de notaris, de dokter, de vrederechter, de griffier, de brouwer en nog enkele welstellende ambachtslieden. Op de foto zien we een groepje van die Nevelse notabelen: op de binnenkoer van de herberg "In den Karper" waar Mietje Dappers als herbergprinses troonde.

 

Op 3 april 1901 wordt Louis Buysse, vader van Cyriel, begraven. Notaris van Roy spreekt de lijkrede uit. Hij wijst hoofdzakelijk op het liefdadig werk van de overledene en het slot van zijn lijkrede is een belijenis van vrijzinnigheid: Het voorbeeld van een leven zoo edel vervuld als het uwe is de machtigste grondslag der openbare zedenleer.[20] Met dit laatste bedoelt hij wat wij nu lekenmoraal noemen.

 

In 1903 krijgt van Roy een zonderlinge buur: een geestelijke van 41 jaar die op krediet het buitengoed te Vosselare kocht dat vroeger eigendom was van de Deurwaerder-Fobe. L'abbé - zo heette men hem in de wandeling - Valère Victor Dujardin woonde er met zijn zuster en zijn oude vader. Hij had graag omgang met vrijzinnigen, was bevriend met notaris van Roy en de Buysses, ging 's avonds regelmatig "In de Vos" kaartspelen, herberg die aan zijn tuin paalde. Op dinsdagmorgen 5 juni 1906 constateert vader Dujardin dat zijn zoon l'abbé vorige nacht niet thuis is gekomen en loopt bij zijn buurman notaris van Roy om hem dat te vertellen. Beiden gaan in de grote tuin en zien in de vijver een staak uitsteken. Ze halen die boven en aan het uieinde is het lijk van de abbé vastgesnoerd. Er was niet alleen opschudding te Vosselaree en omstrken, maar in alle Belgische kranten en ook in buitenlandse werd die gebeurtenis met veel omhaal beschreven. Het past hier niet verder erover uit te weiden, maar in alle geval is die geheimzinnnige zaak onopgehelderd gebleven.[21] Naar het zeggen van de gewezen meid van notaris van Roy heeft die geberutenis mevrouw van Roy diep geschokt: l'abbé was hun buurman en dikwijls maakten ze een praatje met hem. Mevrouw is toen ziek geworden en begon te kwijnen. Het jaar daarop is zij overleden. Bij haar begrafenis werd een gedachtenisprent met foto uitgereikt: op de keerzij stond een gedicht in een nogal moeilijke taal geschreven. De auteur? Misschien de notaris zelf.[22]

 

Voor de huldiging van Virginie Loveling op 28 april 1912 zal notaris van roy zijn beste beentje voorzetten. Hij vormt een huldecomité dat te Nevele 112 intekenaars kan inschrijven, die elk een geldelijke bijdrage storten. Op de dag van de huldiging stappen in de stoet niet minder dan vijf Nevelse groepen, een grote witte spandoek gaat die vooraf met het opschrift Nevele viert zijne groote kunstenares. Op de feestzitting in de Gentse schouwburg overhandigt van Roy, in naam van de bevolking van Nevele, een gedenkpenning en spreekt de gevierde toe.[23] Opmerkelijk is dat burgemeester Schelpe bij de intekenaars niet vermeld staat en dat hij Virginie Loveling ook geen schriftelijke gelukwensen heeft gestuurd.

Op 27 mei 1912 worden de inrichters van de huldiging in het Posthotel te Gent uitgenodigd: als bedanking wordt hun door Virginie Loveling  een diner aangeboden. Notaris van Roy en de Nevelse dokter Emiel Lambrecht hebben de uitnodiging aanvaard en Paul Fredericq verhaalt in zijn dagboek dat hij met die twee Nevelaren een praatje maakte.[24]

 

In oktober 1914 zijn de Duitse troepen Nevele binnengerukt, wat met een paar oorlogsfeiten gepaard ging: het opblazen van de brug over het Schipdonkkanaal door de Belgische troepen en wat achterhoedegevechten met Engelse soldaten.[25]

De Belgische bewindslieden hadden de oorlog van 1914 niet voorzien. Er waren geen voedselstocks aangelegd en reeds einde 1914 was de Belgische bevolking met hondersnood bedreigd. Weens de hoge werkloosheid was men in oktober 1914 reeds overgegaan tot het oprichten van een Nationaal Hulp- en Voedingscomité, dat zou instaan voor de import van levensmiddelen uit de Verenigde Staten. De Duitse bezetter was het ermee eens en had zich formeel verbonden die levensmiddelen niet op te eisen. Door de and is de bedeling van het voedselcomité normaal verlopen, men heeft zelfs een gemiddeld broodrantsoen van 450 gr gehad. Natuurlijk had men voor het overige maar het minimum om in leven te blijven zodat de markt in levensmiddelen hoge cijfers scoorde.[26]

In iedere gemeente werd een hulp- en voedingscomité - 't comiteit in de volksmond - opgericht, belast met het bedelen van levensmiddelen. Achtbare en betrouwbare personen, onder het toezicht van de provinciegoeverneurs, werden in het bestuur van de comitées opgenomen. Te Nevele was notaris van Roy er voorzitter van; zijn zoon Robert, doctor in de rechten, secretaris; penningmeester Le Fevere de ten Hove, vrederechter; ondervoorzitter mevrouw Alice De Keyser-Buysse. De burgmeester had van ambtswege ook zitting in het bestuur: het was toen de opvolger van Schelpe brouwer Louis Lampaert. Er waren nog drie leden: Jules Dobbels, Leopols De Smet en Emiel van Maldegem.[27]

 

Te Gent en in andere grote steden komen flaminganten tot de conclusie dat zelfs onder de bezetting de strijd voor de Vlaamse eisen dient voortgezet. Dat zijn dan de activisten. (Die benaming is pas in 1915 in gebruik gekomen). Hebben notaris van Roy en zijn zoon Robert hun mond voorbijgepraat? In alle geval heeft Alice Buysse, ondervoorzitter van het voedselcomité te Nevele, woorden opgevangen die de politieke gezindheid van de van Roy's verraden. Aan haar tante Virginie Loveling heeft Alice Buysse verteld dat de van Roy's te Nevele onbeschaamd Duitschgezind zijn, terwijl ze te Gent huichelen en zich voorzichtig buiten de Vlaamsche Post (een activistische krant) houden, dat noteert Paul Fredericq op datum van 25 april 1915 in zijn dagboek.[28]

 

In oktober 1918 bieden de Duitsers nog een hevige weerstand langs het kanaal van Schipdonk. De houten brug over het kanaal wordt vernield, de ene helft van het dorp vlucht richting Vinkt of Lotenhulle, de andere helft richting Sint-Martens-Leerne. Notaris van Roy zoekt een onderkomen bij zijn familie te Gent.

