LEGENDE EN WERKELIJKHEID TE HANSBEKE

door Albert Martens

De geschiedschrijvers F. De Potter en J. Broeckaert verzamelden in hun boekenreeks Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen verscheidene sagen en legenden. Ook in hun kroniek over Hansbeke, verschenen omstreeks 1867, vindt men een Hansbeekse sage onder de titel Spokerij op het neerhof [1].

In 1952 verspreidde L. Van Driessche, Hansbekenaar, een kopie van deze geschiedkundige bijdrage, aangevuld met de bijzonderste gebeurtenissen die zich na 1867 in de gemeente Hansbeke hadden afgespeeld. Hij merkte hierbij op dat de door De Potter en Broeckaert opgetekende sage, in de door hen neergeschreven versie, te Hansbeke niet meer bekend was; hij noteerde echter een gelijkaardige legende die in de volksmond nog vrij levendig blijkt te zijn.

Het verhaal luidt:

Op het neerhof, gelegen aan Philomenakapel, werd vele jaren geleden een zekere jongedochter Barbara Vande Walle vermoord.
De pastoor verjoeg de duivel, die als de aanstichter van de moord werd aangezien, naar het verst van de hoeve afgelegen veld.
Bovendien werd een eeuwigdurend jaargetijde gesticht voor de zielerust van Barbara Vande Walle
Nochtans nadert de boze geest sedertdien ieder jaar de hoeve met een paardevoet om er eenmaal opnieuw onheil aan te richten.

Te Hansbeke wordt inderdaad sinds mensenheugenis jaarlijks een mis voor de zielerust van een zekere Barbara Vande Walle opgedragen. Het is dan ook begrijpelijk dat in het februarinummer 1972 van Vlakaf, dorpskrantje van Hansbeke, hieromtrent door de redactie enkele vragen werden gesteld.

Op deze vragen kan een precies antwoord worden gegeven.

In de originele sage, opgetekend te Hansbeke uit de mond van onze voorouders van de vorige eeuw en naverteld door De Potter en Broeckaert, is geen sprake van een moord op een jongedochter, noch van Barbara Vande Walle in het bijzonder.

Anderzijds bevat de jongste versie van de dorpslegende nog duidelijk het stramien van de aloude sage (paragraaf 2 en 4), maar ze werd aangevuld met enkele pikante bijzonderheden (paragraaf 1 en 3).

Deze aan de originele sage toegevoegde bijzonderheden houden ongetwijfeld verband met het feit dat in de dorpskerk elk jaar een jaargetijde voor Barbara Vande Walle plaatsvindt. De opgediste moordgeschiedenis is echter ontstaan in de verbeelding van de dorpelingen, die wellicht na verloop van tijd onwetend waren over de juiste toedracht van het jaargetijde.

De geschiedschrijving en het oud archief bevatten hierover ophelderende gegevens.

In de tweede helft van de XVe eeuw behoorde de heerlijkheid van Hansbeke aan Geeraard van Axpoele, echtgenoot van Catharina van Seclin. Pauline van Axpoele, die de heerlijkheid erfde en waarschijnlijk Geeraards dochter was, huwde met Pieter de Wale. Lodewijk de Wale, zoon van Pieter, trouwde men jonkvrouw Dubosch. Zijn broer, Willem de Wale, ridder heer van Hansbeke en Axpoele, overleed in 1540 en werd in het bezit der heerlijkheden van Axpoele en Hansbeke opgevolgd door Barbara de Wale, gehuwd met Antoon de Baenst, ridder, zoon van Jan en Elisa Bave.[2]

In haer testament, ghemaeckt den thienden maerte vijftien hondert sessentsestich, begunstigde Barbara de Wale het armbetuur van Hansbeke met een jaarlijkse eeuwige oplosbare rente van twee ponden grooten.[3]

Aan deze schenking werden echter door haar enkele voorwaarden verbonden.

Met dit bedrag moest het armbestuur vooreerst ieder jaar, op 10 maart, een jaargetijde laten opdragen tot laefvenisse van haere siele met een ghesonghen misse en 't vuytstellen vande baere.

De avond tevoren dienden de klokken van de kerktoren gedurende een uur te worden geluid alsook met ghelijcke ure vóór den dienst van het jaer ghetijdde.

Het overschot van de becostijnghe der ghemelden dienst moest ghedistribueert worden in ghelde aen de aerme lieden van Hansbeke, die echter daartoe gheobligeert waren den dienst te commen hooren.

Blijkbaar werd de jaarlijkse rente met eeuwigdurend karakter vanouds geaffecteerd op het castheel goet, hofstede gelegen aan het aloude kasteel[4], en zij moest door de pachter ieder jaar aan het armbestuur van de parochie worden betaald.

De bevestiging hiervan vindt men in de armenrekening van de parochie Hansbeke, daterend van 1730 en opgemaakt op 11.8.1731 door de toenmalige gezworen armmeester Joannes Van Vynckt fs Joos.[5]

In de rubriek Ontfanck van huyscheynsen ende renten van deze rekening werd immers genoteerd:

Ontfangen van Heindrick Van Vynckt, thuwelick met de weduwe Pieter Vande Veire, betaellende als pachter van het castheel goet over den heerer van Hansbeke de somme van twee ponden grooten, dat over een eeuwighe rente die wijllent vrauw Barbara de Walle heeft ghejont ende ghestelt aen desen Aermen, volghens ende breedere ghespecifieert onder andere bij haer testament.

