HET BURGEMEESTERSCHAP VAN
LEONCE MULLE DE TERSCHUEREN:
ZOALS HET WAS EN ZOALS BUYSSE HET ZAG
door Jozef Van de Casteele
(Barones Mulle de Terschueren uit Brussel en dhr. advocaat D. Vander Meulen, burgemeester van Tielt, waren zo vriendelijk me kostbare gegevens over hun familielid te verschaffen.
Dhr. L. Lambrecht uit Kortrijk, achterkleinzoon van notaris Dierick, bezorgde ons merkwaardig iconografisch materiaal.
En last but not least stelde dhr. Antoine Janssens zijn rijke documentatie over het negentiende-eeuwse Nevele voor ons open.
Aan allen onze oprechte dank!)
Op grond van de gemeenteverslagen door Cyriel Buysse opgesteld en verspreid[1], op grond van de schets "Meneer de Burgemeester"[2], waar het overduidelijk is dat Buysse het heeft over de Nevelse burgemeester, is Leonce Mulle de Terschueren de geschiedenis ingegaan als een belachelijk persoontje: zo'n Franssprekend en pronkerig aristocraatje die wat Vlaams brabbelt, weinig interesse voor gemeentezaken schijnt te hebben en liever wat bizarre problemen aanpakt, zoals de Congo-affaire.[3]
En toch liggen de zaken anders. Wij zijn niet gemandateerd om Leonce Mulle te rehabiliteren, maar op grond van de documenten, die we hebben kunnen raadplegen, zijn er heel wat positieve elementen in Mullies politieke carrière.
Leonce Mulle is 7 jaar gemeenteraadslid geweest en 7 jaar burgemeester. En in die jaren is er te Nevele heel wat gebeurd; in die periode ligt zelfs een zeer bewogen episode uit Neveles geschiedenis: de schoolstrijd van 1879-1884.
Afstamming
![]() |
|
Leonce
Mulle de Terschueren |
De familie Mulle de Terschueren - vader, moeder en zoon Leonce - komt zich te Nevele vestigen in 1862, of preciezer gezegd, ze wordt in dat jaar in de bevolkingsregisters ingeschreven. Afkomstig van Tielt, hebben ze te Brussel een herenhuis in de Wetstraat gebouwd. Ze werden slechts in 1843 in de adelstand verheven - de graad van "ecuyer" - en van toen af werd officieel Terschueren bij hun naam gevoegd. Emile-Pierre Mulle, de vader, had een actieve rol te Tielt gespeeld in de septemberdagen 1830, maar aangewezen als lid voor het Nationaal Congres voor het district Tielt heeft hij die eer afgewezen. Hij was gehuwd met een Van der Meulen, een notarisdochter uit Wakken. In 1830 bezat de familie Van der Meulen reeds het goed de Motte met kasteel te Nevele. In 1849 wordt het bij erfenis eigendom van Mulles echtgenote. Omstreeks 1850 worden er verbouwingen aan het kasteel uitgevoerd.[4] Volgens de kadastrale legger heeft Emile-Pierre Mulle wel zijn domicilie te Brussel.
Unionisme te Nevele
Op 21 januari 1867 wordt Leonce Mulle de Terschueren gemeenteraadslid in vervanging van Marcellin Bekaert, overleden. IN die tijd was het te Nevele op politiek vlak vrij rustig; daar heerste nog de geest van het unionisme, die nu op nationaal vlak niet meer aan bod kwam. Unionisme in de Belgische geschiedenis van na 1830 is de politieke samenwerking van gematigde en conservatieve liberalen en katholieken. We mogen stellen dat te Nevele liberale en katholieke notabelen vrijwel eensgezind de gemeentebelangen dienen. Zo zien we dat bekende vrijzinnige families er goed kunnen aarden: laten we even denken aan de Comparés, de Lovelings, de Fredericqs, de Van der Cruyssens… En wat er ook van gezegd wordt, mogen we beweren, dat er te Nevele cultureel leven was zonder politieke kleur. We treffen er volgende verenigingen aan: een letterkundig genootschap "Moedertael en Broedermin", in 1847 gesticht[5]; een zangkoor "De Vrijheidsvrienden", in 1878 ontbonden[6]; de muziekmaatschappij "Sinte Cecilia", reeds in 1806 opgericht[7]; de aloude schuttersgilde "Sint-Sebastiaan"[8]. Er was zelfs een voorloper van sociale zekerheid, een maatschappij van onderlinge bijstand, "Eendracht Maakt Macht" genaamd; in de besluiten van het College van Burgemeester en Schepenen lezen we op 23 oktober dat die maatschappij om officiële erkenning verzoekt.
Zouden er omstreeks 1850 nog gemeenten gevonden worden, even groot als Nevele, waar het verenigingsleven zo een ontplooiing kent?
