Mensen uit ons heem IV
Felix Berijngier
door Antoine Janssens
Deze bijdrage over de Nevelse kerkdecorateur Felix Berijngier kan als een vervolg beschouwd worden van de bijdrage over Theodoor Janssens.
Felix was de bijzonderste leerling van Theodoor en zette om zo te zeggen het werk verder na het overlijden van zijn leermeester. Hij had geluk na de Eerste Wereldoorlog verschillende kerkschilderwerken te restaureren die eens zijn leermeester had ontworpen.
Grootouders en ouders
Bladerend in oude bevolkingsregisters ontdekte ik dat de grootvader van Felix, namelijk Jan Francies Berijngier te Nevele geboren in 1800, wever van beroep en Marie-Anna Danneels geboren te Nevele in 1792, spinster van beroep, woonden op de Oossekouter nr. 77 te Nevele. Het gezin woonde in een van de drie huizen langs de kouter, een 50-tal meter over Vliegers molen, komende uit Nevele.
In dit gezin werden drie zonen geboren, namelijk Bruno in 1827, Leo in 1828 en Felix in 1830, alle drie wever van beroep.
In 1850 overleed moeder Marie-Anna Danneels. Een jaar later hertrouwde Jan Francies met Louise De Paepe uit Deinze, huisvrouw van beroep. Zoon Felix verliet in 1851 het ouderlijk huis en vertrok naar de streek van Wendrin in Silezië (grensgebied Oostenrijk-Tsjechoslovakije) waar het tewerk gesteld is als houthakker en later als wegenbouwer in de omgeving van Teschen en Flabunkau.
In Wendrin maakte hij kennis met Maria Szérudowa. Ze huwden en vestigden zich te Flabunkau. Felix was toen 41 jaar oud. In het gezin wordt op 13 juni 1871 een zoon geboren die net als zijn vader Felix genoemd werd.
Moeder Maria Szérudowa overleed in 1891 en vader Felix kwam terug naar zijn geboortedorp Nevele, waar hij overleed op 2 mei 1898.
Het leven van zoon Felix
In de periode 1886-1887 was in Flabunkau en omgeving armoede troef. Vader Felix nam toen een kordaat maar hard besluit en stuurde zijn 15-jarige zoon terug naar Nevele, voorzien van een treinbiljet, een beetje geld, enkele adressen van kennissen te Nevele en veel moed. Hij werd op de trein gezet en kwam te Gent aan. Met zijn briefje in de hand vroeg hij de weg naar Nevele.
Hij werd op de trein gezet richting Deinze en stapte uit te Deurle. Toen was het reeds avond, en niet meer mogelijk nog te voet naar Nevele te gaan. In de herberg aan het station zag hij licht en besloot daar te overnachten. In de gelagzaal zaten enkele mannen een glas te drinken. Ze hadden de hele dag kolen gelost op het station en waren zwart van het stof. De jonge Felix dacht dat alle mensen hier zwart waren. Hij bleef er overnachten en trok 's morgens te voet naar Nevele. Het adres van de eerste verwante was Vital Mesure wonende aan de brug te Nevele. Deze kon Felix niet opnemen daar hij en zijn zuster oud waren en bijna niets bezaten of verdienden. Felix klopte aan bij de weduwe De Ketelaere geboren Helena Van Hoverbeke, wonende Marktplein nr. 2. Ze baatte daar herberg "In den bonten os" uit en bij haar woonden haar drie kinderen Alfons, Ivo en Frans-Emile. We schrijven 1886. Felix verbleef er een paar weken en verhuisde naar de herberg van de familie Dossche gelegen in de Korte Munt. Joannes-Baptiste Dossche, geboren te Bassevelde in 1811 was herbergier van beroep, gehuwd met Marie-Thérèse Aerens, geboren te Sleidinge in 1828 en herbergierster. Ze woonden eerst in de Kattestraat nr. c79 (Nu staat dit huis naast de Oostbroek.). Daar werd in 1860 een dochter Marie-Leonie geboren die de echtgenote zou worden van Felix. Het gezin verhuisde naar de Veldekenstraat nr. 17, waar een zoon Honoré in 1861 werd geboren. Negen jaar later kwam Marie-Elodie het gezin vergroten. Na het overlijden van Joannes-Baptiste Dossche in 1871 bleef de weduwe daar nog enkele jaren als tapster wonen en verhuisde toen met haar gezin naar de Korte Munt nr. 9. Daar nam Felix Berijngier zijn intrek, in een kleine kamer boven de herberg.