 

Notaris van Roy had drie zonen en een dochter: allen zijn ze in de bres gesprongen voor de Vlaamse zaak.

 

JULES VAN ROY

(°Ledeberg 04.07.1880 - †Den Haag 15.12.1940)

 

De oudste zoon Jules heeft te Nevele lager onderwijs genoten, secundair onderwijs in een Waals atheneum en in oktober 1904 behaalde hij aan de Gentse universiteit het diploma van doctor in de geneeskunde.

 

In zijn studententijd was hij zeer actief en liep in de kijker met zijn muzikale begaafdheid: hij beperkte zich niet tot het uitvoeren van muziek, maar legde zich ook toe op het componeren. In de Gentsche Studentenalmanak van 1900 vinden we reeds een lied op tekst van Maurits Sabbe, muziek Jules van Roy. Zijn muzikale composities hadden succes in het studentenmilieu en later heeft hij nog liederen in eigen beheer uitgegeven. Zijn dochter bezit er nog een zestal: Het land van Utopeia (Albrecht Rodenbach), Herinnering, Smidje-smee en Zijt gij nog warelijk, alle drie van René De Clercqa, Egoïsmus, tekst van De Genestet; Gevloden, verdwenen, tekst Pol de Mont. En de dochter van Jules van Roy schrijft met genoegen: Mijn ouders ben ik eeuwig dankbaar dat zij mij zo vroeg een muzikale scholing hebben laten volgen, klavier en viool.[29] De zuster van Jules, Gabriëlle, was ook een begaarde pianiste en had een voorliefde voor de muziek van Wagner. En van notaris van Roy is geweten dat hij in huis zo graag zong, zelfs op hoge leeftijd.

 

Als student was Jules lid van de vrijzinnige Gentse studentenbeweging. 't Zal wel gaan. Die vereniging was er niet alleen om studentenpret te maken, maar ook om de studenten met de culturele en sociale problemen van toen te confronteren. Heel wat oud-leden steunden geldelijk 't Zal wel gaan, maar sommigen van hen wilden dat die studentenvereniging zou ijveren voor de liberale partij. Professor Paul Fredericq behoorde tot die groep: eerst liberaal en dan Vlaams, de mgekeerde leus: Geus ende Klauwaert. Een aantal studenten van 't Zal wel gaan was het niet eens met die politieke optie: ze luisterden liever naar de gezaghebbende stem van profesoor Lulius Mac Leod, de bekende Gentse hoogleraar die nu als de vader van de vernederlandste universiteit wordt aangezien. In het studentengenootschap 't Zal wel gaan kwam het tot een openlijke scheuring in 1904. Een groep studenten stichtten een nieuwe studentenvereniging Ter Waarheid. Onder de dissidenten bevond zich Jules van Roy in gezelschap van Oscar de Gruyter, Hendrik de Man, Leo Picard...[30]

 

Op het Vlaams studentencongres van 1905 had op de slotvergadering ook Edward Anseele het woord gevoerd: hij verklaarde dat de werkleidenpartij zich voor het vraagstuk der vervlaamsching van het hoger onderwijs onmogelijk kon warm maken, daar het eene zaak der burgerij is.[31] die uitspraak verekte een zekere beroering onder de toehoorders en er werd besloten het vraagstuk in een openbaar debat uit te diepen. Dat is dan ook geschied op maandag 8 mei 1905 in het socialistische Ons Huis op de Vrijdagmarkt. De sprekers waren Edward Anseele en Oscar de Gruyter. Na hun uiteenzetting was er de bespreking. Tot slot zegt Jules van Roy: Ik heb veel te bespreken. Het is reeds laat. Ik wens een nieuwe bijeenkomst. De vergadering willigt die wens in. In Vooruit van maandag 29 mei 1905 lezen we: Voortzetting der bespreking over de Vlaamsche kwestie en de werkersbeweging. Ingeschreven sprekers: M. Van Rooy (sic) en gezellen Anseele, Lampens, Bogaerts... Werkers en gezellinen, komt zo talrijk op als verleden maal. Vooruit van 31 mei geeft een verslag van de debatavond. In zijn spreekbeurt slaat Jules van Roy een dreigende toon aan. Hij wijst erop dat de burgerij het Frans aanwendt om de lagere volksklassen te exploiteren en een gezagstaat te vestigen en zijn besluit is: Bij zoo'n voorstelling kan de houding der sociaal-demokratie niet twijfelachtig zijn: zij zal tegen het Fransch als zoodanig strijden. En zoo ontstaat het revolutionnaire flamingantisme, dat van het burgerflamingantisme verschilt ten eerste, doordat het geen strijd is voor het Vlaamsch maar een strijd tegen een wapen in handen der burgerij en ten tweede, doordat het niet vezoenend is maar radikaal.

Uit de motie die na het debat gestemd werd, zien we dat de studenten in de Vlaamse beweging iets meer zagen dan een taalstrijd en dat Anseele ten slotte wat bijgedraaid was, wat betreft de vervlaamsing van het hoger onderwijs. De slotzin van de motie luidt: de vergadering, bijeengeroepen in Ons Huis, na de sprekers met dank aangehoord te hebben, richt eene oproeping tot alle Belgen en tot alle Vlamingen in 't bijzonder, om gelijktijdig te strijden voor verplichtend integraal lager onderwijs, wettelijk regeling der arbeidsvoorwaarden, zuiver algemeen stemrecht, volkomen gelijkheid der beide landstalen, wet Cooremans, volledige en trapsgewijze vervlaamsching der Faculteiten van de Gentsche Hoogeschool;[32]

 

Zoals we reeds zegden was professor J. Mac Leod een stuwende kracht: zijn oproep tot het beoefenen van de wetenschap in eigen taal vond ruim gehoor. In 1897 was hij erin geslaagd het eerste Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres op touw te zetten. Studenten en oud-studenten, volgelingen van mac Leod zullen actief aan die congressen deelnemen. Zo zal op een van die congressen Jules van Roy een referaat over een geneeskundig onderwerp houden: Nieuwe beschouwingen over het cerebellum[33].