Muzikale perikelen
Na het overlijden van Dubois d'Oultremont, baron de Nevele, in 1862 - hij bewoonde het kasteel Hodonck te Bachte-Maria-Leerne - volgt de Nevelse notaris Bernard Dierick hem op als voorzitter van de muziekmaatschappij, een bekende figuur die o.a. ook gemeentesecretaris van Meigem was.
In 1858 was de notaris niet meer als schepen herbenoemd, hoewel hij bij de gemeenteverkiezingen een hoog aantal stemmen had bekomen. Zonderling feit: in de verslagen van de gemeenteraad wordt dat opzij zetten van notaris Dierick fel geblameerd en wordt hulde gebracht aan zijn verdiensten. Het verslag wordt evenwel niet eenparig goedgekeurd: twee onthoudingen op de tien, vanzelfsprekend de nieuw benoemde schepen Augustin Cackaert, de latere Nevelse burgemeester van 1859 tot 1873 (bijlage I).
In die politieke gebeurtenis ligt waarschijnlijk de oorsprong van de moeilijkheden die nu oprijzen tussen de muziekmaatschappij met voorzitter Dierick enerzijds en het gemeentebestuur anderzijds.
Enkele feitjes die dat onderstrepen.
29 juni 1867: de muziekmaatschappij is niet geneigd om de schieting van de Nevelse Sint-Sebastiaansgilde in de Oostbroek op te luisteren. Daarop beslist de gemeenteraad een andere muziekmaatschappij, vreemd aan de gemeente, uit te nodigen en een toelage toe te kennen. En bij dat conflict zal Leonce Mulle gedacht hebben - men vergeve ons de woordspeling - "daar zit muziek in!". En reeds in oktober 1867 sticht hij op eigen kosten "De Fanfaren Maatschappij Ste Cecilia-Mulle de Terschueren" met als kenspreuk "Voor 'g algemeen nut", leus die als een aanhef van een kiesprogramma klinkt. En dat de twee Nevelse muziekmaatschappijen de naam "Sinte Cecilia" dragen zal van aard geweest zijn om de gemoederen wat op te zwepen.
7 maart 1868: de muziekmaatschappij - Dierick zal een festival inrichten in de Oostbroek en vraagt de gemeente een estrade en omsluiting te leveren en verzoekt tevens uitleg over het uitblijven van de beloofde subsidie.
23 maart 1868: er is nog geen antwoord gekomen van het gemeentebestuur en we lezen dan ook in het verslagboek van de maatschappij: "…om deze redenen vraegt hij (not. Dierick) aen de aenwezige leden of het niet beter zou zijn en zelfs in het belang der Maetschappij dit feest te geven in zijn beluik, waarop alle eenparig geantwoord hebben van Ja. Dan (sic) heer Voorzitter gelast zich hier van kennis te geven aen het Gemeentebestuer".
De gemeenteraad laat zich niet onbetuigd en in het proces-verbaal van haar zitting op 28 maart 1868 lezen we dat er geen estrade hoeft gemaakt te worden en dat er aan de muziekmaatschappij-Dierick geen subsidie toegekend wordt, omdat "… de Maetschappij aan hare plicht is te kort gebleven niettegenstaande de uitnoodigingen van het Kollegie van Burgemeester om door zijne medewerking de gemeentefeesten te verluisterlijken….". Twee leden op de acht stemden tegen.
Een jaar later komt de klap op de vuurpijl. Op de gemeenteraadszitting van 12 juni 1869 zijn er slechts 6 op 11 raadsleden aanwezig, maar er wordt een uitdagende beslissing genomen: "Op de vraag der Fanfaren Maatschappij St Cecilia te Nevele, in daate 7 juni lest voor het opmaken ten koste der Gemeente eener estrade ter gelegenheid zijner te geven muzijkfeest op den 1 August 1869 beslist de raad eenstemmiglijk van eene estrade voor de aanduide feest ten koste der gemeente te zullen doen vervaardigen, welke eigendom der gemeente zal blijven, om te dienen, voor alle feesten welke in het vervolg in deze gemeenten zullen plaats hebben."
Nevele zit nu opgescheept met twee muziekmaatschappijen en onder de ere-leden en spelende leden zijn er natuurlijk heel wat overlopers. Ere-lid van de fanfare-Mulle wordt schepen Louis Buysse, vader van Cyriel. Wat de pastoor-deken betreft, die wil de kerk in het midden houden: hij blijft tot 1872 erelid van de muziekmaatschappij-Dierick en wordt geen lid van de muziekmaatschappij-Mulle. Een ander merkwaardig feit: baron 't Kint de Roodenbeke, senator, blijft de oude muziekmaatschappij getrouw; zelfs in het heetste van de schoolstrijd, 1881, is de bekende katholieke senator nog steeds ere-lid van de oude muziekmaatschappij. Trouwens in 1911 prijkt de naam graaf 't Kint de Roodenbeke op de lijst waarop ook Cyriel Buysse ingetekend heeft: het betreft hier het Sint-Ceciliafeest door de Harmoniemaatschappij "Nevele" georganiseerd. Hoewel politieke partijgenoten lijken Leonce Mulle en 't Kint de Roodenbeke niet in de beste verstandhouding te leven.