Felix Berijngier in 1902
(Documentatie Rietgaverstede Nevele)
Felix was van in zijn prille jeugd begaafd in tekenen. De jonge man tekende bloemen en kopieerde prentkaarten. Al die tekeningen werden aan de herbergbezoekers getoond. Het was daar dat brouwer Louis Lampaert, de latere burgemeester van Nevele, de tekeningen bewonderde en Felix aanmoedigde om verder te werken. Louis Lampaert vertelde aan zijn vriend Theodoor Janssens, over de jonge Berijngier en zijn tekenkunst. Felix kon aan de slag in het werkhuis Janssens en verdiende 1 fr. per week, wat voor een beginneling toen niet niets was. Bij Theodoor leerde hij kleuren mengen, heiligenbeelden beschilderen, decoratie uitvoeren, ornamenten tekenen en schilderen. Hij werd ook ingelijfd bij de ploeg kerkschilders van het huis Janssens die toen kerkdecoratie uitvoerde in kerken en kapellen.
In dit pleeggezin maakte Felix kennis met de oudste dochter Marie-Leonie, in de volksmond Leonie genoemd. Ze was negen jaren ouder dan Felix. Bij hun huwelijk bleven ze nog enkele jaren bij moeder wonen. Felix bewonderde zijn schoonmoeder Marie-Thérèse Aerens, en maakte voor haar een schilderij olie op doek. Felix nam nu zelf schilderwerken aan o.m. in Loftus (Engeland). Na het overlijden van zijn patroon-leermeester Theodoor Janssens in 1899 kochten Felix en Leonie een huis in de Kernemelkstraat (nu de A.C. Van der Cruyssenstraat), nu bewoond door Baziel Van Wonterghem-Buysse. Als decorateur beschilderde hij zijn voorgevel met ornamenten. Boven de bovenramen plamuurde hij het gedeelte tussen het raam en de korfoorboog, en bracht er drie spreuken aan in sierlijke letters en krullen: "Klein doch mijn"; "Na regen - zonneschijn" en "Oost-West, thuis best". Een dichtgemetseld raam, hier blind venster genoemd, werd zo beschilderd dat het op een echt raam geleek, het glas had een glaskleur en de geschilderde gordijnen geleken op kantwerk. In de benedenkamer richtte hij een uitstalraam in waar hij zijn waren aan de man bracht. Felix maakte ook heiligenbeelden, hij decoreerde en beschilderde deze, schilderde ook doeken voor kruiswegen.

De woning van F. Berijngier in de
Kernemelkstraat, nu bewoond door B. Van Wonterghem-Buysse.
Bemerk de kunstig geschilderde versieringen op de voorgevel en "blinde" venster
in het midden boven.
Voor het huis Felix met echtgenote Leonie Dossche en hun trouw hondje.
(Documentatie Anna Haenssens Gent)
Achter zijn huis had hij in een stalling zijn atelier ingericht. Dit gebouw werd echter in puin geschoten tijdens de gevechten te Nevele in 1918.
Felix werkte in zijn atelier, schilderde in kerken en kapellen, tot zelfs in Engeland in Nederland.
Er is o.m. een aanbeveling bewaard van pastoor A. Grijspeert van de Sint-Josephkerk van Loftus (Engeland). Op 10 maart 1889 beval hij Felix aan bij een collega. Hij schreef dat Felix Berijngier de twee kerken van Loftus had geschilderd. Hij was een bijzonder vlugge werkman; zijn werk was van het bete en ook de gebruikte grondstoffen; zijn prijs was redelijk.