 

In zijn later beroepsleven zal Jules van Roy zich minder op het wetenschappelijk vlak bewegen. Over die periode van zijn leven hebben we nu een boeiende getuigenis - due wel met een korreltje zout moet genomen worden - namelijk die van Karel van de Woestijne. Deze heeft met zijn vriend Herman Teirlinck het plan opgevat een geromanceerde kroniek van het Vlaams burgerlijk stadsleven te Gent en Brussel te schrijven: de titel zal luiden De Leemen Torens. Het werk is in briefvorm opgesteld. Van de Woestijne schrijft brieven over Gent, gericht aan Herman Teirlinck en deze aan Karel van de Woestijne over Brussel. Tussen de personages is er een wisselwerking op sociaal vlak. De roman verscheen in afleveringen in De Gids 1917-1918. Het is een tijdsdocument van La Belle Epoque 1900-1914. De Leemen Torens is een sleutelroman: de personages zijn afgekeken van het werkelijke leven, soms wel getooid met allerlei imaginaire bijkomstigheden. Een personage, die bij van de Woestijne dik in de verf staat, is dokter Lodewijk de Koninck (een knipoogje naar de lezer: de held van de Brugse metten uit de XIVe eeuw). Het is trouwens met een ironische toets dat Lodewijk de Koninck = Jules van Roy, geportretteerd wordt. Zo stelt van de Woestijne hem voor: Gij herinnert u natuurlijk uit onze studententijd de dolste en dweepziekste onzer makkers: de grote, dikke Lodewijk de Koninck met het open en rode gezicht, die aan alles deed, aan poëzie, aan schilderkunst, aan muziek, behalve aan zijn vak: de medicijnen... De Koninck, hij is erin geslaagd dokter te worden; dientengevolge lijdt hij aan reumatiek, klaagt van zijn lever, vreeset voor zijn nieren... gloeit van onbesuisd flamingantisme, dicht epossen, droomt van muren vol symbolische verbeeldingen, en blijft vrijen met Fiene... die hem overdag met volkomen rust laat, maar hem 's avonds opzoekt om met hem en hun vrienden het onverstoord bohême-leven voort te zetten.[34] Jules vertoefde dus dikwijls in een bont en boeiend gezelschap.

Leo Picard, een trouwe vriend van Jules, heeft een artikel gepubliceerd waarin hij De Leemen Torens als een historisch document bestudeert. Hij wijst erop da Karel van de Woestijne een eerder karikaturaal portret van Jules ophangt. Op zijn beurt zal Picard een ander beeld van de dokter geven. Jules, schrijft hij, was inderdaad een zeer aantrekkelijk man en hij was omringd van tal van jongere studenten.Bijna vijftig jaar geleden, heb ik zelf wel eens gedacht aan het schrijven van een roman over de Vlaamse Beweging, die dan zou heten: Het huis des dokters. Spijtig voor ons dat Picard die roman niet heeft geschreven! Verder zegt hij nog Het was geen huis voor zeer geregeld burgerlijk leven. Wel was het het centrum waar men zich bezon over de toestand van de Vlaamse Beweging en ook over Vlaamse kunst.[35]

 

Zoals we reeds hoger schreven wist notaris van Roy de Nevelaren op te wekken om Virginie Loveing in 1912 een passende hulde te brengen. Jules van Roy maakt deel uit van het Gents uitvoerend comité dat instaat voor de organisatie van de huldebetoging. In een brief aan zijn vriend Max Rooses uit Antwerpen blijkt dat Paul Fredericq geen al te hoge dunk heeft van de jonge leden van het comité, met uitzondering nochtans van René de Clercq die zeer gunstig wordt beoordeeld. Juul van Roy, schreeft P. Fredericq, advocaat  (hij verwart Jules met zijn broer Alfons die advocaat is) oud 't Zal wel ganer die 't Zal wel gaan in den grond trachtte te boren. Een gepatenteerde ruziemaker in alles.[36] Paul Fredericq kan van Roy maar niet vergeven dat hij van het orthodoxe liberalisme is afgeweken.

 

De sociale bewogenheid van dokter Jules van Roy komt ook nog tot uiting in zijn beroepsactiviteit. Hij was verbonden aan het socialistisch ziekenfonds Bon Moyson. Hoewel het archief van de Bond voor die periode niet volledig is, treffen we er toch nog een document aan dat aanwijst dat dokter van Roy de spreekbuis is van de dokters die de patiënten van het ziekenfonds verzorgen. Op 25 juni 1911 richt hij volgend schrijven tot de voorzitter en bestuursleden van de Bond Moyson: Bij dezen heb ik de eer U te laten weten dat de geneesheren vaqn den Bond Moyson besloten hebben zich bij uwe voorstellen neer te leggen. Zij verzoeken U dus het door U ontworpen contract op te maken en hun te laten weten waar en wanneer zij er kennis kunnen van nemen ten einde het dan gezamenlijk met U te ondertekenen. Dokter van Roy schrijft in zijn functie van deinstdoende secretaris.[37] Hoe lang hij voor het ziekenfonds gewerkt heeft, weten we niet, maar nog voor het uitbreken van Wereldoorlog I heeft hij zijn praktijk opgegeven om scheepsarts te woden op een Hollandse lijn.[38]

 

In 1903 was te Gent een zeer eigenaardig personage opgedoken: dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard. Hij bediende de protestantse tempel aan de Brabantdam gelegen (tempel die nog bestaat). Naast de zielezorg wad ominee Domela zeer begaan met de Vlaamse Beweging en stond weldra aan de zijde van het extremistische flamingantisme. Reeds in het begin van de oorlog 1914 weet hij een aantal jonge Gentse flaminganten bijeen te brenen en stichtte de groep Jong-Vlaanderen. Leo Picard en Jules van Roy zijn aanwezig op de stichtingsvergadering. De eerste beginselverklaring was sterk anti-belgisch: weg met de naam België, een koninkrijk Vlaanderen wordt in het vooruitzicht gesteld. De welbespraakte dominee wist heel wat mensen te boeien, maar Jules vn Roy en Leo Picard, met nog enkele anderen, laten zich niet meeslepen.[39] In februari 1915 verschijnt een nieuwe krant te Gent De Vlaamsche Post: het zou de tolk van Jong-Vlaanderen zijn. Leo Picard werd hoofdredacteur en Juels van Roy een actief medewerker. Reeds vóór 1914 had deze een Vlaams blad willen stichten op pluralistische grondslag. Langzamerhand krijgt de extremistische vleugel van Jong-Vlaanderen de bovenhand in het beheer en De Vlaamsche Post speelt resoluut in de Duitse kaart. Leo Picard en Jules van Roy zijn het niet eens met die strekking en treden uit de redactie van het lbad. Jules van Roy en zijn geestesverwanten verwahcten dat Duitsland met de Geallieerden een compromisvrede zal sluiten: er komt dan een nieuwe ordening in Europa, de rechten van de kleine nationaliteiten zullen worden erkend en in een nieuw en verbeterd België zal Vlaanderen zijn autonomie krijgen.