Provinciaal raadslid en burgemeester
In juli 1871 een nieuwe etappe in Mulles politieke loopbaan: hij wordt provinciaal raadslid voor het kanton Nevele en blijft het tot aan zijn dood in 1888. Nu heeft Leonce Mulle gedacht dat hij een snelle opgang kon maken: bij de eerste zitting stelt hij zich kandidaat voor secretaris van de provincieraad, en bekomt slechts één stem op 61; hij laat zich niet ontmoedigen, stelt zich ook kandidaat voor gedeputeerde en bekomt opnieuw één stem op 63. Wellicht zal zijn voortvarendheid nu wat geremd zijn.
Enkele steekproeven, in de processen-verbaal van de zittingen van de Provincieraad uitgevoerd, leren ons dat hij meer dan eens belast werd met het opmaken van een verslag van een commissie, hetzij voor openbare weren, hetzij voor de "burelen van weldadigheid", wat nu de C.O.O. is[9].
In januari 1874 wordt Leonce Mulle de Terschueren tot burgemeester benoemd in vervanging van Augustin Cackaert overleden; zijn schepenen zijn Leo Dias en Louis Buysse, vader van Cyriel.
Nu is het op gemeentelijk vlak een activiteit zonder weerga; het gonst van voorstellen, ontwerpen en verwezenlijkingen. Enkele voorbeelden:
Laten we niet vergeten dat we in de tijd van Leopold II leven en die koning zich sterk interesseerde voor urbanisatie en architectuur.[10] De provinciegouverneurs wijzen dan ook in hun toespraken bij de opening van de provincieraden op de middelen om gemeenten en steden te verfraaien. Leonce Mulle, als provinciaal raadslid, heeft dan ook gehoor voor de richtlijnen die van hogerhand uitgaan.
Notaris Dierick: één tegen allen
![]() |
|
Notaris Bernard Dierick |
Helaas, die positieve bedrijvigheid blijft niet duren. In het land zijn er scherpe tegenstellingen tussen katholieken en liberalen, of preciezer gezegd, de extremistische vleugels van beide partijen overheersen het Belgisch politieke leven, dat zich nu toespitst op het onderwijs, namelijk de hervorming van het lager onderwijs.
Er komt een klimaat van onverdraagzaamheid. Een staaltje: op Pinkstermaandag 1875 orden groepen bedevaarders, van Oostakker komend, aan de grens van St.-Amandsberg Gent uiteengeknuppeld en volgens de persverslagen hebben de Nevelaars nogal wat geïncasseerd.[11] Virginie Loveling alludeert trouwens, in een van haar romans, op die schermutselingen.[12] Daarentegen moeten de liberalen het ontgelden op het platteland: zo moest een bekend Gents liberaal te Lochristi ontzet worden om heelhuids van de gemeente weg te komen.
In oktober zijn er gemeenteverkiezingen. Niets laat vermoeden dat er te Nevele katholieken tegenover liberalen staan, maar één neemt de handschoen op tegen Mulles lijst: notaris Dierick en in het vlugschrift dat hij verspreidt zien we dat het niet gaat over zuivere politiek aangelegenheden, maar wel over de persoon Mulle (zie bijlage II). Deze laatste heeft met zijn lijstgenoten, waaronder Louis Buysse en Adolphe Schatteman ook een vlugschrift uitgegeven waarin de realisaties van de voorbije jaren onderstreept worden. Van liberale katholieke tegenstellingen is er dan te Nevele nog geen sprake (zie bijlage III). Wat Theophile Braet betreft, de latere burgemeester door het liberaal ministerie Frère-Orban - Van Humbeeck benoemd, die was in 1875 op de eenheidslijst Mulle herkozen en zo verviel zijn mandaat slechts in 1881.
Notaris Dierick werd niet verkozen.