Een brief met lofbetuiging voor F.
Berijngier door pastoor A. Grijspeert
van de Sint-Josephkerk te Loftus in Engeland.
(Documentatie Anna Haenssens Gent)
Na het overlijden van Theodoor Janssens, die bestuurder was van de Nevelse tekenschool, werd Felix Berijngier aangezocht die taak op zich te nemen. Hij was er reeds leraar in ornament en lijntekenen. Hij werd bestuurder benoemd op 2 mei 1909 en bleef dit tot aan zijn overlijden. In 1924 werd Felix gehuldigd als 25 jaar lesgever, 15 jaar bestuurder en men vierde ook het 50-jarig bestaan van de tekenschool. Van de leerlingen ontving hij zijn borstbeeld dat nog altijd bestaat. Felix had verschillende leerlingen onder wie de gebroeders De Vos en Leon Dossche, de zoon van zijn schoonbroer Honoré.
Van Felix zijn enkele dorpsgezichten bewaard, twee olie op hout en een olie op doek.
Felix overleed te Nevele op 16 oktober 1926, zijn echtgenote Leonie Dossche overleed te Nevele op 19 januari 1947.
In mijn jeugdjaren heb ik van Leonie verschillende penseeltjes gekregen afkomstig van haar man. Uit de geboortestreek van Felix zijn verschillende prentkaarten bewaard, van Tesschen, Posdrowienie, Wendrin. Hij ontving die kaarten waarschijnlijk van familieleden langs moeders zijde. Het adres luidde "Felix Berengér, Bildermaler in Nevele Belgien".
Wegens zijn afkomst droeg Felix de bijnaam "Feen den duits". Vermelden we nog dat Felix Berijngier een paviljoen schilderde op de wereldtentoonstelling van Gent in 1913; zijn toegangskaart tot het complex had het nummer 9882. Hij bezocht dikwijls die tentoonstelling en had zelfs een abonnement voor de hele duur van die tentoonstelling, dat toen 10 fr. kostte. Hij was te Nevele een geacht man. In 1906 bezat hij één stem voor senaats- en gemeenteverkiezingen en in 1912 waren dat er reeds drie.
Zijn werk

Schilderij op doek door F.
Berijngier, voorstellende de ophaalbrug van Nevele in 1893.
Rechts de herberg "In den Appel" bij Dobbels, daarvoor de herberg "In
Sint-Sebastiaan" bij Voet;
tussen de brug door de Rijkswacht; links het huis van Vital Mesure.
(Fotoarchief Rietgaverstede Nevele)
Felix Berijngier schilderde en decoreerde vooral kerken, kapellen en heiligenbeelden. We weten ook dat hij graag tekende en er aanleg voor had. Eens in de leer bij Theodoor Janssens ging de aandacht naar het natekenen en schilderen van prentkaarten van Nevele. Hij penseelde ook in olieverf de Nevelse ophaalbrug en het kanaal in 1893; in 1896 stond hij de dreef die naar het kasteel leidt, genoemd "De Motte". Het werk olie op doek getuigt van een grote opmerkingszin, terwijl de kleurencombinaties en -effecten verbluffend zijn.

In het atelier van F. Berijngier
gelegen in de Kernemelkstraat, achter zijn woning. De decorateur aan het werk.
Links Leon Dossche, als leerling-schilder.
(Documentatie Anna Haenssens Gent)
Hij heeft grote bewondering voor zijn vader en zijn schoonmoeder. Van beiden maakt hij een groot schilderij olie op doek. Hun houding, hun gelaatsuitdrukking zijn zo weergegeven dat het lijkt alsof de personen echt leven. Ondertussen toog hij met zijn beide helpers Emiel De Vos en Leon Dossche aan het werk in verschillende kerken. De kerk van Nevele, grotendeels herbouwd na de vernieling van 1918, werd door Felix Berijngier in 1912 geschilderd en gedecoreerd met bloemen en guirlandes. Jammer genoeg werd de kerk in 1940 vernield. Ook in Engeland en vooral in het plaatsje Loftus bij Londen schilderde hij twee kerken in 1889. Hij kreeg van de pastoor een mooie aanbevelingsbrief mee.