Leo Picard gaat zich nu in Nederland vestigen en verdedigt verder zijn stellingen in de noordnederlandse pers. In 1916 zal De Vlaamse Post ophouden te bestaan.

De groep van Jules van Roy is er nu in geslaagd een nieuwe krant  te stichten Nieuwe Gazet van Gent. Wat nu opvalt in deze krant is de belangstelling voor sociale en economische problemen met daarbij een uitkijken naar een toekomstbeeld: Groot-Nederland. Om juridische redenen wordt de krant op 4 oktober 1917 omgedoopt in De Nieuwe Gentsche Courant en in februari 1918 krijgt ze als ondertitel Dagblad voor Zuid-Nederland.

In mei 1918 werd te Gent de Vlaams-Nationale Partij opgericht; tot de stichters behoorden Jules van Roy en zijn broer advocaat Alfons. Het orgaan van de partij is de Nieuwe Gentsche Courant. Tot de nieuwe partij traden toe de gematigde activisten die dan ook werden bekampt door de groep Jong-Vlaanderen van dominee Domela.[40]

 

Te Gent - ook in andere grote steden - is dan in november 1918 een hevige anti-Vlaamse hetze ingezet. In de huizen van de activisten wed door opgehitste benden alles kort en klein geslagen, de inboedel op straat geworpen en verbrand. Heel wat activisten konden in Nederland een onderkomen vinden, waar sommigen trouwen op oude vrienden konden rekenen en zo is Juels van Roy naar Nederland uitgeweken.[41]

 

Alfons van Roy

(°Asper 11.06.1882 - †Den Haag 15.10.1927)

 

Te Nevele heeft hijlager onderwijs genoten en secundair onderwijs aan het atheneum van Leuven en Oostende. Van dit atheneum bezit de dochter nog enkele penningen met het inschrift prix d'excellence. Dat zal zo wat een medaille zijn aan de eerste van de klas toegekend.

Op zestienjarige leeftijd is hij reeds lid van de Sint-Sebastiaangilde van Nevele. Zeer sportief van aard zal hij wel regelmatig hebben deelgenomen aan de handboogschietingen. Zo lezen we in het verslagboek van het gilde: Den 27 augusti (1901) om drij uren namiddag had de gewone jaarlijksche Koning- en prijsschieting plaats. De Heer Alphonse van Roy, het jongste lid der maatschappij had de eer den hoofdvogel neer te vellen en werd diensvolgens door den heer Voorzitter als koning uitgeroepen. Al de aanwezige leden wenschten den jeugdigen en knappen schutter van harte geluk. De geheimschrijver: August De Ketelaere.[42]

 

AAn de universiteit te Gent stond hij van meet af aan in de studentenbeweging, net als zijn broer Jules. Hij was ook betrokken ij de Ter Waarheid, de dissidente groep van 't Zal wel gaan. Evenals Juels is hij een volgeling van Julius Mac Leod, werkt actief mee aan de studentencongressen. Zo houdt hij op het vijfde studentencongres van 1904 een referaat over het jachtrecht.[43]

 

In 1903 wordt Alfons van Roy als lid aanvaard in de Sport Nautique, nu Koninklijke roeivereniging Sport Gent. Hij wordt er een vurig beoefenaar van de roeisport en komt terecht in watmen heet de acht met stuurman en in die discipline behoort hij tot de topmen. Sport Nautique dat op internationaal vlak begint te presteren wordt in 1904 Europees kampioen te Parijs: Alfons van Roy was dan in het team van de Gentse acht.

In Engeland hadden toen jaarlijks roeiwedstrijden plaats die zo wat als een wereldkampioenschap beschouwd werden: de Royal Henley Regata. Voor de acht met stuurman wordt een imponerende beker betwist. Nog nooit heeft een ploeg van het vasteland of van de Verenigde Staten of Canada de Engelsen te Henley kunnen verslaan. Voor de Henley Regatta van 1906 vormt Gent een gemengde ploeg van acht: vier roeiers uit de Club Nautique en vier uit Sport Nautique met o.a. Alfons van Roy. Op 5 juli had de finale plaats en de Gentse pleog haalde het op de Engelsen. Het enthousiasme in de Arteveldestad was overweldigend en de Gentse overwinning haalde krantenkoppen in de wereldpers. De wisselbeker in massief zilver zal een jaar lang prijken in het eresalon van het Museum voor Schone Kunsten te Gent.

9 mei 1907: Hemelvaartfeest en de jaarlijkse internationale roeiwedstrijden te Terdonk. Prins Albert woont die bij, laat zich de Gentse poloeg voorstellen die te Henley triomfeerde en feliciteert ze in het Frans. Alfons van Roy kreeg opdracht de koninklijke begroeting te beantwoorden, maar tot algemene verbazing deed hij het in het Nederlands.

In juli 1907 is Gent opnieuw te Henley en weer haalt de Gentse ploeg met o.a. Alfons van Roy het op de Engelsen. De beker blijft nog een jaartje te Gent. In een krant van toen schrijft een reporter over die inhaling van de Gentse winnende ploeg: ... een menschenzee en een geestdrift als gisteren, zagen wij nooit. Arm, rijk, jong, oud, alles juichte, waaide met zakdoek of hoed, de roeiers toe. En telkens er een huldebetoon is voor de Gentse acht zal het Alfons van Roy zijn die het dankwoord uitspreekt, altijd in het Nederlands.

In 1908 dient er een roeiersploeg samengesteld te worden om aan de Olympische Spelen te Londen deel te nemen. Waarschijnlijk wegens beroepsaangelegenheden  - in 1905 had hij zijn doctoraat in de rechten voor de centrale examencommissie afgelegd - heeft Alfons van Roy niet regelmatig meer getraind met de acht. De Club Nautique wenste maar twee roeiers van de Sport Nautique in de gemengde ploeg op te nemen, wat tot een conflict tussen de twee Gentse roeiverenigingen leidde. Dat het geschil op nationaal vlak met spanning werd gevolgd, blijkt uit de koninklijke belangstelling. Koning Leopold II bracht te Gent een bezoek aan de Gewestelijke Landbouwtentoonstelling en informeerde naar het geschil: de koning drukte er zeer ernstig op dat hij verlangde dat er spoedig een overeenkomst zou tot stand komen, en hij voegde er al lachend tot de heer Lippens (provincieraadslid en voorzitter van de Club Nautique): Gij zijt groot genoeg om dat te doen. De heer Schollaert (de toenmalige eerste minister) liet uitschijnen dat financiële steun van de regering zou kunnen afhangen van de overeenkomst. Niettegenstaande die aanmaningen op het hoogste niveau, kwamen de Gentse verenigingen tot geen vergelijk en een homogine ploeg van Club Nautique verdedigde de Belgische kleuren. Het Gentse team werd op 1 augustus 1908 in de finale door een Britse ploeg geklopt.