Schoolstrijd, burgemeester af en huwelijk
In januari 1879 wordt Theophile Braet tot burgemeester en Louis Buysse tot schepen benoemd. Zoals hoger gezegd zijn ze geen leden van de oppositie, maar wel door de liberale regering aangesteld. We mogen het zo stellen; beiden zijn lijstgenoten van Mulle, maar zullen, op het vlak van de schoolpolitiek, de nieuwe hervorming uitvoeren. Komen in de gemeenteraad de schoolproblemen te berde, dan staan hier Braet, L. Buysse en Schatteman tegenover de andere gemeenteraadsleden. Maar buiten die schoolproblemen wort er toch nog eenparig gestemd: o.a. over het vervaardigen van een nieuwe biechtstoel voor 1007,58 fr., het heffen van opdeciemen… Een markant feit: op 12 februari 1879 wordt Leonce Mulle, als niet herbenoemd burgemeester, te Nevele plechtig ingehuldigd: hij komt te Landegem aan en er is een stoet gevormd door 200 à 300 ruiters gevolgd door 37 rijtuigen. Maar in een vlugschrift worden die getallen door de nieuwe burgemeester gereduceerd tot 193 paarden en 37 rijtuigen. U ziet, de Nevelse vroede vaderen liggen op vinkenslag (zie bijlage IV).
Over een bepaald aspect van de schoolstrijd bezitten we een kostbaar document: het Schoolenkwest. Officiële commissies, door de Regering aangesteld, worden belast met een onderzoek naar de onderwijstoestanden in steden en gemeenten. Het verslag van de zitting in het kanton Nevele behelst 22 bladzijden - Nederlandse en Franse tekst - en er werden 23 getuigen gehoord (zie bijlage V).
![]() |
|
Theophile Braet, brouwer |
Enkele staaltjes uit dat verslag die aantonen dat Nevele niet aan de spits van de onverdraagzaamheid stond. Uit het getuigenis van J.-F. Van der Cruyssen, kantonaal schoolopziener en broeder van de schrijver en bekend liberaal, vernemen we: Hier zooals elders is de tegenstand der geestelijkheid tegen de schoolwet groot geweest. Te Nevele zelfs zijn er echter geene bijzondere sermoonen gehouden." Onderwijzer Pattyn, die de officiële gemeenteschool bestuurt, vaart uit tegen de clerus en het armbestuur, mar verklaart toch o.m.: "Ik handel zooals onder de wet van 1842. Ik geef zelfs en catechismus en 4 leerlingen, die verleden jaar hunne eerste communie gedaan hebben, werden de beste van de kerk, zooals de deken in een huis heeft bekend."
Oud-burgemeester Mulle en de raadsleden gaan hun boekje niet te buiten, niet één wordt door de schoolcommissie geconvoceerd, wel de pastoor-deken, een onderpastoor en de secretaris van het armbestuur.
Bij de gemeenteverkiezingen van oktober 1881 komt Theophile Braet alleen op tegen de lijst Mulle, maar behaalt slechts 69 stemmen, de volstrekte meerderheid was 116 (zie bijlage VI). Als burgemeester wordt hij in januari 1882 door Adolphe Schatteman opgevolgd, lijstgenoot van Mulle in oktober 1878.
Hoe lag de politieke activiteit van Leonce Mulle in de schooloorlog? Hij zelf heeft het gebouw der katholieke school geschonken. Het lag in de Karnemelkstraat en was volledig klaar op 5 oktober 1879, toen het plechtig ingewijd werd. Een actief schoolcomité stond in voor het inzamelen van de fondsen.[13]
Gedurende al die politieke tribulaties heeft Leonce Mulle de tijd gevonden om, op 22 augustus 1882, in het huwelijk te treden met Isabelle-Marie-Hubertine-Ghislaine, gravin d'Alcantara (1854-1916).
De schoolstrijd te Nevele wordt op uitvoerige wijze uitgebeeld in de roman "Sophie" van Virginie Loveling.[14] Het verhaal steekt vol met Nevelse personages en gebeurtenissen. En als Cyriel Buysse die roman gelezen heeft, stuurt hij naar zijn tante een lijstje met de echte namen van de personen die schuil gaan achter de personages in de roman en schrijft onderaan: "Gij ziet niet waar Tante dat men u rijkelijk begrepen heeft". De burgemeester, die erin uitgebeeld wordt, is nochtans niet Leonce Mulle, maar die van Bachte-Maria-Leerne, volgens C. Buysse.[15]
Nog vier jaar burgemeesterschap
Oktober 1884: gemeenteverkiezingen. Te Nevele is er slechts een lijst, die van Leonce Mulle. Sedert juni is er een homogeen katholieke regering aan het bewind en het is dan ook vanzelfsprekend dat Mulle opnieuw burgemeester wordt. Maar met die nasleep van de schoolstrijd komt de activiteit van de gemeenteraad op een laag pitje te staan: de schoolproblemen blijven nog altijd centraal staan.
Er komt opnieuw één enkele gemeenteschool voor jongens, waar Louis Verbiest, de hoofdonderwijzer van de vrije school, en Bernard Pattyn nu samen staan. Met de laatste zijn er nog heel wat strubbelingen: hij vraagt een hogere wedde en bij weigering ervan maakt hij de zaak aanhangig bij de gouverneur, de gemeenteraad verbiedt hem een duivenhok te hebben op de zolder van de gemeenteschool...