De kerk van Nevele wordt
geschilderd.
Links Leon Dossche en Felix Berijngier, al de anderen zijn houtbewerkers,
steenhouwers en stukadoors
die herstellingen uitvoerden voor de firma Van Speybroeck uit Gent.
(Foto G. Van Laere Nevele)
Het koor in de kerk van Poesele geschilderd door zijn leermeester Theodoor Janssens, had schade opgelopen in 1918. Felix werd aangesteld om het beschadigde gedeelte juist achter het altaar, voorstellende het laatste avondmaal, te herschilderen; de andere taferelen uit het leven van de patroonheilige Laurentius werden gerestaureerd. De kerken van Landegem en Vosselare werden vóór 1926 door hem geschilderd en van motieven voorzien. Jammer genoeg is ook dit werk vernield, toen de twee kerken in een puinhoop werden herschapen in mei 1940.

Poesele-kerk. Het schilderij "Het
laatste avondmaal",
in het koor van de kerk werd herschilderd door Felix Berijngier,
na de vernieling van 1918.
(Fotoarchief Rietgaverstede Nevele)
In 1926 waren hij en zijn gezellen druk in de weer om de paterskerk van Roeselare te decoreren. De zuilen, bogen en het koor werden door hem versierd met guirlandes, banden, biezen en siermotieven. Ook werkte hij in de hoofdkerk van Sluis (Nederland). Deze kerk werd vernield in 1944.
Verschillende kapellen uit de streek zijn door hem beschilderd. Tussen 1920 en 1924 werkte hij in de kapel van Onze-Lieve-Vrouw in de Oostbroek te Nevele; in de kapel van het hospitaal Louise-Marie te Nevele, en het rustoord Ter Lenen, en in de kapel van de Zusters Franciscanessen van Crombeen te Hansbeke restaureerde hij de schilderwerken.
In zijn atelier, achter zijn woning in de Kernemelkstraat, goot hij heiligenbeelden in gips. Beelden van de H. Anna (nu in de kapel van Onze-Lieve-Vrouw Ten Rietgaver), de H. Amandus, de Goede Herder, de H. Franciscus, de H. Appolonia, engelenbeelden en de beeldengroep Jezus met O.L.Vrouw en St.-Jozef waren zijn favoriete uitbeeldingen. Die beelden werden kunstig geschilderd in vele variaties van kleuren, lijnen, versierd met bloemen en banderollen.
Op doek werden episoden van de kruisweg geschilderd. Dikwijls werd Onze-Lieve-Vrouw-van-altijd-durende Bijstand op doek gebracht. Doeken met het gelaat van Christus, al dan niet met de doornenkroon, Jezus bij het laatste avondmaal, sieren vele kerken en kapellen. Deze schilderijen werden in zijn atelier of verkoopsruimte tentoongesteld. Voor alle doeken leverde hij op aanvraag de nodige kaders. Enkele prijzen zijn gekend dankzij een reclamekaart, bv. kaders van 0,50 x 0,98 m buiten maat voor een doek van Onze-Lieve-Vrouw kostten in eikenhout 150 fr. Gewone kaders kon men aankopen van 30, 50 of 80 fr. Een "romaansche" kader in eik met twee zijluiken (2,10 m op 0,80 m, geopend 1,76 m breed, het schilderij is dan 0,78 x 0,60 m en de twee delen met de engelen 0,78 m x 0,30 m) kostte 575 fr.
Doeken voorstellende Onze-Lieve-Vrouw (groot model 0,57 x 0,47m) met gotische kader en met buitenmaat van 1,95 m op 0,95 m konden geleverd worden tegen 385 fr.
Felix Berijngier had een oog voor zijn zaak. Zijn naam- en reclamekaarten zijn echte meesterwerkjes, uitgevoerd in gotisch schrift, gedrukt in beide landstalen, moesten diepe indruk maken. Het middengedeelte bevat een nis waarin een schilderende monnik gezeten is voor de schildersezel. Het palet in de hand werkt hij aan een schilderij, links de Vlaamse tekst, rechts ervan de Franse. Men leest: "Schildering van kerken, kapellen, autaren, voetstukken, beelden van heiligen in alle grootten, fijnste uitvoering. F. Berijngier, Nevele bij Gent. Gothische stijl, Romaanse stuk, Renaissance stijl". De kaart werd gedrukt bij H. Van de Vijvere-Petyt te Brugge. Voor zijn gewone briefwisseling gebruikte Felix een naamstempel. Er zijn twee soorten gekend, de oudste op een kaart van 1902 heeft letters die wijd van elkaar staan "F. Berijngier, schilder Nevele bij Gent"; een later exemplaar op een kaart van 1920 heeft kleinere letters dicht bij elkaar "F. Berijngier, schilder Nevele, bij Gent".