Een Gentse acht - zes roeiers uit de Club en twee uit de Sport - hebben in 1909 Henley nog eens voergedaan met een laatste overwinning, maar Alrons van Roy was er niet meer bij.

Om de sport onder de studenten te bevorderen stichtte Alfons van Roy met zijn vriend Picard Minerva, roeivereniging voor studenten. Spijtig genoeg is het archief van die vereniging niet meer voorhanden, doch we weten wel dat Minerva nauw zal samenwerken met Sport Nautique.[44]

 

Alfons van Roy had als advocaat een goede praktijk, maar de politiek liet hem niet los. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1911 en de parlementsverkiezingen van 1912 stond Alfons van Roy op de lijst van De Vlaamsche Blok, Verbond der Christene Democraten, Vrije Burgers en Flaminganten. De kopman was Hector Plancquaert. Die partij heeft geen doorbraak gekend.[45]

 

Met het huldebetoon dat hem ten deel viel in april 1911 te Antwerpen heeft Cyriel Buysse een zekere doorbraak in Vlaanderen gekend. Op touw gezet door vrijzinnige letterkundigen en kunstenaars met steun van liberale en socialistische politici mocht de viering rekenen op een groot aantal toetredingen waaronder C. van Roy notaris Nevele en Alfons van Roy advocaat Gent. Naast de academische zitting onder het voorzitterschap van Louis Francq en de opvoering van Het Gezin van Paemel werd 's avonds in het hotel Terminus een schitterend feestmaal opgediend: schitterend vooral door de uitgesproken redevoeringen door de voonaamsten van het aanzittend gezelschap. Onder de genodigden aan de eretafel wordt Alfons van Roy vermeld.[46]

 

De Walen en de francofone Brusselaars zagen met lede ogen dat de gelijkberechtiging van de twee volksgemeenschappen in ons land concrete vormen aannam. Hun reactie was het dreigen met de bestuurlijke scheiding en van 1910 af zal het probleem aan de orde van de dag komen, zowel in het Waalse als in het Vlaamse kamp. Op een vergadering van het Algemeen Nederlands Verbond hield Alfons van Roy een voordracht over de bestuurlijke scheiding en haar gevolgen. Een journalist die een uitvoerig verslga over de vergadering gaf, portretteert de spreker: Alfons van Roy neemt u onmiddellijk in door de sympathie van zijn blik. Er gaat hieruit groote bekoortlijkheid en wondere aantrekkingskracht. Jong en sterk, zwaar en groot gebouwd, blond en blauwoogig, met schoonen baard, open gelaat, heldere stem en schoone dictie, met frissche gedachten en de zonnigheid van zijn jeugd, beslagen in argumentatie en geestdriftig van betoog is hij de belichaamde uitbeelding van Jong Vlaanderen.[47]

 

Toen de oorlog in augustus 1914 uitbrak is Alfons van Roy niet tot de groep van Domela toegetreden. Maar opnieuw krijgen we hier een staaltje van zijn persoonlijkheid. 22 augustus 1914: de Duitse legers zijn reeds 18 dagen België binnengevallen en rukken langs onze zuidergrens Frankrijk binnen. Franse en Engelse troepen zijn in aantocht om ons te helpen en wat doet A. van Roy op die avond van 22 augustus: 's avonds houdt adv. van Roy eene meeting in de openen lucht voor het station roepende dat wij door Frankrijk en Engeland verraden zijn. Het staat te lezen in het dagboek van paul Fredericq en zonderling deze geeft er geen commentaar bij.[48]

 

In oktober 1916 werd te Gent de Vlaamsche Hoogeschool geopend met uitsluitend Nederlands als voertaal. Wegens hn acite tegen de vervlaamsing werden toen de professoren Henri Pirenne en Paul Fredericq naar Duitsland gedeporteerd, waar ze wel een gunstregime genoten hebben. Enkel acht professoren en docenten op de eenenzestig van het oude korps hebben zich bereid verklaard om in het Nederlands te doceren. Zo kwamen er een aardig aantal leerstoelen vrij. Alfons van Roy werd in de rechtsfaculteit benoemd waar hij de encyclopedie van het recht en het handelsrecht doceerde.

 

Heel wat anonieme vlugschriften werden verspreid om de studenten aan de sporen de Gentse hogeschool te boycotte: het studeren aan die instelling zou een onvaderlandse daad zijn en de uitgereikte diploma's zijn waardeloos als de Belgische Regering terugkomt. Het Nationaal Vlaamsch Studentenvebond publiceert een brochure waarin de aantijgingen tegen de Vlaamsche Hoogeschool weerlegd worden. De titel: Aan de Vlaamsche Studenten. Rechtskundige raadpleging nopens de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool. Hoewel niet vermeld op de brochure is de auteur A. van Roy. Het juridisch verantwoord hoofdargument dat erin ontwikkeld wordt is dat de opening van de Vlaamsche Hoogeschool in genen dele een daad is die tegen de Belgische wetgeving indruist.[49]

 

Twee studenten uit het Land van Nevele hebben aan die eerste vernederlandste universiteit gestudeerd: A. Verbiest uit Nevele en P. De Coster uit Lotenhulle die er in de oorlogsjaren tijdelijk verbleef maar eigenlijk te Machelen-Deinze woonachtig was. [50]

 

Zoals reeds gezegd was er natuurlijk verzet tegen de vernederlandste univesiteit. Professor J. Bidez was voorzitter van een klandestiene Action Patriotique waar de handel en wandel van de Vlaamse professoren werd gadegeslagen en waar tegen hen bezwarende dossiers  werden aangelegd. Tot die verzetsgroep behoorde een zekere Joseph De Smet die in satirische kwatrijnen aan zijn patriottische gevoelens uiting gaf. Hij schreef er zo een achttal waarin hij sommige professoren hekelde en een ervan is aan Alfons van Roy gewijd:

 

     Alphone Rosa van Roy

 

     Un parrain clairvoyant, plus fort que Lavater,

     Prévoyant qu'il vendrait un jour l'Alma Mater

     Et se vendrait lui-même, à son nom de famille

     Acola des prénoms de dos vert et de fille.