Er komen wel enkele nieuwe initiatieven: er wordt een landbouwtentoonstelling gehouden, er wordt een politiecommissaris aangesteld. Maar er lijkt in die tijd weinig vaart in de Nevelse gemeentepolitiek te zitten. In juni 1888 is Mulle niet meer op de opening van de provincieraad verschenen. De laatste zitting van de gemeenteraad die hij bijwoont is die van 25 juli 1883 en zijn handtekening in het verslagboek is met een onvaste hand geschreven.
In het Fondsenblad van 19 december lezen we: "Wij vernemen dat, gister namiddag, rond 4 ure, de heer Mulle de Terschueren, burgemeester van Nevele en provinciaal raadslid, na een kortstondige ziekte is overleden, voorzien van de laatste troostmiddelen der H. Kerk. De heer Mulle de Terschueren bestuurde sedert lange jaren de belangrijke gemeente Nevele tot groote voldoening der ingezetenen en was in den provincialen Raad een ieverige en bekwame verdediger der gelangen van het kanton. Hij zal door zijne talrijke vrienden diep betreurd worden."
De pers brengt geen verslag uit over de begrafenisplechtigheid, maar enkele dagen later, op 24 december, wordt Nevele in rep en roer gebracht door een andere begrafenis, die van Désiré Wauters, de in beschikbaarheid gestelde onderwijzer die te Nevele woonde. Geestelijkheid en vrijzinnigen vechten, bij wijze van spreken, om het stoffelijk overschot. In de pers, zowel de liberale als de katholieke, wordt die begrafenis met overvloed van details beschreven. Maar dat is een andere geschiedenis...
![]() |
Foto
genomen vóór de gevel van de in 1879 opgerichte vrije gemeenteschool voor
jongens, Karnemalkstraat.
Op het karton waarop de foto geplakt is, lezen we onderaan:
"Katholieke schoolcomiteit en schoolpenning van Nevele - 1879-1884"
Enkele geïdentificeerde gemeenteraadsleden op de 1e rij van links naar rechts:
1. Charles Lambrecht, landbouwer, 3. Theophile Schelpe, notaris, 5. Adolphe
Minne, handelaar, 6. Leonce Mulle de Terschueren, 8. Louis Lampaert, brouwer, 9.
Leo Dias, handelaar; naast Leonce Mulle zit deken Livinus De Groote.
Op de 2e rij, achter Leonce Mulle, Louis Verbiest, de hoofdonderwijzer van de
vrije gemeenteschool.
In het "Kasboek des Schatbewaarders" van de "Katholieke Schoolcomiteit" lezen we
op 26 januari 1885. "Betaald aan de heer Wante te Gent wegens het portretteren
in groep der leden van den schoolpenning en van het schoolcomiteit... 278,50".
Tot hiertoe is er maar één exemplaar ontdekt, dat in handen is van dhr. Leopold
Lambrecht uit Kortrijk, kleinzoon van Charles Lambrecht en achterkleinzoon van
notaris Dierick.
Zoals Buysse het zag...
In de novellenbundel In de Natuur van Buysse is er de onderverdeling 'n Dorpje dat 8 schetsen bevat. Twee ervan lopen over, om zo te zeggen, van Nevelaren, Nevelse toestanden, Nevels milieu: "Meneer de Burgemeester" en "Het Hofje", dat wel te Vosselare gelegen was. De eerste schets is in vijf paragrafen onderverdeeld: de inhaling van de nieuwe burgemeester, zijn activiteit, de blijde intrede van de jonggehuwden, zijn zonderlinge ziekte om de begrafenisplechtigheid.
Laten we nu even Buysses visie op burgemeester Mulle toetsen aan de werkelijkheid. (We plaatsen Buysses tekst tussen aanhalingstekens).
"Ik heb den nieuwen burgemeester plechtig in het dorp zijn intrede zien vieren... 't was op een mooien, zonnigen zomerdag." (p. 87).
Leonce Mulle werd burgemeester benoemd op 29 januari 1874. In de kranten, die we hebben kunnen raadplegen, vonden we geen verslag over die inhaling. Maar in die tijd lag het nog niet in de mode om over allerlei plechtigheden verslag uit te brengen.
"Een drukke menschenschaar stond wachtend bij den ingang van het dorp, op het kruispunt der vier wegen, alle oogen starend over 't vlakke, blonde korenland, in de richting van de verre hooge boomen, waarachter 't kleine spoorwegstation lag." (p. 87)
Het betreft hier het kruispunt van de wegen Landegem Vosselare en Leerne-Nevele, nu nog De Vos genaamd. Het station doelt op dat van Landegem.