De mooie gotische reclamekaart van
F. Berijngier.
(Documentatie Anna Haenssens Gent)
Felix had wel een voorliefde voor de gotische stijl. Ruim 90% van zijn werken steken in gotische kaders. Toen zijn vader overleed in 18798 stond op het bidprentje een gotische afbeelding naar de lith. St.-Augustin Brugge, gedrukt verspreid te Nevele door Th. Janssens zijn leermeester.
Toen Felix zelf overleed in 1926 drukte de drukkerij Tyberghein-Ernelsteen van Nevele een prentje waarop in gotische omlijsting de geselkolom met de geseltuigen afgebeeld zijn, vrienden en kennissen kregen een prentje met de foto van Felix geplaatst in een ovale medaillon. Toen zijn echtgenote overleed in 1947 was het een prentje met langs de voorkant een gekruisigde Christus met aan het kruis onderaan een wenende vrouw, gedrukt door "Drukkerij Lootens Nevele".
Zijn twee verdienstelijkste
leerlingen ging als schilder door het leven.
Leon Dossche, zoon van
schoonbroer Honoré werd huisschilder, werkte te Vosselare en maakte in zijn
vrije tijd vele schilderen op doek. Emiel De Vos werd een verdienstelijk Nevels
schilder, die later zijn zaak voortzette met zijn twee zonen André en Jozef. Het
is een speling van het lot dat Emiel en zonen na 1945 de kerk van Nevele
schilderden, na de herstelling van de schade aangericht in 1940. Eens had Emiel
Felix geholpen diezelfde kerk te schilderen na 1923.

Foto uit 1896 van Jules Van
Wanzeele toen hij op het atelier (of de tekenschool) van Theodoor Janssens les
volgde.
Jules Van Wanzeele is de jongen uiterst links boven met het beeldje in de
hand.
Hij was toen 15 jaar oud. De man op de voorgrond (met snor) zou Felix Berijngier
zijn.
(Foto Luc Van Wanzeele)
Bronnen
R.A. Gent,
bevolkingsregisters Nevele 1809 en 1833.
G.A. Nevele, bevolkingsregisters Nevele 1846, 1856, 1866 en 1880.
Documentatie Rietgaverstede Nevele, kiezerslijsten van 1904 en 1924.
Prenten en kaarten uit de verzameling van Anna Haenssens en Rietgaverstede te
Nevele.
Gesprek met Leonie Dossche, wed. Felix Berijngier, in 1944.
Gesprek met Anna Haenssens, wed. Leon Dossche, in 1987, 1988 en 1989
Dank aan de heer R. Claeys (Eeklo) voor de verstrekte inlichtingen.