 

Als men waat dat Lavater staat voor een zeer geleerd man, dos vert en Alphonse voor pooier en Rosa voor straatmeid, dan luidt te vertaling:

 

     Een schrandere peter, knapper dan Lavater,

     Die voorzag dat hij eens de Alma Mater zou te veil bieden

     En zich zelf laten omkopen, voegde bij zijn familienaam

     Voornamen toe van een pooier en een straatmeid.

 

Vanwege Joseph De Smet een onschudig intellectueel spelletje, dat, als men het nu leest, niet van een zeer fijne smaak getuigt.[51]

 

In februari 1917 wordt de Raad van Vlaanderen opgericht: het is een soort parlement dat de administratieve scheiding n de politieke autonomie van Vlaanderen zou voorbereiden. Alfons van Roy was lid van de Raad waar hij evenwel een persoonlijk standpunt zal innemen: zijn ideaal is Groot Nederland en naar zijn mening is de zelfstandigheid van Vlaanderen enkel een stap naar de verwezenlijking van Groot Nederland. [52]

Eens in een vergadering van de Raad van Vlaanderen heeft A. van Roy zich het woordje duitschkiljons laten ontvallen: hij brandmerkte ermee de aanhangers van Jong Vlaanderen die onvoorwaardelijk opteerden voor een Duitse hegemonie.[53]

 

In mei 1918 komt een nieuwe partij tot stand: de Vlaamsch-Nationale Partij. In het voorlopig bestuur dat zeven leden telt is er Alfons van Roy met zijn broer Jules. Als toelichting bij de grondbeginselen lezen we: de eendracht onder alle Vlamingen, gelijk van welke kleur, is geboren; de band die hen onderling als telgen van eenzelfde volk verbindt, is gelegd; de zoolang verwachte zuiver Vlaamsch-Nationale Partij is eindelijk te Gent tot stand gekomen… Katholieke, liberale, socialistische en christen-democratische  Vlamingen slaan de handen ineen…

Op de eerste propagandavergadering van de nieuwe partij voert A. van Roy het woord en behandelt de doelstellingen van de VNP. Zonderling klinkt het hoe de vrijzinnige van Roy het godsdienstig probleem aansnijdt: Niettegenstaande verschillen van meening, kan niemand ontkennen dat het Vlaamsche volk een godsdienstig volk is, hetgeen ten andere strookt met zijnen germaanschen aard. Daarom zou het blijk geven van weinig politiek doorzicht moest eene partij geene rekening houden met den bestaanden staat van zaken onder oogpunt van godsdienst. De tweede woordvoerder van de partij was Frans Primo, hoofdredacteur van de Nieuwe Gentsche Courant Hij belicht de organisatie van de NVP en beklemtoont o.a. dat ook vrouwen als partijleden kunnen aangenomen worden. De veslaggever van de vergadering had reeds opgemerkt hoe talrijk de dames aanwezig waren. Er is hier wel een dorbraak van het feminisme te bespeuren dat trouwens toen reeds in de socialistische partij aan bod kwam.[54]

 

In juli 1918 bezocht Alfons van Roy het gevangenkamp van Göttingen waar Belgsiche krijgsgevangene ondergebracht waren. Dank zij een kern van Vlaamse intellectuelen en kunstenaars is er een buitengewone culturele activiteit. Van Roy was opgetogen over zijn bezoek en werd er zich bewust van dat een schaar overtuigde Vlamingen ongeduldig wachtten om zich bij de activisten in het moederland aan te sluiten. Hij stipt ook met genoegen aan dat de leiding van het kamp hoofdzakelijk in handen is van oud-leden van 't Zal wel gaan.[55] Twee leidende figuren maken hier wel een uitzondering op: de bezieler Jef Gosenaerts en de Nevelaar Jef van de Heuvel die er directeur van de school is.

 

Men kan zich nu afvragen waarom de activisten tot het einde toe geloofd hebben in het realiseren van hun doelstellingen. Maar laten we niet vergeten dat tot einde juli 1918 het ernaar uitzag dat de Duise legers een eervolle vrede zouden kunnn afdwingen. En later nog met de wapenstilstand van 11 november dacht men nog niet dat Duitsland verslagen was.

 

In november 1918 toen te Gent de activistenjacht inzette - zijn huis in de Kasteellaan 47 werd geplunderd en venield - is Alfons van Roy naar Nederland utgeweken.[56]

 

Robert van  Roy

(°Vosselare 24.04.1887 - †De Meern 20.07.1972)

 

Valt er over de jongere Robert minder te zeggen, dan betekent dat niet dat hij als student en als advokaat niet even strijdlustig was als zijn twee broers. In 1910 behaalt hij aan de Gentse universiteit het diploma van doctor in de rechten en van licentiaat in het notariaat. Later kan hij eventueel zijn vaderals notaris te Nevele opvolgen

Evenals zijn broer Alfons is hij ook een vurig sportbeoefenaar: te Nevele is hij lid van de handboogmaatschappij en als student beoefent hij het roeien in de Gentse Sport Nautique.

 

De drie gebroeders van Roy stonden bekend als een driemanschap dat in alle omstandigheden getuigenis aflegde van vurig Vlaams zijn. Op de Wereldtentoonstelling van 1913 te Gent zullen ze een manifestatie uitlokken die heel wat weerklank vond. Een Frans minister had in de Chambre des Députés te Parijs verklaard dat Frankrijk een ruim aandeel zal hebben op de Gentse wereldtentoonstelling. Niet alleen op commercieel vlak, maar ook op cultureel vlak zal Frankrijk zich laten gelden in Gent. En de Gentse universiteit, zegt hij, wordt nu in haar wezen bedreigd door de benoeming van des professeurs d'une autre langue, maar de Gentse universiteit blijft Frans en we hopen dat ze Fran zal blijven, roept hij uit. Een echte provocatie voor de Vlamngen.

De organisatoren van de tentoonstelling waren Fransgezind en met moeite had men kunnen bereiken dat er enkele Nederlandse opschriften uitgehangen werden. Frankrijk had, qua ruimte, het grootste aandeel na België. Van af de opening van de tentoonstelling wemelde het er van Franse muziek en van Franse conférenciers.