"Allen (de ruiters uit de stoet) dragen witte broeken, en rood-geel-blauwe sjerpen. Dit zijn de kleuren van den nieuwen burgemeester. Hij is van adel, baron." (p. 69)
De kleuren van het wapen van de Mulles zijn inderdaad rood, geel en blauw. Zoals reeds hoger zegden droeg Leonce Mulle slechts de titel van "écuyer". Nergens staat bij zijn naam baron, noch op officiële stukken, noch op rouwbrieven, noch op zijn bidprentje.
In 1914 verkreeg de broeder van Leonce, Adile-Eugène-Marie-Ghislain de titel van baron. Ze voeren in hun wapenschild de kenspreuk: "Sonder labueren niets ter schueren"; die kenspreuk was de familie bezorgd door deken De Bo (1826-1885), auteur van het West-Vlaamsch Idioticon. Het was een verdichting van de Latijnse kenspreuk "Sine labore nihil" van de familie Coghen; baron Adile Mulle de Terschueren was gehuwd met gravin Coghen.
"Hij is niet van de streek: hij komt van ergens verre, uit West-Vlaanderen". "Van een ouden oom, die ook lange jaren burgemeester was, heeft hij 't kasteel geërfd; en 't kon niet anders of ook hij moest burgemeester worden." (p. 69 en 70).
Zie nr. 1, zijn afstamming.
"Hij heeft een fijn, aristocratisch gezicht en wat men noemt een gedistingeerd uiterlijk..." (p. 70).
Volgens het portret heeft hij eerder grove gelaatstrekken.
"De beide wethouders op de voorbank zien er grof en plomp uit bij hem vergeleken: twee dikke roode buitenheren, de een grijs, de ander zwart..." (p. 70).
Best mogelijk dat Buysse hier de toenmalige schepenen voor ogen had: Leo Dias toen 70 jaar en Louis Buysse, 44 jaar oud.
"Hij zat omringd van zijn raadsleden, meestal boren, midden aan de langwerpige groene tafel, waarop registers en papieren lagen." (p. 72).
Toen in 1874 Leonce Mulle burgemeester werd, waren er in de gemeenteraad 5 landbouwers en 6 ingezetenen van het dorp: Louis Buysse, T. Braet, F. Maere, L. Dias, allen handelaars, A. Schatteman, oud-kantonrechter, en Leonce Mulle.
"Hij sprak maar moeilijk en gebrekkig West-Vlaamsch. Hij stotterde een weinig." (p. 70). "Wanneer zij hem helemaal niet meer begrepen boog hij even naar zijn secretaris, en zei hem wat hij zeggen wou in 't Fransch, met verzoek het voor de boeren te vertalen." (p. 72)
Dat gebrekkig spreken van de burgemeester haalt C.Buysse nog aan in zijn verslagen over de Gemeenteraad van Nevele en in Het Verdriet van Meneer Ongena.[16]
"Hij was ongehuwd. Hij leefde alleen op het kasteel met zijn bediening ... 's Winters woonde hij in Brussel." (p. 73)
In de bevolkingsregisters staat hij ingeschreven met zijn moeder en vader die resp. in 1875 en in 1886 te Nevele overleden zijn.
Zoals hoger gezegd had de familie een herenhuis te Brussel, doch Leonce Mulle woonde regelmatig, zelfs in de winter, de zittingen van de gemeenteraad bij.
"Hij werd al oud: een eind in de vijftig, en toch zou hij trouwen met een nog heel jong meisje van adel...
Hij trouwde. En voor de tweede maal zagen wij zijn plechtigen intocht op het dorpje, ditmaal met zijn jonge vrouw." (p. 73)
Hij was toen tweeënvijftig en zijn jonge bruid achtentwintig. Haar vader, Alexandre-Achille-Octave-Ghislain, graaf d'Alcantara, had zijn kasteel te Elen (Limburg), waar ook de huwelijksplechtigheid plaats had op 22 augustus 1882.[17] Pas op 29 oktober zal te Nevele de blijde intrede van de jonggehuwden gevierd worden. Uit een brief van burgemeester Schatteman gericht tot Virginie Loveling vernemen we dat het een groots opgevatte inhuldiging was. (bijlage VII)
"En weer verliepen jaren...". "Wij hoorden zeggen dat hij ziek was. Welke ziekte wist niemand, maar men vertelde dat hij soms heel vreemd deed." (p. 74, 75)
De ziekte, waaraan Mulle leed, hebben we niet kunnen achterhalen.