Dat de laatste wilsbeschikkingen van de edelvrouw en de door haar gestelde voorwaarden stipt werden nageleefd blijkt verder uit enkele notities van de armmeester, neergeschreven onder de rubriek betaellynghe van dezelfde armrekening.

Men vindt er:

Betaelt aan heer ende meester Joannes Vanden Bossche, pastoor deser prochie, de somme van derthien schellynghen vier grooten, dat over het celebreren van vier jaer ghetijdden te weten voor de zielen van vrauw de walle, gheeraert maenhaut, marie de pestel sijne huysvrauwe ende het gonne van janneken maenhaut huysvrauwe gheweest van wyllent ten bailliu de muynck.[6]

Verder wordt onder dezelfde rubriek vermeld:

Betaelt aen den voornoemden coster[7]de somme van twaelf schellynghen acht grooten over sijn dienst int helpen doen vande voorenstaende vier ghesonghen jaer ghetijdden, daerinne begrepen twee pondt wasch tot het jaer ghetijdde vande meergheseyde vrauw de walle.

Alsook:

Betaelt aen Guilliaeme Vander Ghinst over tluyden, twee mael een ure, met beede de clocken tot het doen vande vuytvaert der gheseyde vrauw de Walle.

Uit een kleine berekening volgt dat, na afhouding van de uitgaven aan pastoor, koster en klokkenluider, nog ongeveer vijf zesde van de ontvangen rente beschikbaar bleef om aan de armen, die de kerkdienst bijwoonden, uit te delen.

Uit de latere armenrekeningen van de 18de eeuw blijkt verder dat de opeenvolgende pachters van het kasteelgoed regelmatig de aan het armenbestuur verschuldigde rente uitbetaalden, waarvan jaarlijks een requiemmis voor het zieleheil van Barbara de Walle werd gezongen.

De verschillende muntontwaardigingen hebben wellicht de uitvoering van de laatste wilsbeschikkingen van de edelvrouw onmogelijk gemaakt; het uitdelen van aalmoezen in specie of natura aan de noodlijdenden, die de kerkdiensten bijwoonden, is trouwens na de eerste wereldoorlog 1914-1918 volledig in onbruik gekomen

Anderzijds is ongetwijfeld, met verloop van tijd, de ware toedracht omtrent de stichting van het legaat, dat traditioneel door de pachters van het neerhof aan het armenbestuur verder werd uitbetaald, in de vergeethoek geraakt. Niemand kon nog vertellen wie Barbara (Van) de Wal(l)e was voor wie, met (een gedeelte van) de neergetelde geldsom, een jaargetijde werd opgedragen. Door het deponeren van het oud gemeentearchief werden de gegevens hieromtrent als het ware in de besloten kelders van het rijksarchief begraven.

Het feit dat een jaarlijkse geldsom door de pachter van het neerhof (nabij Philomenakapel) aan het armenbestuur werd overhandigd waarmee een requiemmis voor Barbar Vande Walle weer gezongen, heeft nadien bij de onwetende dorpelingen wellicht enige verwondering verwekt. Totdat tenslotte iemand, indachtig de aloude sage waarin sprake was van spokerij op het neerhof (aan de Veldstraat), hieraan de vermeende moord op een jongedochter Barbara Vande Walle zal hebben verbonden.

Nog steeds wordt door Raymond Boone, huidige pachter van het neerhof aan Philomenakapel, aan de Commissie van Openbare Onderstand (C.O.O.) jaarlijks omtrent nieuwjaar een bedrag van 100 fr. betaald. In het ontvangstboek van de C.O.O. wordt deze som, zonder verdere toelichting, ingeschreven als een legaat voor kerkelijke diensten. Voor dit luttele bedrag, dat aan de heer pastoor wordt overgemaakt, wordt traditiegetrouw nog steeds een mis gelezen voor de zielerust van "Barbara Vande Walle"… echter zonder uitstalling van de lijkbaar en omstaande waskaarsen, zonder voorafgaand klokkengelui, zonder brood aan de armen.

Wellicht kan men binnen afzienbare tijd voor de schrale geldsom nog slechts een kaarsje laten branden…

[1]Zie: Sterke verhalen uit het Land van Nevele, Berichtenblad 1971, jg. II, afl. 2.

[2]Volgens De Potter en Broeckaert onder Hansbeke.

[3]In huidige munt ongeveer 3.000 fr. volgens De huidige geldwaarde van de pond groten vlaams door F. VAN DEN KERKHOVE (Vlaamse Stam, jg. III, nr. 2, april 1967)

[4]Zie: Enkele notities in verband met een verdwenen kasteel te Hansbeke, Berichtenblad 1973, jg. III, afl. 1.

[5]Rijksarchief Gent, fonds Hansbeke, bundel 56.

[6]In die tijd was het gebruikelijk dat gegoede lieden bij hun overlijden ook een geestelijk testament nalieten, waarin zij bepaalden door fundaties dat kerkelijke diensten, meestal met een eeuwigdurend karakter, zouden opgedragen worden voor hun zielezaligheid. (Oude grafzerken en kerkelijke fundaties te Deurle, René VAN DER PLAETSEN, Jaarboek III (1972), Heemkring Scheldeveld).

[7]Vermoedelijk Andries Van De Voorde fs Michiel.