 

Op zondagavond 22 juni 1913 was een groot galaconcert geprogrammeerd met uitsluitend muziek van Franse  componisten. Toen in de zaal het 3e nummer uitgevoerd was, veert het driemanschap van Roy rcht met een groep geestesgenoten en zingen de Vlaamse Leeuw. Een tumult van jewelste: de politie in de zaal en van buiten grijpt in, de bewakers met hun honden springen toe; het groepje flaminganten heefthet erg te verduren. De sportieve Robert klopt en krijgt kloppen, Jules moet zelfs door de politie ontzet worden, want bewakers met hun honden hebben het op hem gemunt. Alfons wist in het gewoel te ontkomen en voegt zich bij het groepje flaminganten dat, onder het zingen van strijdliederen, de tentoonstelling uitmarcheert. Robert en Jules worden door de politie opgeleid, maar dezelfde avond nog vrijgelaten. In de Franstalige persverslagen is er sprake van le bon trio bien connu: het beruchte driemanschap. Merkwaardig is dat de reactie in de socialistische Vooruit nogal burgerlijk klinkt: De flaminganten - of beter gezegd de hutsepotmannen (allusie op het pluralistische Vlaamsche Blok) met de gebaarde advokaten en dokters aa het hoofd - deden zondag mee: zij stoorden een kunstfeest omdat het door eene flransche maatschappij was ingericht en het fransche artisten waren. Zulks deden nooit de socialistische arbeiders…

Resultaat: de inrichters van de wereldtentoonstelling letten erop dat de tweetaligheid wordt toegepast en dat ook muziek van Vlaamse komponisten aan bod komt.[57]

Die gebeurtenis krijgt later nog een staartje. De Gentse burgemeester E. Braun verbiedt een manifestatie door het comité van de Vlaamsche Hoogeschool georganiseerd. Een interpellatie in de Kamer over dat verbod en burgemeester Braun, tevens parlementslid, dient zich te verantwoorden: hij vreest, zegt hij, ongeregeldheden in de stadskom, ongeregeldheden die door de gebroeders van Roy zouden worden uitgelokt. Met naam en toenaam staan zo de van Roy's vemeld in de Annales parlementaires.[58]

 

Als doctor in de rechten werkte Robert van Roy op de studie van zijn broer Alfons, maar blijft Nevele als woonplaats behouden. Zoals reeds gezegd is hij secretaris van het voedingscomité te Nevele, in 1915 ingesteld. Met de opening van de Vlaamsche Hoogeschool wordt hij secretaris van de rector. Op 13 januari 1917 zal hij te Nevele in de bevolkingsregisters afgeschreven worden. Hij verhuist naar Brussel waar hij, in het mininisterie van Kunsten en Wetenschappen, tot directeur van de Vlaamse afdeling hoger onderwijs benoemd is.[59]

 

Er gebeurden somwijlen zonderlinge dingen in de oorlogsperiode 14-18. Zo op de grote Vlaamse betoging van februari 1918 te Antwerpen waar Vlaanderens zelfstandigheid wordt uitgeroepen. Maar heel wat drieste tegenbetogers zijn ook op straat gekomen en het lukt ze zelfs dat hier en daar de stoet wordt verstoord. Noch de Antwerpse noch Duitse politie grijpen in. Aan de toegang van de Beurs, waar de proclamatie zal plaats vinden komt de sportieve Robert van Roy oog in oog te staan met een tegenbetoger die als bokskampioen bekend staat. Het komt tot een fiks bokspartijtje: er vielen rake klappen aan weerszijden, maar de kampioen moest toch spoedig met een bebloeden kop afdruipen.[60]

 

In november 1918 wordt te Brussel ook jacht gemaakt op de activisten. Na een paar weken ondergedoken geleefd te hebben, wijkt Robert van Roy ook uit naar Nederland.

 

Gabriella van Roy

(°Asper 1884 - †Gent 1974)

 

In het openbaar leven heeft de dochter van notaris van Roy een bescheiden rol gespeeld, maar in de woelige dagen zal ze wel aan de zij van haar broers hebben gestaand. Gabrielle van Roy, die muziekconservatorium en academie bezocht, was een begaafde pianiste en muntte uit in de grafiek. Ze huwde in 1910 de Gentse chirurg Wasteels.[61]

 

Epiloog

 

Notaris van Roy is in november 1918 naar Nevele teruggekeerd waar zijn huis gebombardeerd en geplunderd was. Hij heeft zich dan gevestigd in het geboortehuis van de gezusters Loveling, ook in de Langemunt gelegen, waar nu een gedenkplaat ter hunner ere prijkt. Gekweld door reuma heeft hij zijn laatste levensjaren in een rolstoel doorgebracht.

Een enkele keer zijn de vier kinderen nog samen hun vader komen opzoeken te Nevele. Het was niet gemakkelijk, want de drie broers die door het Belgisch gerecht bij verstek waren veroordeeld, mochten het land niet binnen of werden gearresteerd. (Pas in 1929 konden de veroordeelde activisten die in het buitenland verbleven vrij terugkeren). De gewezen meid van notaris van Roy situeert het bezoek in 1925:  op een duistere avond zijn de bannelingen te Nevele aangekomen en vertrokken bij het morgenkrieken.[62]

Ongeveer diezelfde tijd bracht een kleindochter een bezoekje aan grootvader. De feiten zijn nu nog levendig in haar geheugen geprent: Lang geleden heb ik eens met mijn moeder het stoomtrammetje naar Nevele genomen om aan grootvader een bezoekje te brengen: een groot huis, een grote tuin. Grootvader zat in een rolstoel en hij deklameerde verzen en gedichten. Aan de muur hingen kooien met kanarievogels, waarvan ik er een meekreeg in een kartonnen doos. Met die doos op mijn schoot terug op het stoomtrammetje naar Gent… Wat zou het leven zijn zonder herinneringen. Nu dat meisje was de dochter van Jules van Roy, de musicus. Ze speelde reeds goed piano en grootvader van Roy was zo opgetogen over het vlot pianospel van zijn kleindochtertje dat hij zijn buren, de familie Tavernier, liet roepen om toch eens te komen luisteren naar dat talentvol meisje van zo wat acht negen jaar. En professor Tavernier herinnert zich nog goed dat voorvalletje.[63]

 

In 1927 is notaris van Roy te Nevele overleden en werd kerkelijk begraven. Op de dag van de begrafenis lagen agenten van de Belgische veiligheidsdienst op de loer: de bij verstek veroordeelde zonen zouden er misschien zijn, doch bewust van het gevaar van arrestatie is geen van hen opgedaagd.