Kort daarop is hij gestorven. En op den dag der begrafenis was het een plechtigheid zooals men in het dorp nog nooit had bijgewoond... En de rijke herfsttinten al over de zware looverkruinen van 't kasteelpark, waren als een laatste hulde en glorie, tentoon gespreid ter eere van den burgemeester." (p. 76)
"Lang duurde in de kerk de solemneele dienst... De kerkvloer was, volgens oud adellijk gebruiksrecht, met dikke lagen stroo bedekt." (p. 78)
Zoals gezegd is nr. 7 is Leonce Mulle op 18 december 1888 te Nevele overleden, en toen zal het landschap er wel eerder kaal uitgezien hebben.
Wat het bedekken met stro betreft, heeft onze ondervoorzitter, pastoor Michem uit Vinkt, ons medegedeeld, dat het heden nog kan voor de hoogste koordienst van een begrafenis. Het is ook geen voorrecht van de adel, want wij persoonlijk hebben het nog eens gezien, namelijk bij de plechtige begrafenis van Karel Van de Woestijne in augustus 1929 te Zwijnaarde. Dat gebruik slaat terug op de huisvesting in de Middeleeuwen: vloeren werden toen bedekt met stro om het alzo wat warmer te maken in de kille stenen burchten en kastelen.
"En heel alleen reed hij stapvoets weg, naar 't ander verre dorp, ginds in West-Vlaanderen, waar hij vandaan was gekomen, en waar de familiegrafkelder lag". (p. 78)
"Zoo schreed met tragen pas de lange stoet door de lange en breede beukendreef die naar het dorp leidt." (p. 77)
Volgens een mondelinge mededeling van onze bestuursleden A. Janssens en D. D'hooge was er daar een eikendreef in W.O. I. De bomen werden door de Duitsers gerood; het eikenhout moest dienen tot het fabriceren van geweerkolven.
Leonce Mulle was te Tielt geboren, verbleef enkele jaren met zijn ouders te Brussel en dan te Nevele. Het verre dorp is Winkel-Sint-Ellois (op de weg Kortrijk-Izegem). Daar bezat de betovergrootvader heel wat eigendommen en rond 1748 schonk hij er de grond voor het oprichten van een parochiekerk. De vader van Leonce liet er de familiegrafkelder bouwen. Deze ligt tegenover het koor van de kerk. Bekroond met een kapel is de grafkelder vernield in Wereldoorlog I. Nu is er op dezelfde plaats een monumentale zerk (± 4 m bij 6 m) aangelegd met het opschrift:
BEGRAAFPLAATS VAN DE FAMILIE
MULLE de TERSCHUEREN
187-1962
Onderaan prijkt dan het wapenschild met de kenspreuk.
"Hij had er geen kwaad gedaan en ook geen goed; hij had er gaan indruk in den geest der menschen nagelaten. Van hem zouden de dorpelingen zich later slechts blijven herinneren: zijn gek doen met Marquis." (p. 79)
Zoals we gezien hebben heeft het burgemeesterschap van Mulle heel wat beroering te Nevele verwekt.
Wat het gek doen met het hondje Marquis betreft - hij zat met een stok het schoothondje van zijn vrouw achterna - hebben we nog niets kunnen vinden.
"Nooit meer heb ik haar weergezien en ook niet meer van haar gehoord. Zij heeft het dorp verlaten." (p. 79)
Gravin d'Alcantara, Mulles echtgenote, werd op 3 maart 1890 in de bevolkingsregisters van Nevele afgeschreven. In datzelfde jaar ging ze een nieuw huwelijk aan met graaf A.-F.-G.-E. de Gourcy-Serainchamp.
"Het jaar daarna hadden wij een nieuwen burgemeester,... ook weer een baron..." (p. 79)
Zo was het niet. Mulles opvolger was Adolphe Minne (1846-1903), handelaar en grondeigenaar te Nevele.
Slotbeschouwingen
Bij de nieuwe ambtstermijn van Mulle in januari 1885 zien we dat Cyriel Buysse bediende af was van de burgerstand. Hij had er een wedde van 250 frank dat misschien wel zijn zakgeld was.
Zijn vader, Louis Buysse, herbenoemd als schepen door de liberale regering, verdwijnt na oktober 1884 van het politieke toneel te Nevele.
Zoals dat gebeurt met schrijvers, heeft Buysse zijn ontstemming afgereageerd met een kleinerend beeld van Leonce Mulle op te hangen.
De Franse neerlandicus, P. Brachin, heeft van Buysse gezegd: Ses sympathies et ses répulsions - fort visibles - se traduisent uniquement dans le choix de ses types et dans l'éclairage." (Zijn sympathieën en afkeer - duidelijk merkbaar - komen alleen tot uiting in de keuze van zijn typen en in de belichting waaronder hij ze plaatst.) [18]
Dat wil niet zeggen dat we de schrijver mogen verwijten dat hij de werkelijkheid door een gekleurde bril bekijkt. Integendeel belicht het een facet van Buysses groot kunstenaarschap: zijn verhaal - een dooreenstrengeling van realiteit, verbeelding en persoonlijke instelling - komt toch zo echt over.