 

De tragiek van de oorlog heeft belet dat de gebroeders van Roy in ons land tot volle ontplooiing zijn gekomen: bekwame, geestdriftige en strijdbare krachten zijn voor ons volk verloren gegaan, maar in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging blijven hun namen voortleven.

 

Bijlage: De "Hollandse" jaren van de gebroeders van Roy

 

[1] Wat de uitspraak betreft, hebben we te Nevele altijd de Franse klank "roi" gehoord. Waarschijnlijk hebben de zonen in hun studententijd reeds van "rooi" gezegd. In alle geval de klein- en achterkleinkinderen van de notaris spreken uit van "rooi". Eigenlijk moet het zo, want de familienaam van Roy is een variante op een naam die veelvuldig in de Antwerpse kempen voorkomt: van Rooy of van Roey. Etymologisch van rode = gerooid bos. Zie Vroonen E., Nms de famille de Belgique, 2 dln, Brussel, z.d.

[2] Taeldeman, p. 42 en vge. Van de Casteele, Het burgemeesterschap…, p. 40.

[3] Buysse, dl 4, p 1100 en vge

[4] Buysse, dl 7, p. 967 en vge.

[5] Art. p. 197.

[6] Mededeling van het secretariaat van de Kamer van Notarissen Gent.

[7] Van de Casteele, Het Rusthof…, p. 181 en vge.

[8] Nevele Bevolkingsregisters 1881-1890 en 1891-1900.

Vosselare Bevolkingsregisters 1866-1880 en 1881-1890

[9] Kiespamfletten 23 mei 1906 en 1 okober 1911.

[10] Nevele, Beslissingen van de Gemeenteraad 3.03.1906.

[11] Kiespamflet 23.05.1906.

[12] Kiespamflet 23.05.1906.

[13] Nevele, Beslissingen van de Gemeenteraad 7.11.1908.

[14] Nevele, Beslissingen van de Gemeenteraad     20.05.1911.

[15] De Vlaamsche Hoogeschool, nr. 1, 1911 en nr. 1, 1912.

[16] De Vlaamsche Hoogeschool, nr. 7, 1912 en nr. 10-11, 1912.

[17] Kiespamflet 11 oktober 1911.

[18] Verslagboek St.-Sebastiaan 25.08.1884, 24.08.1885, 25.08.1903.

[19]   Buysse , dl. 4, p. 913 en vge; dl. 5, p. 991 en vge en dl. 6, p. 867 en vge.       

[20] Lijkrede in drukvorm uitgegeven.

[21] La Flandre libérale 6.06.1906 en vge. Gazette van Gent 5.06.1906 en vge. Vooruit 6.06.1906.

[22] Gedachtenispret Mevr. van Roy.

[23] Van de De Casteele, De Virginie Loveling-huldiging… p. 32 en vge.

[24] Fredericq P., Dagboeken 27.05.1912.

[25] Rietgaverstedemuseum, archief 1914-1918

[26]Baudhuin F., Belgique…, p. 80 en vge.

[27] Nevele Gemeentearcheif 1914-1918.

[28] Fredericq P., Dagboeken, 25.04.1915.

[29] Schriftelijke mededeling van mevrouw Julia Ducheyne-Van Roy.

[30] Balthazar, p. 12. Elias, Geschiedenis, dl. 4, p. 138. Encyclopedie, dl. 2, p. 1654-1655. Picard L., Geschiedenis, dl. 2, p. 169-170.

[31] Fredericq P., Schets, p. 210.

[32] Elias, Geschiedenis, dl. 4, p. 269-270. Fredericq P., Schets, p. 212-214. Vooruit, 8 mei, 10 mei, 29 mei, 31 mei 1905.

[33] Handelingen vijfde studentencongres, p. 80-85.

[34] Teirlinck en van de Woestijne, p. 100-106, 111-117, 347-368, 741-742.

[35] Picard L., De Leemen Torens als historisch dokument, p. 309-318.

[36] Fredericq P., Briefwisseling 29 januari 1912.

[37] Gent, Archief Bond Moyson, nr. 320.

[38] Buning L., Nationaal Biografisch Woordenboek, dl. 7, p. 816.

[39] Buning L., Domela, . 71. Buning L., De vooravond, kol. 212-216.

[40] Encyclopedie, dl. 2, p. 1837. Nieuwe Gentsche Courant.

[41] Elias, 25 jaar, p. 180-181.

[42] Verslagboek St.-Sebastiaan, 27.08.1901.

[43] Handelingen 5e studentencongres, p. 51-58<;

[44] Gent Sport Nautique, Veslagen boek 2.05.1903, 7.12.1908, 15.02.1909. Gazette van Gent, 2.07.1906 en vge, 6.08.1907 en vge, 13.08.1908 en vge, 9.08.1909 en vge. Het Pennoen, p. 3-4, juni 1970.

[45] Kiespamflet De Vlaamsche Blok 1911.

[46] Huldebetoon C. Buysse, p. 42. Het Volksbelang 15.04.1911.

[47] Het Handelsblad 24.11.1913.

[48] Fredericq P., Dagboeken 22.08.1914.

[49] Van Roy A., Aan de Vlaamsche Studenten. Gentsche Studenten-Almanak 1918. Heyse T., index, dl. 2, p. 329. Bittlestone M., De Gentse Universiteit, p. 8-9.

[50] Heyse T., dl. 1, p. 139, 145. Kontaktblad Deinze, nr. 6, 1983, p. 210.

[51] Nalatenschap Bidez, nr. 13.

[52] Les Archives, p. 52.

[53] Les Archives, p. 66.

[54] Nieuwe Gentsche Courant, 15.05.1918, 29.06.1918.

[55] Nieuwe Gentsche Courant, 9.08.1918.

[56] De Noorderklok, 16.02.1930.

[57] Het Volksbelang 4.01.1913, 28.06.1913, 5.07.1913. La Flandre Libérale 24.06.1913, 26.06.1913. Vooruit 24.06.10913, 25.06.1913.

[58] Annales parlementaires 5.08.1913, p. 2040-2063.

[59] Heyse T., Index, dl. 2, p. 300.

[60] Mondelinge mededeling van professor R. Tavernier, RUG, Het incident wordt ook vemeld bij Faingnaert A., Verraad, p. 741-742 en Angermille, Lotgevallen, p. 161. Het Vlaamsche Nieuws 4.02.1918.

[61] Mondelinge mededeling van mevr. E. Bontinck-Wasteels, Gent.

[62] Mondelinge mededeling van mevr. Zulma Warniers, Nevele.

[63] Mondelinge mededeling van mevr. Julia Ducheyne-van Roy, Frankenberg.