Vóór de schoolstrijd van 1879 trachtte hij op gemeentelijk vlak te verwezenlijken wat de toenmalige regeerders op nationaal vlak beoogden: het land aantrekkelijk maken en uitrusten met een degelijke administratie.
Prof. Tavernier weet ook nog te vertellen dat zijn vader, de veearts, van Buysse zelf had vernomen dat "Het Gezin van Paemel" door Bellemse toestanden geïnspireerd was.
Er waren goede en slechte kasteelheren en we durven stellen dat Leonce Mulle tot de goede behoorde, begaan met het lot van zijn gemeente, maar dit ging wel gepaard met een tikkeltje ijdelheid.
Maar man baron Cyriel Buysse volledig van ijdelheid vrij gepleit worden?
[1]J. TAELDEMAN, Cytiel Buysses "Verslagen over den Gemeenteraad van Nevele", in Het Literaire Leven in het Land van Nevele. (Monografieën van de heemkundige kring Het Land van Nevele, I, 1972, p. 33-121.
[2]C. BUYSSE, In de Natuur, Bussem, 1905, p. 63-79.
[3]In zijn zitting van 9 januari 1877 stemt de voltallige Nevelse gemeenteraad het zenden van een adres aan Leopold II: dank en felicitaties voor zijn beschavingswerk in Centraal-Afrika. Bij het adres ligt op het Nevelse "stadhuis" een lijst waarop de Nevelaren uitgenodigd worden te naamteken.
Zie ook J. TAELDEMAN, a.w., p. 87 e.v.
[4]Gegevens over de familie Mulle vinden we in: A.-J.-M.-G. Mulle de Terschueren, Étude généalogique sur la famille Mulle de Terschueren. Une famille patricienne flamande, Mont-Saint-Amand, 1921.
Comte du Chastel de la Howarderie: Généalogie de la famille Mulle, originaire de la West-Flandre, Tournai, 1910.
Dhr. A. Janssens deelde ons mee dat het kasteel te Nevele slechts in 1956 volledig afgebroken werd. De kapel, tot het landgoed behorend, bestaat evenwel nog in de Biebuyckstraat. Het kasteel staat afgebeeld in "Nevele in oude Prentkaarten" door A. JANSSENS en J. TAELDEMAN, Zaltbommel, 1973, nr. 30
[5]Het archief berust in het Rietgaverstedemuseum
[6]In het verslag van de gemeenteraad dd. 6 augustus 1878.
[7]Het archief berust in het Rietgaverstedemuseum.
[8]A. JANSSENS, De Koninklijke Schuttersgilde St.-Sebastiaan van Nevele, Extra-aflevering van de heemkundige kring Het Land van Nevele, juni 1974. Leonce Mulle was lid van de schuttersgilde pas van 1871 tot 1874. Waarom hij ontslag nam weten we niet.
[9]Procès-verbaux officiels et bulletins des séances du Conseil Provincial de la Flandre Orientale, 1871 en volgend jaren.
[10G.-H. DUMONT, La vie quotidienne en Belgique sous le règne de Léopold II, Paris, 1974, p. 16.
[11]Gazette van Vlaenderen, 23 en 30 mei 1875.
[12]W.G.E. WALTER (pseudoniem van V. LOVELING), In onze Vlaamsche Gewesten, Gent, 1877, p. 146-148.
[13]Het archief berust in het Rietgaverstedemuseum.
[14]V. LOVELING, Sophie, Gent, 1885.
[15]V. LOVELING, Hs nr. 3426, Centrale Bibliotheek RUG. Reeds vermeld in J. VAN DE CASTEELE, Adèle Charlotte Fobe, de Nevelse vriending van Virginie Loveling, Berichtenblad van de heemkundige kring Het Land van Nevele, 1973, jg. IV, afl. 1, p. 40.
[16]C. BUYSSE, Uit de Bron, Gent, 1922, p. 69-93.
[17]Volgens een schriftelijke mededeling van dhr. Prikken, gemeentesecretaris te Elen, bestaat het kasteel nog, maar het landgoed ervan is verkaveld. Volgens een schriftelijke mededeling van de ougemeentesecretaris van Elen, dhr. Snijkers, verbleef graaf d'Alcantara tot 1884 op het kasteel dat hij dan verkocht heeft.
[18]Anthologie de la Prose néerlandaise Belgique, I, 1893-1940, Introduction, notes par Pierre Brachin, Paris-Bruxelles, 1966, p. 25.
[19]C. BUYSSE, Van arme Menschen, Amsterdam, 1901, p. 62-122.
[20]C. BUYSSE, Het Gezin van Paemel, Gent, 1930 (nieuwe uitgave)